Thema moed les 3 vertelperspectieven

1 / 39
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 39 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Vertelperspectieven
Verhalen kunnen verteld worden uit verschillende perspectieven:  
* ik-verteller
* de personale verteller (hij/zij-verteller) 
* de alwetende verteller

Slide 2 - Tekstslide

De ik-verteller
De ‘ik’ is een personage in het verhaal. 
De ‘ik’ vertelt alleen wat hij zelf meemaakt, wat hij weet van anderen en wat hij denkt dat gebeurd is. 
In een verhaal kunnen meerdere ‘ik-vertellers’ voorkomen. 

Slide 3 - Tekstslide

De personale verteller
Het verhaal wordt uit de 3e persoon verteld, een hij of zij. 
Deze heeft alleen inzicht in de eigen belevingswereld. 
In een verhaal kunnen meerdere personale vertellers voorkomen. 

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Dit is een tekst met een ……… verteller
A
personale
B
ik
C
alwetende

Slide 6 - Quizvraag

De alwetende verteller.
Ook wel: auctoriale verteller genoemd. 
De alwetende verteller weet alles van alle personages, kan vooruitkijken, commentaar geven en de lezer persoonlijk aanspreken. 
De alwetende verteller is GEEN personage in een verhaal. 

(Hangt als een helikopter boven het verhaal)

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Dit is een tekst met een ……… verteller
A
personale
B
ik
C
alwetende

Slide 9 - Quizvraag

Slide 10 - Tekstslide

Dit is een tekst met een ……… verteller
A
personale
B
ik
C
alwetende

Slide 11 - Quizvraag

Opdracht 1: 
Schrijf een moedig fragment 
Bedenk een situatie wanneer je moedig was of moed hebt getoond. 
Van vroeger toen je nog klein was tot en met nu; dat maakt niet uit. 

Waar was je toen? Hoe oud was je toen? Met wie was je? Wat gebeurde er allemaal? Beschrijf je emoties, maar ook de feiten van de situatie. Waarom moest je moedig zijn? Hoe liep de situatie af? 

Maak er een verhaal van wat zo in een avonturenboek zou passen. Vertel je situatie verhalend, met korte vertelzinnen.

Slide 12 - Tekstslide

Opdracht 1: 
Je verhaal heeft de volgende eisen: 
  • Gebruik korte vertelzinnen. 
  • Begin de zin met een hoofdletter en eindig met punt/vraagteken/uitroepteken. 
  • Schrijf minimaal 15 zinnen, maximaal 30 zinnen.
    (Er is een verschil tussen zinnen en regels!)
  • Schrijf een pakkende titel boven je verhaal. 
  • Maak er een lopende tekst van, alsof het zo in een dagboek/ leesboek geplaatst zou kunnen worden. 
  • Inleveren op woensdag 27 september bij TBI Taal in Teams. 

Slide 13 - Tekstslide

Vanuit welk perspectief heb jij jouw eigen fragment geschreven?
A
personale verteller
B
ik-verteller
C
alwetende verteller

Slide 14 - Quizvraag

Opdracht 2: 
Herschrijf jouw moedige fragment 
Vanuit welk perspectief heb jij jouw 1e fragment geschreven? 

Herschrijf je fragment. Gebruik een andere verteller, maar wel dezelfde hoofdpersoon. (Jij dus.) Let op, je moet al je zinnen nalopen.
Werkwoorden en voornaamwoorden veranderen ook mee! 

Maak er een verhaal van wat zo in een avonturenboek zou passen.
Vertel je situatie verhalend, met korte vertelzinnen.

Slide 15 - Tekstslide

Opdracht 2: 
Herschrijf jouw moedige fragment 
Gebruik korte vertelzinnen.
Begin de zin met een hoofdletter en eindig met punt/vraagteken/uitroepteken.
Schrijf minimaal 15 zinnen, maximaal 30 zinnen.
Schrijf een pakkende titel boven je verhaal.
Maak er een lopende tekst van, alsof het zo in een dagboek/ leesboek geplaatst zou kunnen worden. 
Schrijf onderaan het fragment vanuit welk perspectief je geschreven hebt. 
Inleveren op woensdag 4 oktober bij TBI Taal in Teams. 

Slide 16 - Tekstslide

Vanuit welk perspectief is dit fragment geschreven?
A
personale verteller
B
ik-verteller
C
alwetende verteller

Slide 17 - Quizvraag

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Vanuit welk perspectief is dit fragment geschreven?
A
personale verteller
B
ik-verteller
C
alwetende verteller

Slide 20 - Quizvraag

Slide 21 - Tekstslide

Vanuit welk perspectief is dit fragment geschreven?
A
personale verteller
B
ik-verteller
C
alwetende verteller

Slide 22 - Quizvraag

de ik-verteller
de personale verteller
de alwetende verteller

Slide 23 - Tekstslide

Les 4: vertelperspectieven - herhaling 

TBI Taal 
thema Moed 

Slide 24 - Tekstslide

Opdracht 1: 
Schrijf een moedig fragment 
Bedenk een situatie wanneer je moedig was of moed hebt getoond. 
Van vroeger toen je nog klein was tot en met nu; dat maakt niet uit. 

