18 mei boek oa 9

Ontwikkelingspsychologie
Herhaling 

   

1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
OntwikkelingspsychologieMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

Ontwikkelingspsychologie
Herhaling 

   

Slide 1 - Tekstslide

Inhoudsopgave

Hoi! Hoe is het? 
Boek OA Thema 9  Theorieën
Pauze
Quiz
Boek OA Thema 6 intercultureel werken

Slide 2 - Tekstslide

Onderwijsassistent 
Thema 9

Slide 3 - Tekstslide

9.1
Leerproblemen: een kind kan op een bepaald gebied moeilijk meekomen op school. (tijdelijk en oorzaak buiten zichzelf)

Leerstoornis: ernstigere leerproblemen waarvan de oorzaak ook binnen het kind gezocht kan worden (dyslexie en dyscalculie) 

Slide 4 - Tekstslide

9.2 Gedragsproblemen
Gedragsproblemen: ongewenst gedrag komt vaak en langdurig voor, is storend voor de omgeving en heeft nadelige gevolgen voor het kind. 

Externaliserend probleemgedrag: naar buiten gericht gedrag (driftbuien, druk gedrag, pestgedrag, etc.)

Internaliserend probleemgedrag: naar binnen gericht gedrag (somberheid, faalangst, etc.)

Gedragsstoornis: extreem probleemgedrag houdt lang aan en past niet meer bij de ontwikkelingsfase.

Slide 5 - Tekstslide

9.3 Opvoedingsproblemen
Opvoedingsproblemen: de opvoeder weet gedurende een langere periode niet hoe ze met het gedrag van hun kind moeten omgaan waardoor de relatie onder druk komt te staan.

Slide 6 - Tekstslide

9.4 Maatschappelijke veranderingen
Theorie: een geheel van ideeën , voorspellingen en verklaringen rond een bepaald thema. 

Nature-nurture-vraag: nature: aanleg of aangeboren gedrag, nurture: aangeleerd gedrag (omgeving)

Slide 7 - Tekstslide

9.5 Psychoanalyse #aangeboren
Psychoanalyse, Sigmund Freud  blz. 187 
  • 5 ontwikkelingsfasen = Lezen! 
  • Fixatie Als de bevrediging van een behoefte in een bepaalde ontwikkelingsfase onvoldoende of juist te veel is.


Slide 8 - Tekstslide

9.6 Leertheorie #aangeleerd
Leertheorie (Pavlov):
Klassieke conditionering: stimulus -respons model. 
Operante conditionering : kijkt naar gevolgen van gedrag. Bij beloning van het gedrag zal het vaker voorkomen ,straffen neemt het af.
Sociale leertheorie: modeling: mensen leren door observeren. Tussen de stimulus en de respons zit nog, de mens. 

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

9.6 Leertheorie
Leertheorie (Pavlov):
Klassieke conditionering: stimulus -respons model. 

Slide 11 - Tekstslide

9.6 Leertheorie
Operante conditionering : kijkt naar gevolgen van gedrag. Bij beloning van het gedrag zal het vaker voorkomen ,straffen neemt het af.

Slide 12 - Tekstslide

9.6 Leertheorie
Sociale leertheorie: modeling: mensen leren door observeren. Tussen de stimulus en de respons zit nog, de mens. De mens maakt een bepaalde keuze voor het gedrag. 

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Video

9.6 Leertheorie #aangeleerd
Leertheorie (Pavlov):
Klassieke conditionering: stimulus -respons model. 
Operante conditionering : kijkt naar gevolgen van gedrag. Bij beloning van het gedrag zal het vaker voorkomen ,straffen neemt het af.
Sociale leertheorie: modeling: mensen leren door observeren. Tussen de stimulus en de respons zit nog, de mens. 

Slide 15 - Tekstslide

9.7 Interactiemodel
Het gedrag is een gevolg van interactie tussen personen en zijn omgeving. 

Gedragsproblemen? Ligt niet aan de omgeving en niet aan het kind, maar..... aan de interactie! 

Slide 16 - Tekstslide

9.8 Het ecologisch model
Het ecologisch model: Bronfenbrenner
- 5 niveaus:
1. micro niveau
2. meso niveau
3. exoniveau
4. marconiveau
5. chrononiveau
Een verandering in het ene niveau kan invloed hebben op het andere niveau. 

