CONJUNCTUUR · IS-MB-GA
Quiz
Terugblik: IS-MB-GA en scholen
CONJUNCTUUR · IS-MB-GA
Quiz
Terugblik: IS-MB-GA en scholen
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Ypsilon / Wikimedia Commons, CC0
Wat geeft de IS-curve weer?
Y en inflatie bij evenwicht op de goederenmarkt
Y en reële rente bij evenwicht op de arbeidsmarkt
Y en reële rente bij evenwicht op de goederenmarkt
Y en nominale rente bij een begrotingsevenwicht
De IS-curve laat combinaties van inkomen en reële rente zien waarbij productie gelijk is aan bestedingen. Verwachte fout: inflatie op de verticale as zetten.
Vul in
Conjuncturele werkloosheid treedt op bij een negatieve output gap en neemt toe als die gap negatiever wordt.
Conjuncturele werkloosheid hoort bij Y onder Y* en groeit mee met de negatieve output gap.
Y is 1.030 en Y* is 1.000. Wat is de output gap in procenten van Y*?
-3%
+3%
+30%
+0,3%
Output gap = Y min Y* = 30; 30 gedeeld door 1.000 is 3%. Verwachte fout: het teken omdraaien of de verhouding verkeerd afronden.
De IS schuift naar rechts en MB ligt vast. Wat doen rente en Y?
Reële rente stijgt en Y blijft gelijk
Reële rente daalt en Y stijgt
Reële rente en Y stijgen allebei
Reële rente blijft gelijk en Y stijgt
De MB-curve is horizontaal: de reële rente wordt door de centrale bank gezet en blijft gelijk. Y stijgt tot het nieuwe snijpunt.
Een centrale bank heeft een sterke afkeer van inflatie. Wat volgt?
MB schuift bij inflatie minder omhoog
De IS-curve wordt steiler
De GA-curve wordt verticaal
MB schuift bij inflatie sterker omhoog
Bij sterkere afkeer van inflatie past de centrale bank de rente sterker aan. Verwachte fout: dit koppelen aan IS of GA.
Welk effect heeft vraagstimulering bij een verticale GA-curve?
Y en de inflatie stijgen allebei
Alleen de inflatie stijgt, Y blijft gelijk aan Y*
Alleen Y stijgt, de inflatie blijft gelijk
Y stijgt en de inflatie daalt
Verticale GA: Y = Y*, dus vraagstimulering werkt alleen op de inflatie.
Wat is Y* in het model?
Y is de potentiële productie. Verwachte fout: Y aanzien voor de feitelijke productie of de natuurlijke werkloosheid.
De overheid wil de economie stimuleren. Wat adviseren Keynesianen?
Monetair beleid, want dat is krachtig
Niets doen, want Y is altijd gelijk aan Y*
Begrotingsbeleid, want dat is krachtig
Alleen een lagere inflatiedoelstelling
Keynesianen: steile IS en een MB die weinig verschuift, dus begrotingsbeleid is krachtig en monetair beleid zwak. Niets doen past bij de neo- en nieuwklassieken.
Wat laat de MB-curve zien?
De reële rente die de centrale bank zet bij elk Y
De inflatie die de centrale bank verwacht bij elk Y
Het inkomen waarbij de goederenmarkt in evenwicht is
Het aanbod van bedrijven bij elke inflatie
MB is de monetaire beleidsregel: een horizontale lijn bij de reële rente van de centrale bank.
De IS-curve is vlak. Wat zegt dat over de bestedingen?
Ze reageren weinig op de rente
Ze reageren sterk op de rente
Ze reageren sterk op de inflatie
Ze reageren niet op autonome bestedingen
Een vlakke IS: een kleine renteverandering geeft een grote verandering van Y. Dit is het beeld van de monetaristen. Verwachte fout: dit verwarren met een steile IS.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
CONJUNCTUUR · IS-MB-GA
Goed gedaan!
Je kunt nu uitleggen hoe IS, MB en GA samen Y en inflatie bepalen, hoe verwachtingen de GA-curve verschuiven en hoe de economische scholen verschillen.
Deze slide heeft geen instructies