Possessives + conjunctions 3VWO


Possession
Bezit
1 / 50
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 50 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les


Possession
Bezit

Slide 1 - Tekstslide

Content
1. Explanation possesive pronouns and practice
2. Explanation possessive 's and practice
3. Explanation of the and practice
4. Exercises

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Video

Peter has a car. It's ... car.
A
my
B
your
C
his
D
her

Slide 4 - Quizvraag

You have a house. It's ... house
A
my
B
your
C
his
D
its

Slide 5 - Quizvraag

We have a dog. It's ... dog.
A
my
B
your
C
their
D
our

Slide 6 - Quizvraag

They have a cat. It's ... cat
A
our
B
my
C
their
D
your

Slide 7 - Quizvraag

I have a laptop. It's ... laptop
A
your
B
their
C
our
D
my

Slide 8 - Quizvraag

Chad and Mike have a sister.
It's ... sister
A
his
B
her
C
our
D
their

Slide 9 - Quizvraag

Fred and I have a bike.
It's ... bike
A
my
B
our
C
their
D
his

Slide 10 - Quizvraag

Slide 11 - Video

Slide 12 - Video

 aantekening: possessive 's
Om bezit aan te geven gebruik je 's

Het boek van Jamie - Jamie's book (persoon)
De wol van de schapen - the sheep's wool (dier)
Het nieuws van gisteren - Yesterday's news (tijd)

Je gebruikt 's om bezit aan te geven van:
een persoon, dier, tijd, product, bedrijf of winkel.


Slide 13 - Tekstslide

Aantekening: possessive '
Als het woord al op een s eindigt zet je er  alleen ' achter
Dit is bijvoorbeeld als het woord in het meervoud eindigt op een s:

Het boek van mijn zussen - My sisters' book
Het boek van mijn broers - My brothers' book
Het boek van mijn ouders - My parents' book



Slide 14 - Tekstslide

Choose the correct one
A
This is my sisters' book
B
This is my sister book's
C
This is my sisters's book
D
This is my sisters book

Slide 15 - Quizvraag

Choose the correct option
A
That is Samis phone
B
That is Sami's phone
C
That is Samis' phone

Slide 16 - Quizvraag

Choose the correct option
A
Those are my parents shoes
B
Those are my parents's shoes
C
Those are my parents' shoes
D
Those are the shoes of my parents

Slide 17 - Quizvraag

Choose the correct option
A
that is Tess's book
B
that is Tess book
C
that is Tesss book

Slide 18 - Quizvraag

Choose the correct option
A
These are Michaels' feet
B
These are Michael's feet
C
These are Michaels feet
D
These are the feet of Michael

Slide 19 - Quizvraag


aantekening: of the
We hebben net geleerd 's achter een woord te zetten om bezit aan te tonen. 
Hier is nog een manier voor namelijk ''of the''

Of the gebruik je alleen bij plaatsen, landen en dingen
De president van de VS - the president of the United States 
De hoofdstad van Duitsland - capitol of Germany
De dop van de fles - the cap of the bottle

Slide 20 - Tekstslide

Tip voor de je toets: 
Stap 1:  Gaat het om een plaats/Landen of ding?  = Of (the)

Stap 2: Mensen, dieren meervoud eindigend op een -s- =    '

Stap3: alle andere gevallen = 's 

Slide 21 - Tekstslide

Choose the correct option
A
the windows of the house
B
the house's windows
C
the house' windows

Slide 22 - Quizvraag

Choose the correct option
A
the wall's colours
B
the colours of the walls
C
the walls' colours

Slide 23 - Quizvraag


A
the roof of the house
B
The house's roof
C
the houses roof

Slide 24 - Quizvraag

Conjunctions
voegwoorden

Slide 25 - Tekstslide

What are conjunctions/ Voegwoorden?
A
For
B
and
C
both
D
after

Slide 26 - Quizvraag

Wanneer gebruik je voegwoorden?

Slide 27 - Open vraag

Maak een zin in het Engels met het voegwoord: 'but'

Slide 28 - Open vraag

voegwoorden/ conjunction: voegen zinnen samen. 

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Video

Slide 32 - Tekstslide

Choose the correct conjunction (voegwoord): I've done this for you __________ I like you
A
but
B
although
C
because
D
when

Slide 33 - Quizvraag

Choose the correct conjunction (voegwoord): Would you like tea__________ coffee
A
and
B
or
C
if
D
so

Slide 34 - Quizvraag

Do you want to see a movie.............. go bowling?
A
or
B
for
C
so

Slide 35 - Quizvraag

I went to watch The Fault in Our Stars film ............... I liked the book so much.
A
because
B
however
C
though
D
so

Slide 36 - Quizvraag

I bought the DVD of the last season of Friends ................ now my collection is complete.
A
because
B
or
C
so that

Slide 37 - Quizvraag

We will stay inside............... it’s raining.
A
and
B
since
C
though

Slide 38 - Quizvraag

He will never pass is test, .... he didn't learn well.
A
for
B
and
C
if
D
so

Slide 39 - Quizvraag

He must have been very angry, .... he shouted very loud.
A
for
B
so
C
and
D
but

Slide 40 - Quizvraag

tegenstelling
oorzaak
reden
voorwaarde
tijd
after
although
as
as if
because
before
even if
even though
if
if only
rather than
since
though
unless
until
whether
while

Slide 41 - Sleepvraag

Take out your book
Go to pg. 77

Conjunctions: These you have to learn. 
now some practise in lessonup
(you can use the book)

Slide 42 - Tekstslide

It's time I let you go ... I can be free

Slide 43 - Open vraag

Should I stay ... should I go?

Slide 44 - Open vraag

I´ve got a feeling that I´m going under... I know that I´ll make it out alive.

Slide 45 - Open vraag

She´s so beautiful ... I tell her every day.

Slide 46 - Open vraag

You start to freeze... horror looks you right between the eyes.

Slide 47 - Open vraag

Leerdoel: Je kan conjunctions herkennen en toepassen in opdrachten.

stop, ik snap er helemaal niet van
Slow, ik snap het aardig en kan het niet zonder hulp toepassen
Ready to Go!, ik snapt het en kan zelf aan de slag.

Slide 48 - Poll

practise
Do ex. 5,6 (geleid + zelfst. ) lesson 5 unit 2

Slide 49 - Tekstslide

Slide 50 - Tekstslide