Paragraaf 4

Paragraaf 4
BK3H
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Paragraaf 4
BK3H

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we vandaag doen?
  • Uitleg paragraaf 4
  • Opdrachten maken paragraaf 4 

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoel
  • wat is de rijksbegroting en miljoenennota
  • wat is een begrotingstekort of begrotingsoverschot
  • wat is een staatsschuld en hoe lost het Rijk dit op 

Slide 3 - Tekstslide

Rijksbegroting en Miljoenennota
De rijksbegroting is een overzicht van alle inkomsten en uitgaven die de rijksoverheid in het komende jaar verwacht

De miljoenennota is een samenvatting van de rijksbegroting

Slide 4 - Tekstslide

Rijksbegroting & Miljoenennota

Slide 5 - Tekstslide

Begrotingstekort
Als de overheid meer uitgaven dan inkomsten verwacht, heeft ze een begrotingstekort.

Tegenovergestelde is een begrotingsoverschot

Slide 6 - Tekstslide

Begrotingstekort & -overschot
  • Begrotingstekort 
  • Geld lenen
  • Bezuinigen
  • Belastingen verhogen
  • Begrotingsoverschot 
  • Schuld aflossen
  • Meer uitgeven

Slide 7 - Tekstslide

Staatsschuld
Door een begrotingstekort ontstaat er een staatsschuld.
De overheid leent geld van banken, pensioenfondsen, verzekeraars en burgers om het tekort op te lossen.

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Video

Hoe noem je de toelichting op de Rijksbegroting waarin de regering uitlegt welke keuzes zij gemaakt heeft?
A
Begrotingstekort
B
Miljoenennota
C
Staatsschuld
D
Troonrede

Slide 10 - Quizvraag

Er is een ... als de overheidsuitgaven lager zijn dan de inkomsten.
A
begrotingstekort
B
begrotingsoverschot

Slide 11 - Quizvraag

Een begrotingstekort zal ... als de kosten voor de aanleg van een snelweg tegenvallen.
A
afnemen
B
toenemen

Slide 12 - Quizvraag

Doordat de staat door de verkoop van gas minder geld ontvangt dan verwacht, stijgt het .. .
A
begrotingsoverschot
B
begrotingstekort

Slide 13 - Quizvraag

De overheid geeft in een bepaald jaar € 302,1 miljard uit. Nederland heeft 17,4 miljoen inwoners. Hoeveel geeft de overheid gemideld aan een inwoner.
A
€ 17.362
B
€ 16.362
C
€ 18.362
D
€ 19.362

Slide 14 - Quizvraag

De overheid heeft in een jaar € 302,1 miljard aan uitgaven. De inkomsten zijn € 305,5 miljard. Bereken het saldo van de overheid.
A
overschot4,1 miljard
B
overschot 4,3 miljard
C
tekort 4,3 miljard
D
tekort 4,1 miljard

Slide 15 - Quizvraag

Opdrachten maken
  • Maak de opdrachten van paragraaf 4 
  • In stilte
  • 15 minuten
  • Huiswerkcontrole 
timer
1:00

Slide 16 - Tekstslide