H 6.3 Warmtetransport K3 Les 3

H6.3 Warmtetransport
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3,4

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

H6.3 Warmtetransport

Slide 1 - Tekstslide

H6: Warmte
Benodigheden
- laptop    
- Binas
- Rekenmachine 


Tassen op de grond

Welkom Kader 3!
Ga zitten en start met:

Ga verder met de opdrachten. 




Jas in de kapstok

Slide 2 - Tekstslide

Practicum
Welkom Kader-3 
Start met opdracht 2, 4, 6 en 8 van 2,3 Temperatuur
Je hebt straks je laptop nodig                     START IN:



Neem plaats en leg je spullen alvast klaar.
timer
3:00

Slide 3 - Tekstslide

We gaan starten!
                                                                                               Wachttijd:
stopwatch
00:00

Slide 4 - Tekstslide

  • § 6.1 Warmte en temperatuur
  • § 6.2 Brandstoffen verbranden

  • § 6.3 Warmtetransport
  • § 6.4 Isoleren

Slide 5 - Tekstslide

Lesprogramma
  1. Huiswerk controle
  2. Voorkennis/Terugblik
  3. Leerdoelen
  4. Instructie (uitleg)
  5. Afsluiting 
  6. Huiswerk
  7. Nabespreking

Slide 6 - Tekstslide

Huiswerkcontrole
Maak opdrachten op de examensite

Slide 7 - Tekstslide

Over welke opgaven van
het huiswerk zijn er vragen?

Slide 8 - Woordweb

Terugblik
Onthoud
• Voorbeelden van warmtebronnen waarin chemische energie wordt omgezet zijn: een cv-ketel, een kachel, een gasfornuis en een gasbrander.
• Elke brandstof heeft zijn eigen verbrandingswarmte. Met de verbrandingswarmte kun je uitrekenen hoeveel warmte een bepaalde hoeveelheid brandstof kan leveren. Voor de verbrandingswarmte gebruik je drie verschillende eenheden: MJ/kg voor vaste stoffen, MJ/L voor vloeistoffen en MJ/m3 voor gassen. Voor berekeningen met verbrandingswarmte kun je het best een verhoudingstabel gebruiken.
• Het reactieschema voor de verbranding van aardgas is:methaan + zuurstof → koolstofdioxide + water

Slide 9 - Tekstslide

Terugblik
Onthoud
• Het ontstaan van water kun je aantonen met wit kopersulfaat, het ontstaan van koolstofdioxide met kalkwater.
• Soms is er te weinig zuurstof aanwezig bij een verbranding. De verbranding is dan onvolledig. Er ontstaan dan koolstofmono-oxide en roet. Koolstofmono-oxide is een reukloos, kleurloos en zeer giftig gas. Ieder jaar overlijden mensen door inademing van dit gas door bijvoorbeeld een verstopte luchttoevoer.
• Om de temperatuur in kelvin (K) te vinden, moet je 273 optellen bij de temperatuur in graden Celsius. Om van kelvin terug te rekenen naar graden Celsius, moet je 273 van de temperatuur in kelvin aftrekken.

Slide 10 - Tekstslide

6.3 Warmtetransport 

Slide 11 - Tekstslide

6.3 Leerdoelen
  1. Je kunt drie vormen van warmtetransport onderscheiden.
  2. Je kunt beschrijven hoe warmtetransport door geleiding plaatsvindt.
  3. Je kunt voorbeelden geven van goede en van slechte warmtegeleiders.
  4. Je kunt beschrijven hoe warmtetransport door stroming plaatsvindt.
  5. Je kunt beschrijven hoe warmtetransport door straling plaatsvindt.
  6. Je kunt uitleggen welke voorwerpen straling goed absorberen en welke niet.

Slide 12 - Tekstslide

Warmtetransport
Verschijnsel dat warmte uit zichzelf beweegt van de plaats met de hoogste temperatuur naar de plaats met de laagste temperatuur.

De warmte wordt van de cv-ketel naar de verschillende kamers in huis vervoerd. 
Daarbij kom je verschillende vormen van warmtetransport tegen.

Slide 13 - Tekstslide

Warmtetransport
Warmtetransport kan plaatsvinden door:
  •  door geleiding plaatsvindt.
  •  door stroming plaatsvindt.
  •  door straling plaatsvindt.

Slide 14 - Tekstslide

Hoe verplaatst warmte zich?
Warmtetransport = Het verplaatsen van warmte

Warmte gaat altijd van een hoge temperatuur naar een lage temperatuur.

Dit kan op 3 manieren:
Geleiding -> Vaste stoffen
Stroming -> Vloeistoffen + Gassen
Straling -> Zonder tussenstof

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Hoe verplaatst warmte zich?
Geleiding
  • Vaste stoffen, de stof blijft op zijn plaats (doorgeven). 
  • Stoffen die goed warmte doorgeven: Geleiders
  • Stoffen die slecht warmte doorgeven: Isolators
Stroming
  • Vloeistoffen en gassen (zelf brengen)
  • Warmte gaat omhoog, kou gaat omlaag.
Straling
  • Geen tussenstof (gooien)
  • De zon geeft 2 soorten straling:
    Licht
    Warmte (infrarood)

Straling
Stroming

Slide 17 - Tekstslide

 Warmtetransport

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Video

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Absorberen of weerkaatsen
Donkergekleurde voorwerpen absorberen een groot deel van de straling die op ze valt. Daardoor stijgt hun temperatuur. 
Lichtgekleurde en glanzende voorwerpen absorberen maar weinig licht en infrarode straling. Ze kaatsen deze straling grotendeels terug. Daarom krijg je het in een wit T-shirt niet zo snel warm.

Slide 24 - Tekstslide

Aan de slag!

Maak van paragraaf 6.3
opdracht: 5 t/m 11
Je mag samenwerken!
rood = Iedereen is stil


oranje = Iedereen is stil, docent beantwoord wel vragen

groen = Je mag zachtjes overleggen met je buurman/buurvrouw
timer
10:00

Slide 25 - Tekstslide

Aan de slag!
Maak opdracht: van paragraaf 6.3
5 t/m 11
Je mag samenwerken!

Slide 26 - Tekstslide

Afsluiting: we weten.................
  1. Je kunt drie vormen van warmtetransport onderscheiden.
  2. Je kunt beschrijven hoe warmtetransport door geleiding plaatsvindt.
  3. Je kunt voorbeelden geven van goede en van slechte warmtegeleiders.
  4. Je kunt beschrijven hoe warmtetransport door stroming plaatsvindt.
  5. Je kunt beschrijven hoe warmtetransport door straling plaatsvindt.
  6. Je kunt uitleggen welke voorwerpen straling goed absorberen en welke niet.

Slide 27 - Tekstslide

Welke 3 dingen heb jij deze les geleerd?

Slide 28 - Woordweb

Waar wil je nog extra uitleg over?

Slide 29 - Woordweb

Het is duidelijk waar we met het hoofdstuk aan het werk gaan
😒🙁😐🙂😃

Slide 30 - Poll

Ik begrijp de leerdoelen van deze les?
😒🙁😐🙂😃

Slide 31 - Poll

De les was leuk?
😒🙁😐🙂😃

Slide 32 - Poll

Afsluiting
Volgende les:

Huiswerk:

  • Zet in je planner!!
  • Maak opdrachten op de examensite

Dank voor jullie aandacht!

Slide 33 - Tekstslide