TC A1 - 4.10

Thema 4.10 de Euro
Vandaag leer je woorden over geld.
Vragen en zeggen hoeveel iets kost.
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2ISK

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Thema 4.10 de Euro
Vandaag leer je woorden over geld.
Vragen en zeggen hoeveel iets kost.

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Link

Waar is Faisa? ___________________________________________________________________
Wat koopt Faisa?
a. 1 kilo aardappels
b. 1 kilo appels en 5 bananen
c. 1 kilo aardappels en 5 bananen
Wat betaalt Faisa? ______________________________________________________________

Thema 4.10 De euro

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

 4.10 De euro
  1. betalen
  2. de euro
  3. verschillend
  4. het briefje
  5. de munt
  6. de cent
  7. het bedrag
  8. gebruiken
  9. kosten
  10. bijna

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

betalen (ww)
  • Je geeft geld voor iets

  • Ik betaal
  • Jij betaalt - Betaal jij?
  • Hij betaalt
  • Wij betalen

  • zin: Ik betaal de boodschappen.

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

de euro
  • de euro

  • zin: Ik geef hem 1 euro.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

verschillend
  • niet hetzelfde
  • verschillend <-> hetzelfde

  • zin: Een briefje van vijf en tien zijn verschillend van kleur.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

het briefje
  • het briefje - de briefjes

  • zin: Hoeveel briefjes heb jij in je portemonnee?

 

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

de munt
  • de munt - de munten

  • zin: Ik heb twee munten in mijn portemonnee.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

de cent
  • honderdste deel van een euro (1/100)
  • de cent - de centen

  • zin: Hoeveel centen is
    € 2,39?
  • 239 centen

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

het bedrag
  • een hoeveelheid geld
  • wat je voor iets moet betalen

  • zin: Ik koop deze taart voor een bedrag van 15 euro.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

gebruiken (ww)
  • Ik gebruik
  • Jij gebruikt - Gebruik jij?
  • Hij gebruikt
  • Wij gebruiken

  • zin: Ik gebruik een mes om de taart in stukken te snijden.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

kosten (ww)
  • hoeveel geld je ervoor moet betalen

  • zin: Deze fiets kost € 235.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

bijna
  • nog net niet helemaal

  • zin: De vrouw is bijna bij de finish.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Maak opdracht 69, 70, 71, 
72, 74 en 75

ben je klaar?

Maak de computeropdrachten op de ELO!

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1 Hij ... de boodschappen.
(werkwoord betalen)

Slide 16 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

2 Wat is het meervoud van 'het briefje'?
A
het briefjes
B
de briefjes
C
de brieven
D
de briefjen

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

3 Als iets niet hetzelfde is, dan is het ... .

Slide 18 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

4 In mijn portemonnee
zitten briefjes en ... .

Slide 19 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

5 Een kinderijsje kost 75 ... .
A
zent
B
euro
C
uero
D
cent

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

6 Ik koop deze fiets voor een ...
van 150 euro.
A
bedraag
B
gebruik
C
bedrag
D
gebiuk

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

7 ... jij een lepel om soep te eten?

Slide 22 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

8 Hoeveel ... een taart?

Slide 23 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

9 Het is nu maart de winter is ..... klaar.
A
bijna
B
bjina
C
beina
D
bijnaa

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

10 Wat is de regel voor het maken van een vraagzin?
A
wie / wat + ww + rest
B
vraagwoord + ww + wie / wat + rest
C
vraagwoord + wie / wat ww + rest
D
ik weet het niet

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies