6 Vwo Economie par. 14.1

16.19a
Oorzaak werkloosheid niet conjunctureel, want ...

A
De vraag stijgt met 2,2%
B
Het aanbod stijgt met 2,2%
C
De stijging van de vraag naar producten > de stijging van de vraag naar werknemers
D
De stijging van de vraag naar producten < de stijging van de vraag naar werknemers
1 / 45
volgende
Slide 1: Quizvraag
EconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

In deze les zitten 45 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

16.19a
Oorzaak werkloosheid niet conjunctureel, want ...

A
De vraag stijgt met 2,2%
B
Het aanbod stijgt met 2,2%
C
De stijging van de vraag naar producten > de stijging van de vraag naar werknemers
D
De stijging van de vraag naar producten < de stijging van de vraag naar werknemers

Slide 1 - Quizvraag

16.19a
Economische groei betekent dat de ...(1) is/zijn gestegen. De arbeidsproductiviteit is in deze situatie dus ...(2)
A
1> productie 2> gedaald
B
1> productie 2> gestegen
C
1> bestedingen 2> gedaald
D
1> bestedingen 2> gestegen

Slide 2 - Quizvraag

16.19c
Tijdens een economische crisis verschuift de ...(1) naar ...(2)
A
1 vraaglijn 2 links
B
1 vraaglijn 2 rechts
C
1 aanbodlijn 2 links
D
1 aanbodlijn 2 rechts

Slide 3 - Quizvraag

6 Vwo Economie par. 14.1
Leerdoelen:

- Het kennen van het verschil tussen primair- en secundair inkomen
- Het kunnen samenstellen en analyseren van de Lorenzcurve
- Het kunnen analyseren van de Ginicoefficient
- Het kennen van de verdeling van de categoriale inkomensverdeling
- Het kunnen berekenen van de arbeidsinkomensquote e.d.


Slide 4 - Tekstslide

Kapitaal
Arbeid
Natuur
Ondernemerschap
Loon
Huur
Pacht
Winst
Rente

Slide 5 - Sleepvraag

Primair inkomen:

Alle beloningen productiefactoren

Inkomen uit arbeid + Inkomen uit bezit

Alle lonen, rentes, huren, pachten en winsten

Slide 6 - Tekstslide

Herverdeling inkomens door overheid via:

- ( progressief ) belastingsysteem

- overdrachtsinkomens, zoals uitkeringen

Slide 7 - Tekstslide

Dit is het besteedbaar inkomen (Yb)
De inkomensoverdrachten zijn uitkeringen. 

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Hoe is het inkomen verdeeld? De kloof?
  • De marktwerking resulteert in een verdeling van inkomsten en beloningen.
  • Zet alle mensen met een inkomen op een lange rij van arm tot rijk.
  • Schrijf erbij wat ze verdienen, en je hebt de inkomensverdeling

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

0

Slide 12 - Video

lorenz curve
horizontale as:
  • bevolking van 0 tot 100%, geordend op inkomen (hier: groepjes van 10% cumulatief)

verticale as:
  • het inkomen dat CUMULATIEF wordt verdient van het totale inkomen
  • je start bij 0% en eindigt bij 100%

Slide 13 - Tekstslide

DE LORENZ CURVE

Slide 14 - Tekstslide

DE LORENZ CURVE
Conclusies

De armste 40% verdient 10% van het inkomen
De rijkste 60% verdient 90% van het inkomen
De armste 80% verdient 50% van het inkomen
De rijkste 20% verdient 50% van het inkomen

Slide 15 - Tekstslide

1 voor 1 is veel werk, stel we delen de bevolking in 10 groepen op
armste 10% verdient 2% vh inkomen, dus roosterpunt ( 10, 2 )
armste 20% verdient 6% vh inkomen, dus roosterpunt ( 20, 6 ), enz.
  • De marktwerking resulteert in een verdeling van inkomsten en beloningen.
  • Zet alle mensen met een inkomen op een lange rij van arm tot rijk.
  • Schrijf erbij wat ze verdienen, en je hebt de inkomensverdeling

Slide 16 - Tekstslide

  • De marktwerking resulteert in een verdeling van inkomsten en beloningen.
  • Zet alle mensen met een inkomen op een lange rij van arm tot rijk.
  • Schrijf erbij wat ze verdienen, en je hebt de inkomensverdeling

Slide 17 - Tekstslide

Opgave 14.3
Roosterpunten
( 0, 0 ), ......................................................( 100, 100 )

