Les 2 Lengte en oppervlakte

Les 2

Lengte en oppervlakte


1 / 14
volgende
Slide 1: Slide
newEditorRekenenVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 4

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Les 2

Lengte en oppervlakte


Leerdoel

Aan het einde van de les kun je de lengte van een voorwerp opschrijven en omrekenen tussen millimeter, centimeter, decimeter en meter.

Wat weet je al over het meten in millimeters, centimeters, decimeters en meters?

Inleiding tot Lengtematen

We gebruiken verschillende eenheden om lengtes te meten: millimeter, centimeter, decimeter en meter.

De Millimeter

Een millimeter is de kleinste eenheid die we zullen gebruiken. Er passen 10 millimeters in één centimeter.

De Centimeter

Een centimeter bestaat uit 10 millimeters. Het wordt vaak gebruikt om kleine voorwerpen te meten.

De Decimeter

Een decimeter bestaat uit 10 centimeters. Het is handig voor het meten van grotere objecten.

De Meter

Een meter bevat 10 decimeters. Het is een standaardmaat voor grotere afstanden.

Praktische Oefening

Meet een voorwerp in de klas en schrijf de lengte op in verschillende eenheden.



Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.

Pak je boek Startrekenen 1F Leerwerkboek rekenen deel B

Blz. 29 t/m 34

Maak opdracht 3 t/m 9


Tijd over?

Studiemeter- Startrekenen online- 1F (blauwe leerwerkboeken)- Domein 3 Meten en meetkunde- Oefeningen- Lengte en oppervlakte- Lengte omrekenen en lengte aflezen