EVOLUTIE · MUTATIE, SELECTIE
Examentraining
Mutatie en evolutie: zo pak je examenvragen aan
EVOLUTIE · MUTATIE, SELECTIE
Examentraining
Mutatie en evolutie: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: John Gould / Wikimedia Commons, publiek domein
EVOLUTIE · MUTATIE, SELECTIE
Wat ga je kunnen?
Ik kan verbanden leggen tussen mutatie, selectie en soortvorming.
Deze slide heeft geen instructies
EVOLUTIE · MUTATIE, SELECTIE
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: wat is de situatie of wat staat er in de bron?
2. Zoek: welk begrip hoort erbij: mutatie, selectie of stamboom?
3. Denk: wat is de oorzaak en wat is het gevolg?
4. Controleer: past je antwoord bij alle gegevens in de vraag?
Deze slide heeft geen instructies
EVOLUTIE · MUTATIE, SELECTIE
Vraagtype 1: een stamboom lezen
Zoek de soorten die bij dezelfde vertakking horen.
Elke vertakking is een gemeenschappelijke voorouder.
Hoe recenter de vertakking, hoe nauwer verwant.
Voorbeeld: leeuw en tijger delen een recente voorouder.
Deze slide heeft geen instructies
Met welke soort is soort A het nauwst verwant?
Soort C
Soort D
Soort B
Soort E
A en B stammen af van voorouder 2. Verwachte fout: soort C kiezen, die ligt dichtbij maar vertakt eerder. Image credit: Eigen tekening
Van welke voorouder stammen alleen soort D en E af?
Voorouder 4
Voorouder 1
Voorouder 2
Voorouder 3
Alleen D en E komen uit voorouder 4. Voorouder 3 heeft ook soort C als nakomeling. Verwachte fout: voorouder 3. Image credit: Eigen tekening
EVOLUTIE · MUTATIE, SELECTIE
Vraagtype 2: een mutatie in een situatie
Kijk naar de cel waarin de mutatie ontstaat.
Kijk naar het milieu waarin het organisme leeft.
Bedenk wat de mutatie voor het organisme verandert.
Kies het antwoord dat bij de situatie past.
Deze slide heeft geen instructies
Een mutatie ontstaat in een huidcel van een hert. Krijgen de jongen die mutatie?
Ja, elke mutatie wordt doorgegeven
Ja, de jongen krijgen alles van het hert
Nee, want een mutatie wordt nooit doorgegeven
Nee, de mutatie zit niet in een geslachtscel
Alleen een mutatie in een geslachtscel gaat naar de nakomelingen. Verwachte fout: denken dat alle mutaties worden doorgegeven.
Dikke bladeren bewaren water, door een mutatie. Waar is dit het gunstigst?
In een vochtig regenwoud
In een droge woestijn
In een nat moeras
In een regenachtige polder
Of een mutatie gunstig is, hangt af van het milieu. In een droog gebied is water bewaren een voordeel.
EVOLUTIE · MUTATIE, SELECTIE
Vraagtype 3: selectie in een situatie
Bedenk eerst wat bepaalt wie overleeft en zich voortplant.
Bedenk dan of de individuen van elkaar verschillen.
Bedenk wat er na veel generaties met de groep gebeurt.
Gebruik begrippen als milieu, variatie en generatie.
Deze slide heeft geen instructies
Op een koud eiland overleven konijnen met dikke vacht. Wat selecteert hier?
De kou op het eiland
De mens, die de konijnen kiest
Een mutagene stof in het voedsel
Het erfelijk materiaal van de konijnen
Het milieu selecteert: de kou. Verwachte fout: de mens kiezen, dat is kunstmatige selectie.
Alle planten in een veld zijn erfelijk gelijk. Werkt natuurlijke selectie dan?
Ja, want het milieu kiest altijd een winnaar
Ja, want selectie maakt zelf nieuwe eigenschappen
Nee, want zonder variatie valt er niets te kiezen
Nee, want selectie bestaat alleen bij dieren
Selectie werkt alleen als individuen erfelijk van elkaar verschillen. Nieuwe eigenschappen komen van mutaties, niet van selectie.
EVOLUTIE · MUTATIE, SELECTIE
Vraagtype 4: een tabel lezen
Lees eerst de titel en wat er geteld is.
Zoek in de tabel de juiste generatie op.
Reken met de getallen uit de tabel, niet met een schatting.
Controleer of je antwoord bij de vraag past.
Deze slide heeft geen instructies
Vanaf welke generatie zijn de meeste muizen donker?
Generatie 1
Generatie 10
Generatie 5
Generatie 15
In generatie 10 zijn 70 van de 100 muizen donker, de eerste keer meer dan de helft. Verwachte fout: generatie 15, dat is niet de eerste. Image credit: Eigen tekening
Hoeveel donkere muizen per 100 kwamen er bij tussen generatie 5 en 10?
20
40
70
30
70 min 40 is 30. Verwachte fout: 70 kiezen, dat is het getal in generatie 10. Image credit: Eigen tekening
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Een stamboom lezen
Een mutatie in een situatie
Selectie in een situatie
Een tabel lezen
Bespreek het vraagtype met de meeste stemmen kort na.
EVOLUTIE · MUTATIE, SELECTIE
Tips voor op het examen
Alleen een mutatie in een geslachtscel gaat naar de nakomelingen.
Bij selectie vraag je: wie of wat bepaalt wie zich voortplant?
Een stamboom lees je van de wortel naar de soorten: elke vertakking is een voorouder.
Bij een tabel: lees de titel en reken met de getallen.
Deze slide heeft geen instructies