Slide 18 - Tekstslide

Opgave 14.3
Roosterpunten
( 0, 0 ), ( 10; 2,8 ), ( 20; 7,5 ), ( 30; 13,4 ), ( 40; 20,3 ), ( 50; 28,2 ),
( 60; 37,2 ), ( 70; 47,5 ), ( 80; 59,4 ), ( 90; 74,0 ), ( 100, 100 )

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Hoe dichter de Lorenzcurve bij de 45* graden lijn ligt, hoe ... de inkomensverdeling
A
schever
B
eerlijker
C
minder scheef
D
minder eerlijk

Slide 22 - Quizvraag

De primaire inkomensverdeling is ... dan de secundaire
A
minder scheef
B
schever
C
minder eerlijk
D
eerlijker

Slide 23 - Quizvraag

De inkomensverdeling van Sierra Leone is ... dan die van Nederland
A
minder scheef
B
schever

Slide 24 - Quizvraag

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

Een andere maatstaf voor de inkomensverdeling is bijvoorbeeld

aandeel 9e deciel / aandeel 2e deciel 

1960: 15,1 / 3,5 = 4,3                                 2007: 13,8 / 5,8 = 2,4

Slide 27 - Tekstslide

Hoe hoger het kengetal
aandeel 9e deciel / aandeel 2e deciel
hoe ... de inkomensverdeling
A
schever
B
minder scheef

Slide 28 - Quizvraag

De Gini coefficient
De Gini coëfficiënt is een getal om de inkomensongelijkheid uit te drukken.

Slide 29 - Tekstslide

Ginicoefficient = oppA / (oppA+oppB)
Dus altijd tussen 0 en 1

Slide 30 - Tekstslide

Een daling van de gini-coëfficiënt geeft aan dat de verschillen kleiner worden. 
Een gini-coëfficiënt van 0? Dat kan in theorie, het inkomen is perfect gelijkmatig verdeeld.

Slide 31 - Tekstslide

Binnenlands inkomen:

Som van alle verdiende primaire inkomens
Som van alle lonen, huren, rentes, pachten en winsten

( = 100% )

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Tekstslide

Categoriale inkomensverdeling

Arbeidsinkomens <----------> Vermogensinkomens
inkomen uit arbeid                               inkomen uit bezit

Slide 34 - Tekstslide

Arbeidsinkomensquote
Arbeidsinkomens
AIQ = ----------------------------------- x 100%
Netto toegevoegde waarde

Slide 35 - Tekstslide

AIQ
Probleem met de berekening van de arbeidsinkomens zijn de zelfstandigen. Zij leveren belangrijke arbeid in de onderneming, maar krijgen geen loon. Daarom berekenen we hun arbeidsinkomen op de volgende manier:

aantal arbeidsjaren zelfstandigen x gemiddeld loon

Slide 36 - Tekstslide

Arbeidsinkomensquote
Looninkomens + toegerekend loon zelfstandigen
AIQ = -------------------------------------------------------- x 100%
Netto toegevoegde waarde


Met toegerekend loon zelfstandigen =
arbeidsjaren zelfstandigen x gemiddeld loon

Slide 37 - Tekstslide

Categoriale inkomensverdeling
Vermogensinkomens
VIQ = ----------------------------------- x 100%
Netto toegevoegde waarde
***********************************************************
Winstinkomens
Winstquote = ----------------------------------- x 100%
BBP

Slide 38 - Tekstslide

Rond welk percentage schommelt de AIQ in Nederland?
A
50
B
60
C
70
D
80

Slide 39 - Quizvraag

Welk verband is er tussen de aiq en de winstquote?
A
een negatief verband
B
een positief verband

Slide 40 - Quizvraag

Er bestaan een verband tussen de aiq en het aantal investeringen.
Probeer de volgende redenaties op te zetten:

1> lage aiq ----->........-------> toename investeringen

2> hoge aiq ----->........-------> toename investeringen

Slide 41 - Tekstslide

1> lage aiq ----->

--->hoge winstquote
---> meer vermogen beschikbaar en hoge winstverwachting
---> meer prikkels tot investeren

-------> toename investeringen


Slide 42 - Tekstslide

2> hoge aiq ----->

-----> hoge loonkosten, lage winstquote

---> prikkel om arbeid te vervangen door kapitaal: diepte investeringen
-------> toename investeringen

Slide 43 - Tekstslide

Hw.
Opgave 14.5

Slide 44 - Tekstslide

Slide 45 - Tekstslide