Overheid en pensioen (Economie vwo), les 3: Terugblik quiz

TIJD · OVERHEID EN PENSIOEN

Quiz

Terugblik: Overheid en pensioen

1 / 13
volgende
Slide 1: Slide
newEditorEconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Introductie

Terugblikquiz met tien vragen over voorraad en stroom, procentpunten, quotes, levensloop, belastingspreiding, intergenerationele ruil en het Stabiliteits- en groeipact.

Onderdelen in deze les

TIJD · OVERHEID EN PENSIOEN

Quiz

Terugblik: Overheid en pensioen

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Steven Lek / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Welke grootheid is een voorraadgrootheid?

A

Het begrotingssaldo over het jaar

B

Het begrotingstekort in dat jaar

C

De staatsschuld aan het eind van het jaar

D

De rente die in dat jaar wordt betaald

Een voorraad meet je op één moment; saldo, tekort en betaalde rente gelden over een jaar.

De staatsschuldquote daalt van 64% naar 60%. Wat is de daling?

A

6,25 procentpunten

B

4 procentpunten

C

4 procent

D

60 procentpunten

64 - 60 = 4 procentpunten. 6,25 is de procentuele daling (4/64), niet de verandering in procentpunten.

Schuld blijft 600, bbp groeit van 1.000 naar 1.200. Wat doet de staatsschuldquote?

A

Hij blijft 60%, want de schuld is gelijk

B

Hij stijgt, want het bbp is hoger

C

Hij daalt van 60% naar 40%

D

Hij daalt van 60% naar 50%

600/1.000 = 60% en 600/1.200 = 50%. Verwachte fout: denken dat de quote alleen van de schuld afhangt.

Zet van laagste naar hoogste staatsschuldquote

1

Staatsschuld 300, bbp 1.000

2

Staatsschuld 350, bbp 350

3

Staatsschuld 450, bbp 900

4

Staatsschuld 720, bbp 1.200

Quotes: 30%, 50%, 60% en 100%.

Vul in

Over hun levensloop willen gezinnen hun consumptie gladstrijken: ze lenen als ze jong zijn en interen als ze gepensioneerd zijn.

levensloop
gladstrijken
interen
aflossen
belastingspreiden

Lenen als je jong bent, sparen als je werkt, interen als je gepensioneerd bent.

Wat hebben een gezinslening en een tekort van de overheid gemeen?

A

Beide worden later uit belasting terugbetaald

B

Beide vallen onder het Stabiliteits- en groeipact

C

Beide worden afgelost door toekomstige generaties

D

Beide verschuiven bestedingen van later naar nu

Beide zijn ruil over de tijd: nu meer besteden, later minder. Alleen de overheid heft belasting en valt onder het pact.

Een land heeft een tekortquote van 3% en een staatsschuldquote van 60%. Wat geldt?

A

Het schendt de eis voor het tekort

B

Het voldoet precies aan beide eisen

C

Het schendt de eis voor de schuld

D

Het schendt beide eisen

Het tekort mag niet boven 3% en de schuld niet boven 60% komen: precies op de grens mag.

Welke bewering over het kapitaaldekkingsstelsel klopt?

A

De uitkering komt uit de premies van de werkenden nu

B

Een kleinere groep werkenden verlaagt direct de uitkering

C

De uitkering hangt af van de eigen opgebouwde pot

D

Het stelsel is een ruil tussen twee generaties

Bij kapitaaldekking spaart elke werkende voor zichzelf. De andere beweringen horen bij het omslagstelsel.

Een brug gaat 60 jaar mee. Welke financiering past bij belastingspreiding?

A

Lenen en de last over de jaren verdelen

B

Alles in één jaar uit belasting betalen

C

Het tekort laten oplopen zonder ooit belasting te heffen

D

De belasting alleen in het eerste jaar verhogen

Belastingspreiding: lenen en over meer jaren belasting heffen, zodat het welvaartsverlies wordt gespreid en latere gebruikers meebetalen.

Leg intergenerationele ruil kort uit.

Goed: de ene generatie betaalt voor een andere, bijvoorbeeld werkenden die via het omslagstelsel de pensioenen van ouderen betalen en rekenen op de volgende generatie. Verwachte fout: sparen voor jezelf noemen.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

TIJD · OVERHEID EN PENSIOEN

Goed gedaan!

Je kunt nu uitleggen hoe de overheid en gezinnen over de tijd ruilen: van staatsschuld en belastingspreiding tot pensioen tussen generaties.

Deze slide heeft geen instructies