6 Vwo Economie par. 16.2b

16.5a
Actieven 2025?
A
10.727 - 270
B
7.187 - 270
1 / 32
volgende
Slide 1: Quizvraag
EconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

16.5a
Actieven 2025?
A
10.727 - 270
B
7.187 - 270

Slide 1 - Quizvraag

16.5, cijfers 2016
Beroepsbevolking 0,63 x 10.470.000 = 6.596.000
Actieven, werkenden die premies betalen
6.596.000 - 533.000 = 6.063.000

Inactieven, recht op uitkering
WW uitkering 533.000
Arbeidsongeschiktheidsuitkering 0,114 x 6.596.000 = 752.000
Totaal 1.285.000

 

Slide 2 - Tekstslide

16.5b
A
kleiner, er zijn meer mensen nodig voor dezelfde hoeveelheid werk
B
kleiner, er zijn minder mensen nodig voor dezelfde hoeveelheid werk
C
groter, er zijn meer mensen nodig voor dezelfde hoeveelheid werk
D
groter, er zijn minder mensen nodig voor dezelfde hoeveelheid werk

Slide 3 - Quizvraag

16.5d
De stijging van de participatiegraad zorgt voor ...(1) inkomsten voor de collectieve sector en de daling van de werkloosheid zorgt voor ...(2) uitgaven
A
1 minder 2 minder
B
1 minder 2 meer
C
1 meer 2 minder
D
1 meer 2 meer

Slide 4 - Quizvraag

Nadelen werkloosheid
Persoonlijk; geen / lager inkomen, nutteloos gevoel
Sociaal: onrust

Economisch:
- vicieuze cirkel werkloosheid
- begrotingstekort collectieve sector
- lagere lonen

Slide 5 - Tekstslide

Par. 16.2
Leerdoelen:
- Het kennen van de verschillende oorzaken van werkloosheid
- Het kunnen analyseren van mogelijke bestrijding van deze werkloosheid

Slide 6 - Tekstslide

Oorzaken werkloosheid

Slide 7 - Tekstslide

Conjuncturele Werkloosheid <---------> Structurele Werkloosheid

Vraagzijde                                                                Aanbodzijde
     Bestedingen                                                         Productiestructuur

Slide 8 - Tekstslide

Oorzaken werkloosheid
1> Conjuncturele werkloosheid

2> Structurele werkloosheid
- kwantitatief structureel
- kwalitatief structureel
- seizoens
- frictie



Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Conjunctuur:

Bestedingen

Vraag naar producten
en als gevolg daarvan vraag naar werknemers

Slide 11 - Tekstslide

Wat is er tijdens een laagconjunctuur niet laag
A
consumentenvertrouwen
B
werkloosheid
C
bestedingen
D
vraag op de arbeidsmarkt

Slide 12 - Quizvraag

Slide 13 - Video

Slide 14 - Video

Bestrijding Conjuncturele werkloosheid
Overheidsbeleid ten tijde van conjuncturele werkloosheid door lage bestedingen:
Bestedingen omhoog krijgen
Anticyclisch begrotingsbeleid

Belastingen verlagen
Overheidsbestedingen verhogen

Slide 15 - Tekstslide

Tijdens laagconjunctuur belastingen verlagen en overheidsbestedingen verhogen levert een financieringstekort op voor de overheid

Ten tijde van hoogconjunctuur in theorie ook anticyclisch begrotingsbeleid: 
belastingen verhogen en overheidsbestedingen verlagen

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Bestrijding Structurele werkloosheid
Kwantitatief:

Beheersing arbeidskosten ( per product )
- beperkte loonstijgingen ( premiestijgingen )
- subsidies op technologische innovaties ( hogere arbeidsproductiviteit )

Slide 19 - Tekstslide

Lagere loonkosten per product
Hogere loonkosten per product
Lonen stijgen met 3%
Arbeidsproductiviteit stijgt met 4%
Lonen dalen met 5%
Arbeidsproductiviteit daalt met 10%
Lonen stijgen met 3%
Arbeidsproductiviteit daalt met 4%
Lonen dalen met 3%
Arbeidsproductiviteit stijgt met 4%

Slide 20 - Sleepvraag

Slide 21 - Tekstslide

Bestrijding Structurele werkloosheid
Kwalitatief:

- Scholing ( juiste studiekeuze, omscholing )
- Mobiliteit verhogen

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide

Bestrijding Structurele werkloosheid
Seizoens:
- vakantiespreiding

Frictie:
- Efficiente arbeidsbemiddeling

Slide 25 - Tekstslide

Als de rente stijgt gaan mensen besluiten om ...(1) te sparen en om ...(2) te lenen
A
1 minder 2 minder
B
1 minder 2 meer
C
1 meer 2 minder
D
1 meer 2 meer

Slide 26 - Quizvraag

Centrale Bank
Ook de ECB / DNB heeft via de rente invloed op de bestedingen:

Lage rente --->
Minder sparen / Meer lenen --->
Hogere bestedingen --->
Hogere productie --->
Meer vraag naar arbeid

Slide 27 - Tekstslide

Door frictiewerkloosheid en continue veranderingen in de productiestructuur zal er altijd enige werkloosheid zijn:

Natuurlijke werkloosheid

Slide 28 - Tekstslide

Opdracht 

Slide 29 - Tekstslide

Opdracht 
1> 8.000.000 x 40.000 = 320 miljard
1.200 miljard x 0,25 = 300 miljard
Dus W* = 300 miljard
2> Overbesteding, 340 > 300
3> Nee, bestedingen zijn hoog genoeg voor de productiecapaciteit
4> Ja, W* is kleiner dan wat arbeiders maximaal kunnen produceren
5> 320 - 300 = 20 miljard
20 miljard / 40.000 = 500.000 arbeidsjaren

Slide 30 - Tekstslide

Groepsopdracht examenopgave:

6 groepen van 3

Deze periode 1 groep op 1 oktober

Slide 31 - Tekstslide

Hw.
Opgaven 16.8 en 16.12


Slide 32 - Tekstslide