Thema 8 werk - H4 taalverzorging

Thema 8 werk - H4 taalverzorging
hun of zij
jou en jouw - u en uw - mij en mijn
persoonsvorm spellen in de tegenwoordige tijd
persoonsvorm spellen in verleden tijd
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 2

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

Thema 8 werk - H4 taalverzorging
hun of zij
jou en jouw - u en uw - mij en mijn
persoonsvorm spellen in de tegenwoordige tijd
persoonsvorm spellen in verleden tijd

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoelen
* Ik kan veelgemaakte taalverzorgingsfouten herkennen en verbeteren.
* Ik kan de persoonsvorm juist spellen.
* Ik kan een tekst schrijven in de verleden tijd. 

Slide 2 - Tekstslide

Welke reclametechnieken kan jij nog benoemen?

Slide 3 - Woordweb

Slide 4 - Video

zij of hun
Een veelgemaakte taalverzorgingsfout is dat 'hun' als het onderwerp wordt gebruikt in een zin. 
Dit is fout want 'hun' kan nooit het onderwerp zijn. Je gebruikt dan altijd zij. 

Hun werken in de kantine.
Zij werken in de kantine.
Hun reden met de vrachtwagen naar de loods.
Zij reden met de vrachtwagen naar de loods. 

Slide 5 - Tekstslide

De collega's ruimden hun/zij magazijn op.
A
hun
B
zij

Slide 6 - Quizvraag

Hebben hun/zij het verkeerde schoonmaakmiddel gebruikt?
A
hun
B
zij

Slide 7 - Quizvraag

Slide 8 - Video

jouw en jou - u en uw - mij en mijn
jou - u en mij om naar mensen te wijzen.
* Zij geeft jou een bezem voor de vloer.
* Hij heeft mij een leuk verhaal verteld. 

jouw - uw en mijn om bezit aan te geven. 
- Dat is jouw laptop
- Uw haar is mooi gekleurd.

Slide 9 - Tekstslide

Wie heeft jou/jouw gevraagd om dat klusje te doen?
A
jou
B
jouw

Slide 10 - Quizvraag

De vuilnismannen vergeten mij/mijn vuilniszak steeds mee te nemen.
A
mijn
B
mij

Slide 11 - Quizvraag

Channah neemt u/uw advies graag aan.
A
u
B
uw

Slide 12 - Quizvraag

De persoonsvorm spellen in tt

Slide 13 - Tekstslide

Onze nieuwe collega (houden)......erg van thee.

Slide 14 - Open vraag

Zwakke en sterke werkwoorden
Zwakke werkwoorden
blijven in een andere tijd hetzelfde klinken.

Sterke werkwoorden 
hebben de kracht om in de verleden tijd van klank te veranderen.
bijv: ik loop-ik liep

Slide 15 - Tekstslide

Zwakke werkwoorden




Sterke werkwoorden


Werkwoord
Tegenwoordige tijd
Verleden tijd
Maken
ik maak
ik maakte
Werken
ik werk
ik werkte
Fietsen
ik fiets
ik fietste
Klappen
ik klap
ik klapde
Werkwoord
Tegenwoordige tijd
Verleden tijd
Slapen
ik slaap
ik sliep
Lopen
ik loop
ik liep
Kopen
ik koop
ik kocht
Schrijven
ik schrjijf
ik schreef
Wanneer een T of een D? 
Haal -en van het werkwoord af. Kijk naar de laatste letter. Staat de letter in het Kofschip? Dan een T. Staat de letter niet in het Kofschip? Dan een D.

Er zijn geen regels hoe je deze werkwoorden moet veranderen in de verleden tijd. Behalve 1 regel:
Sterke werkwoorden met een IJ, worden een E.
Schrijven - schreven
Rijden - reden

Slide 16 - Tekstslide

Vorige zomer (werken) Suraya op de schapenboerderij van haar oom.

Slide 17 - Open vraag

Gistermiddag (liggen)...alle bouwvakkers in het zonnetje te rusten.

Slide 18 - Open vraag

Aan de slag
Begin op bladzijde 280.
Maak opdracht 1, 2, 3, 4 en 5.

Klaar? Studiemeter - Starttaal Online - Starttaal Vooraf op weg naar 1F - Thema 8 werk - H4 taalverzorging - alle oefeningen. 

Succes! 

Slide 19 - Tekstslide