IS-MB-GA en scholen (Economie vwo), les 3: Terugblik quiz

CONJUNCTUUR · IS-MB-GA

Quiz

Terugblik: IS-MB-GA en scholen

1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
Nieuwe lesbewerkerEconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Introductie

Terugblikquiz met tien vragen over IS, MB, GA, output gap, conjuncturele werkloosheid en de economische scholen.

Onderdelen in deze les

CONJUNCTUUR · IS-MB-GA

Quiz

Terugblik: IS-MB-GA en scholen

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Ypsilon / Wikimedia Commons, CC0

Wat geeft de IS-curve weer?

A

Y en inflatie bij evenwicht op de goederenmarkt

B

Y en reële rente bij evenwicht op de arbeidsmarkt

C

Y en reële rente bij evenwicht op de goederenmarkt

D

Y en nominale rente bij een begrotingsevenwicht

De IS-curve laat combinaties van inkomen en reële rente zien waarbij productie gelijk is aan bestedingen. Verwachte fout: inflatie op de verticale as zetten.

Vul in

Conjuncturele werkloosheid treedt op bij een negatieve output gap en neemt toe als die gap negatiever wordt.

Conjuncturele werkloosheid
negatieve
negatiever
Natuurlijke werkloosheid
positieve

Conjuncturele werkloosheid hoort bij Y onder Y* en groeit mee met de negatieve output gap.

Y is 1.030 en Y* is 1.000. Wat is de output gap in procenten van Y*?

A

-3%

B

+3%

C

+30%

D

+0,3%

Output gap = Y min Y* = 30; 30 gedeeld door 1.000 is 3%. Verwachte fout: het teken omdraaien of de verhouding verkeerd afronden.

De IS schuift naar rechts en MB ligt vast. Wat doen rente en Y?

A

Reële rente stijgt en Y blijft gelijk

B

Reële rente daalt en Y stijgt

C

Reële rente en Y stijgen allebei

D

Reële rente blijft gelijk en Y stijgt

De MB-curve is horizontaal: de reële rente wordt door de centrale bank gezet en blijft gelijk. Y stijgt tot het nieuwe snijpunt.

Een centrale bank heeft een sterke afkeer van inflatie. Wat volgt?

A

MB schuift bij inflatie minder omhoog

B

De IS-curve wordt steiler

C

De GA-curve wordt verticaal

D

MB schuift bij inflatie sterker omhoog

Bij sterkere afkeer van inflatie past de centrale bank de rente sterker aan. Verwachte fout: dit koppelen aan IS of GA.

Welk effect heeft vraagstimulering bij een verticale GA-curve?

A

Y en de inflatie stijgen allebei

B

Alleen de inflatie stijgt, Y blijft gelijk aan Y*

C

Alleen Y stijgt, de inflatie blijft gelijk

D

Y stijgt en de inflatie daalt

Verticale GA: Y = Y*, dus vraagstimulering werkt alleen op de inflatie.

Wat is Y* in het model?

Y is de potentiële productie. Verwachte fout: Y aanzien voor de feitelijke productie of de natuurlijke werkloosheid.

De overheid wil de economie stimuleren. Wat adviseren Keynesianen?

A

Monetair beleid, want dat is krachtig

B

Niets doen, want Y is altijd gelijk aan Y*

C

Begrotingsbeleid, want dat is krachtig

D

Alleen een lagere inflatiedoelstelling

Keynesianen: steile IS en een MB die weinig verschuift, dus begrotingsbeleid is krachtig en monetair beleid zwak. Niets doen past bij de neo- en nieuwklassieken.

Wat laat de MB-curve zien?

A

De reële rente die de centrale bank zet bij elk Y

B

De inflatie die de centrale bank verwacht bij elk Y

C

Het inkomen waarbij de goederenmarkt in evenwicht is

D

Het aanbod van bedrijven bij elke inflatie

MB is de monetaire beleidsregel: een horizontale lijn bij de reële rente van de centrale bank.

De IS-curve is vlak. Wat zegt dat over de bestedingen?

A

Ze reageren weinig op de rente

B

Ze reageren sterk op de rente

C

Ze reageren sterk op de inflatie

D

Ze reageren niet op autonome bestedingen

Een vlakke IS: een kleine renteverandering geeft een grote verandering van Y. Dit is het beeld van de monetaristen. Verwachte fout: dit verwarren met een steile IS.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

CONJUNCTUUR · IS-MB-GA

Goed gedaan!

Je kunt nu uitleggen hoe IS, MB en GA samen Y en inflatie bepalen, hoe verwachtingen de GA-curve verschuiven en hoe de economische scholen verschillen.

Deze slide heeft geen instructies