Les 2
Lengte en oppervlakte
Les 2
Lengte en oppervlakte
Leerdoel
Aan het einde van de les kun je de lengte van een voorwerp opschrijven en omrekenen tussen millimeter, centimeter, decimeter en meter.
Wat weet je al over het meten in millimeters, centimeters, decimeters en meters?
Inleiding tot Lengtematen
We gebruiken verschillende eenheden om lengtes te meten: millimeter, centimeter, decimeter en meter.
De Millimeter
Een millimeter is de kleinste eenheid die we zullen gebruiken. Er passen 10 millimeters in één centimeter.
De Centimeter
Een centimeter bestaat uit 10 millimeters. Het wordt vaak gebruikt om kleine voorwerpen te meten.
De Decimeter
Een decimeter bestaat uit 10 centimeters. Het is handig voor het meten van grotere objecten.
De Meter
Een meter bevat 10 decimeters. Het is een standaardmaat voor grotere afstanden.
Omrekenen tussen Maten
Praktische Oefening
Meet een voorwerp in de klas en schrijf de lengte op in verschillende eenheden.
Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.
Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.
Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.
Pak je boek Startrekenen 1F Leerwerkboek rekenen deel B
Blz. 29 t/m 34
Maak opdracht 3 t/m 9
Tijd over?
Studiemeter- Startrekenen online- 1F (blauwe leerwerkboeken)- Domein 3 Meten en meetkunde- Oefeningen- Lengte en oppervlakte- Lengte omrekenen en lengte aflezen