Waar was je toen? Hoe oud was je toen? Met wie was je? Wat gebeurde er allemaal? Beschrijf je emoties, maar ook de feiten van de situatie. Waarom moest je moedig zijn? Hoe liep de situatie af? 

Maak er een verhaal van wat zo in een avonturenboek zou passen. Vertel je situatie verhalend, met korte vertelzinnen.

Slide 25 - Tekstslide

Opdracht 1: 
Je verhaal heeft de volgende eisen: 
  • Gebruik korte vertelzinnen. 
  • Begin de zin met een hoofdletter en eindig met punt/vraagteken/uitroepteken. 
  • Schrijf minimaal 15 zinnen, maximaal 30 zinnen.
    (Er is een verschil tussen zinnen en regels!)
  • Schrijf een pakkende titel boven je verhaal. 
  • Maak er een lopende tekst van, alsof het zo in een dagboek/ leesboek geplaatst zou kunnen worden. 
  • Inleveren op woensdag 27 september bij TBI Taal in Teams. 

Slide 26 - Tekstslide

Mijn 1e opdracht: taalfragment
'moedig verhaal' heb ik ingeleverd in Teams
Ja! Ingeleverd
Nee.. Moet ik nog (af)maken
Nee, ik weet niet hoe het inleveren moet.

Slide 27 - Poll

Ik weet de 3 vertelperspectieven te noemen uit les 2
Ja, alle 3 weet ik.
Ik weet er nog maar 2
Ik weet er 1 te noemen.
Geen idee.. Wat zijn vertel perspectieven?

Slide 28 - Poll

Welke vertelperspectieven ken je?

Slide 29 - Open vraag

Vertelperspectieven
Verhalen kunnen verteld worden uit verschillende perspectieven:  
* ik-verteller
* de personale verteller (hij/zij-verteller) 
* de alwetende verteller

Slide 30 - Tekstslide

De ik-verteller
De ‘ik’ is een personage in het verhaal. 
De ‘ik’ vertelt alleen wat hij zelf meemaakt, wat hij weet van anderen en wat hij denkt dat gebeurd is. 
In een verhaal kunnen meerdere ‘ik-vertellers’ voorkomen. 

Slide 31 - Tekstslide

De personale verteller
Het verhaal wordt uit de 3e persoon verteld, een hij of zij. 
Deze heeft alleen inzicht in de eigen belevingswereld. 
In een verhaal kunnen meerdere personale vertellers voorkomen. 

Slide 32 - Tekstslide

De alwetende verteller.
Ook wel: auctoriale verteller genoemd. 
De alwetende verteller weet alles van alle personages, kan vooruitkijken, commentaar geven en de lezer persoonlijk aanspreken. 
De alwetende verteller is GEEN personage in een verhaal. 

(Hangt als een helikopter boven het verhaal)

Slide 33 - Tekstslide

Opdracht 2: 
Herschrijf jouw moedige fragment 
Vanuit welk perspectief heb jij jouw 1e fragment geschreven? 

Herschrijf je fragment. Gebruik een andere verteller, maar wel dezelfde hoofdpersoon. (Jij dus.) Let op, je moet al je zinnen nalopen.
Werkwoorden en voornaamwoorden veranderen ook mee! 

Maak er een verhaal van wat zo in een avonturenboek zou passen.
Vertel je situatie verhalend, met korte vertelzinnen.

Slide 34 - Tekstslide

Opdracht 2: 
Herschrijf jouw moedige fragment 
Gebruik korte vertelzinnen.
Begin de zin met een hoofdletter en eindig met punt/vraagteken/uitroepteken.
Schrijf minimaal 15 zinnen, maximaal 30 zinnen.
Schrijf een pakkende titel boven je verhaal.
Maak er een lopende tekst van, alsof het zo in een dagboek/ leesboek geplaatst zou kunnen worden. 
Schrijf onderaan het fragment vanuit welk perspectief je geschreven hebt. 

Inleveren op woensdag 11 oktober bij TBI Taal in Teams. 

Slide 35 - Tekstslide

Op een regenachtige herfstdag besloot ik van de gevonden kastanjes en eikels, kastanje mannetjes te maken. Een jaarlijkse traditie op de basisschool waar we mee bezig waren in de klas. Ik had bedacht er thuis ook een paar te maken.
Herschrijf bovenstaand fragment naar een personaal vertelperspectief (hij/zij)

Slide 36 - Open vraag

Als ik naast me kijk zie ik mijn vader zwemmen. Ik voel geen angst, alleen maar rust. De lucht in mijn pak trekt mij omhoog, dus ik laat de lucht eruit. Ik zink nu weer naar beneden.

Herschrijf bovenstaand fragment naar een alwetend vertelperspectief.

Slide 37 - Open vraag

Een paar weken geleden kwam Lennart voor het eerst op Fourteens. En hij vond het heel erg spannend. Hij ging gewoon ergens zitten en voor zich uit staren als een standbeeld. Toen kwamen 2 anderen nieuwe kinderen bij hem zitten.
Herschrijf bovenstaand fragment naar een ik-vertelperspectief.

Slide 38 - Open vraag

Ik weet wat vertelperspectieven zijn.

Ik weet hoe ik mijn fragment kan herschrijven zodat er vanuit een ander vertelperspectief verteld wordt.
😒🙁😐🙂😃

Slide 39 - Poll