H15.3 les 3 Atoomeconomie & E-factor

les 3  atoomeconomie & E-factor


Hoe bereken je welk proces "groener" is?
VWO6 NOVA H15.3
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

les 3  atoomeconomie & E-factor


Hoe bereken je welk proces "groener" is?
VWO6 NOVA H15.3

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
Je kunt van een proces 
  • de atoomeconomie berekenen
  • de E-factor berekenen
Deze factoren geven aan hoe duurzaam een proces is

Slide 2 - Tekstslide

Atoomeconomie
Bij een chemische reactie hergroeperen de atomen tot moleculen van nieuwe stoffen. Voor een duurzaam proces is het de bedoeling dat zoveel mogelijk atomen van de beginstoffen gebruikt worden voor het gewenste reactieproduct. Je wilt zo min mogelijk atomen "verliezen" aan restproducten (afval).

Slide 3 - Tekstslide

Voorbeeld
glucose    -->    melkzuur
C6H12O6  --> 2 C3H6O3

Bij deze reactie worden alle atomen van de beginstof gebruikt voor het reactieproduct. De atoomeconomie is 100%. 

Slide 4 - Tekstslide

Atoomeconomie berekenen


Deze formule om de atoomeconomie te berekenen vind je in 
Binas 37H en op blz 157 in je boek

LET OP: met massa wordt hier bedoeld: molaire massa


Slide 5 - Tekstslide

Wat is juist over de atoomeconomie van ijzerchloride in de volgende reactie
2Fe+3Cl22FeCl3
A
groter dan 100%
B
gelijk aan 100%
C
kleiner dan 100%

Slide 6 - Quizvraag

Wat is juist over de atoomeconomie van alcohol in de volgende reactie
C6H12O62C2H6O+2CO2
C2H6O
Alcohol = 
A
groter dan 100%
B
gelijk aan 100%
C
kleiner dan 100%

Slide 7 - Quizvraag

Leerdoelcheck (in je schrift)
Bereken de atoomeconomie van de vorming van de ester van ethanol en ethaanzuur

stap 1 : reactie
vergelijking

stap 2: Mbeginstoffen
en Mproduct

stap 3: atoomeconomie
timer
3:00

Slide 8 - Tekstslide

Meer uitleg nodig?
In dit filmpje wordt uitgelegd hoe je de atoomeconomie berekent.

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

Bereken atoomeconomie voor chloor in de volgende reactie:

2AgClCl2+2Ag
A
50%
B
te weinig tijd
C
24,7%
D
Ik weet niet hoe

Slide 11 - Quizvraag

E-factor
Environmental factor
= een maat voor de hoeveelheid afval die bij een proces ontstaat 

Gebruikt om te vergelijken hoe groen processen zijn.

Slide 12 - Tekstslide

E-factor
Afval =  alles wat na het proces overblijft en niet het gewenste product is
Dit is afhankelijk van
  • atoomeconomie: hoeveel atomen uit beginstof komen in gewenst product? nevenproducten = afval
  • rendement: hoeveel % van de beginstof wordt efficiënt omgezet? beginstof die verloren gaat = afval


Slide 13 - Tekstslide

Weet je het nog?
De formules om
 het rendement en
 de atoomeconomie
 te berekenen vind je in
 Binas tabel 37 H

Slide 14 - Tekstslide

Atoomeconomie berekenen

Slide 15 - Tekstslide

Rendement berekenen
Berekening:
  • gegeven: 1000 ton cyclopentanon
  • theoretische opbrengst: 1143 ton ethyleencyclopentaan
  • praktische opbrengst: 892 ton ethyleencyclopentaan
    (dus de opbrengst die in de fabriek wordt verkregen)
Klik hier voor berekening van de theoretische opbrengst

Slide 16 - Tekstslide

Bereken de atoomeconomie voor
de productie van ijzer volgens deze reactie.
Fe2O3+3CO>2Fe+3CO2
timer
3:00

Slide 17 - Open vraag

weet je het nog? atoomeconomie
Bereken de atoomeconomie voor de productie van ijzer volgens deze reactie:
timer
3:00
Fe2O3+3CO>2Fe+3CO2

Slide 18 - Tekstslide

Afval door verlies aan atomen
Bij de productie van Fe uit Fe2O3 komt dus maar zo'n 45% van de atomen terecht in het gewenste product.

De overige atomen dragen bij aan de E-factor
Zij worden gezien als verlies of afval

Slide 19 - Tekstslide

weet je het nog? rendement
Uit 10 ton ijzer(III)oxide ontstaat 5670 kg ijzer volgens onde deze reactie:

Bereken het rendement
timer
5:00
Fe2O3+3CO>2Fe+3CO2

Slide 20 - Tekstslide

Uit 10 ton ijzer(III)oxide ontstaat 5670 kg ijzer
volgens onderstaande reactie.
Bereken het rendement
Fe2O3+3CO>2Fe+3CO2
timer
5:00

Slide 21 - Open vraag

afval door laag rendement
Bij de productie van Fe uit Fe2O3 wordt maar 81% van het Fe2O3 omgezet. 

De overige 19% van Fe2O3 wordt niet omgezet en draagt bij aan de E-factor. Deze hoeveelheid Fe2O3 is verlies

Slide 22 - Tekstslide

verlies aan atomen en beginstof combineren in één berekening:
zó bereken je de E-factor
gebruik hierbij de molaire massa's van de stoffen (M) en het rendement:

                                                  Mbeginstoffen - rendement x Mgewenst product 
                             E-factor =
                                                                    rendement x Mgewenst product

Slide 23 - Tekstslide

Bereken de E-factor voor deze reactie met een rendement van 81% :
Fe2O3+3CO>2Fe+3CO2

Slide 24 - Tekstslide

E-factor berekenen
In Binas 37H vind je de formule om de E-factor te berekenen:



In deze berekening worden atoomeconomie én rendement gecombineerd.
Op de volgende dia's wordt de berekening voorgedaan.
Daarna volgt een filmpje waarin wordt uitgelegd hoe je de E-factor kunt uitrekenen met deze formule.

Slide 25 - Tekstslide

E-factor berekenen

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Video

E-factor en afval
Met de E-factor bepaal je dus hoeveel niet-nuttig product er ontstaat. Voor het gemak wordt dit "afval" genoemd. Maar een proces met een hoge E-factor hoeft niet altijd slecht te zijn voor het milieu. Bij de vorming van esters is het andere reactieproduct water. Dit is niet milieubelastend, maar draagt wel bij aan de E-factor. Voor een groener proces is dus niet alleen de hoogte van de E-factor, maar ook het soort afval belangrijk.

Slide 28 - Tekstslide

eigen werk
Leren: H15.3 (NIET tabellen!)
Bestuderen: voorbeeldopdracht 3, 4, 5
Maken:
Les 3: 20 24 29
Les 4: 23 25 

Slide 29 - Tekstslide