7.4 Energiegebruik

Wat voor soort
schakeling is dit?
A
serie
B
parallel
C
serie en parallel
1 / 23
volgende
Slide 1: Quizvraag
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmboLeerjaar 2

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Wat voor soort
schakeling is dit?
A
serie
B
parallel
C
serie en parallel

Slide 1 - Quizvraag


Serie of parallel?
A
Dit is een serieschakeling
B
Dit is een parallelschakeling

Slide 2 - Quizvraag

Kerstverlichting: Serie of parallel? Waarom?

Slide 3 - Open vraag

Slide 4 - Tekstslide

Welke boor gebruik je en waarom?

Slide 5 - Tekstslide

Welke auto gebruik je en waarom?
Welke je het leukst uit vindt zien telt niet mee!!

Slide 6 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Wat is vermogen ?
  • Hoe het vermogen te berekenen?
  • Hoeveel energie gebruikt een apparaat?
  • wat kost het om een apparaat te gebruiken?

Slide 7 - Tekstslide

Vermogen
Wat een apparaat kan

Een apparaat met meer vermogen (meer Watt) is sterker dan een apparaat met minder vermogen. 


Slide 8 - Tekstslide

Vermogen
Vermogen= de hoeveelheid energie die een apparaat per s omzet

De afkorting voor vermogen is de hoofdletter van het Engelse woord voor vermogen, power.
 
De eenheid van vermogen is  watt (W).


Slide 9 - Tekstslide

Vermogen
  • Op ieder toestel staat o.a. hoeveel vermogen het heeft
  • Het vermogen van dit toestel is...

Slide 10 - Tekstslide

Vermogen
Hoe groter het vermogen, hoe meer energie er wordt verbruikt.

Slide 11 - Tekstslide

Vermogen berekenen 
                  P = U . I

                    of:

Vermogen = Spanning x stroomsterkte

Slide 12 - Tekstslide

Energiegebruik
Reken je dus uit met het vermogen en de tijd

IN formule:
Energiegebruik = vermogen x tijd (uur)

Slide 13 - Tekstslide

Energiegebruik
Energiegebruik = vermogen x tijd (uur)

Als ik dit apparaat 1 uur gebruik, is 
het energiegebruik:

850 x 1 = 850 Wh

Slide 14 - Tekstslide

Energiegebruik
Energiegebruik = vermogen x tijd (uur)



1 uur:         850 x 1 = 850 Wh     = 0,85 kWh
2 uur:       850 x 2 = 1700 Wh     = 1,7 kWh
3 uur:       850 x 3 = 2550 Wh   = 2,255 kWh
3,5 uur: 850 x 3,5 = 2977 Wh    = 2,977 kWh

Slide 15 - Tekstslide

Het vermogen van een wasmachine is ... dan het vermogen van een telefoon.
A
Kleiner
B
Ongeveer hetzelfde
C
Groter
D
Kan je niet weten

Slide 16 - Quizvraag

Welk apparaat heeft
het grootste vermogen?
A
waterkoker
B
wasmachine

Slide 17 - Quizvraag

Zaklamp A heeft een vermogen van 5 W en zaklamp B heeft een vermogen van 10 W.

Welke zaklamp heeft het grootste vermogen?
A
zaklamp A
B
zaklamp B
C
Dit hangt af van de spanning
D
dit hang af van de stroomsterkte

Slide 18 - Quizvraag

Welk apparaat heeft denk je het grootste vermogen?
A
een fietslamp
B
een boormachine
C
een tosti-ijzer
D
een telefoon

Slide 19 - Quizvraag

Bereken het vermogen in kiloWatt als het vermogen 250 W is.
A
250 000 kW
B
0,250 kW
C
2,5 kW
D
25 kW

Slide 20 - Quizvraag

Wat is het vermogen?
A
Hoeveel energie een apparaat per seconde verbruikt.
B
Het aantal uur een batterij meegaat
C
Hoeveel elektrische stroom een apparaat aan kan.
D
Hoeveel energie een apparaat nodig heeft.

Slide 21 - Quizvraag

Wat is het vermogen?
A
230 Volt
B
0,3 Ampere
C
9 Volt
D
6 Watt

Slide 22 - Quizvraag

Vermogen is een grootheid.
Wat is de eenheid voor vermogen?
A
Watt (W)
B
Volt (V)
C
Power (p)
D
Ampère (A)

Slide 23 - Quizvraag