Slide 17 - Tekstslide

9.8 Het ecologisch model
Het ecologisch model: Bronfenbrenner






Een verandering in het ene niveau kan invloed hebben op het andere niveau. 
1) Kind dagelijkse omgeving
2) Relatie school en gezin
3) Kind geen deel van. Wel invloed. (schoolbeleid, werk ouders.)
4. invloeden uit cultuur en sub cultuur. 
5. normale en niet normale gebeurtenissen. 

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

In welke theorie speelt leren door observeren een belangrijke rol.
A
operante conditionering
B
sociale leertheorie
C
klassieke conditionering
D
ecologisch model

Slide 20 - Quizvraag

Een kind is in de orale fase overdreven veel met zijn mond bezig geweest. Hoe noemt Sigmund Freud dit?
A
Latentie
B
Stagnatie
C
Fixatie
D
Regressie

Slide 21 - Quizvraag

Het gedrag kan voortkomen uit aangeboren of aangeleerd gedrag.
Hoe noemen we dit?
A
nature- nurture vraag
B
een gemende theorie
C
leertheorie
D
extern en intern vraag

Slide 22 - Quizvraag

Een jongetje met een gedragsstoornis zegt ergens geen zin in te hebben en doet het niet. Nu willen de andere kinderen het ook niet meer doen.
Welke theorie past hier bij?
A
klassieke conditionering
B
operante conditionering
C
ecologisch model
D
sociale leertheorie

Slide 23 - Quizvraag

Kim heeft geen zin in om te lezen in een leesboek. De juf geeft aan dat ze 10 minuten moet lezen in het leesboek. Als Kim dat doet, mag ze eerder buitenspelen.
Welke theorie past hierbij?
A
klassieke conditionering
B
operante conditionering
C
ecologisch model
D
sociale leertheorie

Slide 24 - Quizvraag

Tim kijkt vaak filmpjes op TikTok van een karatevlogger. Nu probeert Tim met een speciale slag zijn potlood doormidden te slaan.
Bij welk niveau van het ecologisch model past dit?
A
micro
B
meso
C
chrononiveau
D
macro

Slide 25 - Quizvraag

6 Interculturele communicatie
Wat is dat nou weer? 
Wat is een dialoog? 


                               Communicatie is altijd maatwerk.  
                    inlevingsvermogen, luisteren, kennis

Slide 26 - Tekstslide

6 Interculturele communicatie
Culturele diversiteit is een variatie van culturen binnen de samenleving. 

Assimilatie model
Dominante cultuur overheerst. Eigen cultuur naar de achtergrond. 
Melting pot.
Verschillende culturen versmelten naar een nieuwe cultuur. 
Salad bowl
Iedereen behoudt zijn eigen cultuur. 
Segratiemodel
Groepen leven naast elkaar, fysiek en sociaal gescheiden. 


Slide 27 - Tekstslide

6 Interculturele communicatie
Tussen imago en identiteit zitten verschillen. 
Imago = het beeld wat anderen van je hebben. 
Identiteit = het beeld dat je van jezelf hebt. 

Slide 28 - Tekstslide

McCleland 
Slechts een klein stukje van wie je
werkelijk bent is zichtbaar. 

Identiteit komt niet altijd overeen
met je imago. 

Slide 29 - Tekstslide

6 Interculturele communicatie
Discriminatie
Generaliseren = ??? WAT IS DAT NOU WEER? 

Slide 30 - Tekstslide

6 Interculturele communicatie
Discriminatie
Generaliseren = Je trekt de conclusie over een hele groep op basis van één voorbeeld. 

Stereotypering --> Hij is lui..  Ze zullen allemaal wel lui zijn. 

Slide 31 - Tekstslide

6 Interculturele communicatie
David Pinto   ---> Culturen in twee groepen. 
  • Fijnmazige cultuur = Traditioneel.  Duidelijke gedragsregels meer controle. -- Niet Westerse culturen
  • Grofmazige cultuur =  Individu, Minder regels, -- Westerse culturen

Slide 32 - Tekstslide

6 Interculturele communicatie
David Pinto   ---> Culturen in twee groepen. Kennis = overbruggen!





Culturele synergie betekent dat mensen van verschillende culturele achtergronden ingrediënten uit hun culturen kunnen samenvoegen. 

Slide 33 - Tekstslide

Had je er wat aan?
Dankjewel! 


Slide 34 - Tekstslide