CONJUNCTUUR · OUTPUT GAP
Quiz
Terugblik: Conjunctuur en koopkracht
CONJUNCTUUR · OUTPUT GAP
Quiz
Terugblik: Conjunctuur en koopkracht
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Ron Kroon / Anefo / Nationaal Archief, Wikimedia Commons, CC0
Y* = 800 mld, output gap -5% van Y*. Y = ?
5% van 800 is 40, dus Y = 760 mld euro. Verwachte fout: 840 (optellen).
De geaggregeerde vraag stijgt sterk, terwijl Y* gelijk blijft. Wat volgt?
Een negatieve output gap en stijgende werkloosheid
Een hogere potentiële productie Y*
Een positieve output gap en oplopende inflatie
Een lagere natuurlijke werkloosheid
Vraag boven het aanbod geeft overbesteding. Y* en de natuurlijke werkloosheid veranderen niet door de vraag. Verwachte fout: de vraag verwarren met het aanbod.
Het bbp-niveau stijgt, maar de bbp-groei daalt. Wat betekent dat?
De economie groeit nog, maar minder snel
De economie krimpt
Het bbp-niveau daalt
De economie groeit sneller dan eerst
Groei is de verandering; het niveau stijgt zolang de groei positief is.
Zet op volgorde: hoogste koopkracht eerst
Hoe lager het prijsindexcijfer, hoe hoger de koopkracht. Verwachte fout: de volgorde omdraaien.
Vul in: onverwachte inflatie
Bij een vaste nominale rente verliezen schuldeisers door onverwachte inflatie en winnen schuldenaren. De onzekerheid hierover geeft een welvaartsverlies voor de hele economie.
Schuldeisers ontvangen minder koopkracht terug, schuldenaren lossen af met minder koopkracht. De onzekerheid is het welvaartsverlies.
Nominale rente 3%; verwachte inflatie stijgt van 1% naar 2%. Wat doet de reële rente?
Ze stijgt, omdat de prijzen stijgen
Ze blijft gelijk, want de nominale rente blijft gelijk
Ze wordt negatief
Ze daalt, maar blijft positief
1,03 : 1,01 - 1 is ongeveer 1,98%; 1,03 : 1,02 - 1 is ongeveer 0,98%. Verwachte fout: de inflatie niet meenemen.
Door laagconjunctuur raken veel mensen werkloos. Welk verlies treedt op?
De potentiële productie Y* daalt direct evenveel
Productie en inkomen gaan verloren
De output gap wordt positief
De inflatie loopt op
Werkloosheid boven de natuurlijke werkloosheid betekent gemiste productie en inkomen. Bij laagconjunctuur is de output gap negatief en loopt de inflatie terug.
Mo krijgt 3% meer loon en voelt zich 3% rijker, maar de inflatie is 3%. Wat is dit?
Geldillusie: hij verwart nominaal en reëel
Deflatie: zijn koopkracht is gestegen
Een reële loonstijging van 3%
Een positieve output gap
Reëel verandert er niets: 1,03 : 1,03 - 1 = 0. Mo verwart nominaal en reëel: geldillusie.
Bij een kleine negatieve output gap verhoogt het kabinet de uitgaven enorm. Risico?
Onderbesteding en deflatie: de timing is te laat
Een lagere natuurlijke werkloosheid: te kleine dosering
Overbesteding en meer inflatie: de dosering is te groot
Minder inflatie: de dosering is te groot
Een te grote stimulans schiet door naar overbesteding en hogere inflatie.
De CPI stijgt van 150 naar 159. Wat is de inflatie?
9%
6%
5,7%
1,06%
159 : 150 = 1,06, dus 6%. Verwachte fouten: 9% (indexpunten) en 5,7% (delen door 159).
De werkloosheid is gelijk aan de natuurlijke werkloosheid. Wat is de output gap?
Positief: er is overbesteding
Negatief: er is onderbesteding
Niet te bepalen zonder de CPI
Nul: Y is gelijk aan Y*
De natuurlijke werkloosheid hoort bij Y; is de werkloosheid gelijk, dan is Y gelijk aan Y.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
CONJUNCTUUR · OUTPUT GAP
Goed gedaan!
Je kunt nu de conjunctuur beschrijven met de output gap, de natuurlijke werkloosheid en de conjunctuurfase, en reële en nominale grootheden exact berekenen. Let bij elke examenvraag op het teken en op exact rekenen.
Deze slide heeft geen instructies