Pathalogie hormoonhuishouding hypofyso, (bij)schildklier

1 / 49
volgende
Slide 1: Tekstslide
GroenMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 49 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Welke stelling is juist?
A
Suikerziekte = diabetes mellitus en er is sprake van een tekort aan insuline
B
Suikerziekte = diabetes insipidus en er is sprake van een tekort aan insuline
C
Suikerziekte = diabetes mellitus en er is sprake van een tekort aan suiker in het bloed
D
Suikerziekte = diabetes mellitus en er is sprake van een teveel aan insuline

Slide 5 - Quizvraag

Een kat met suikerziekte heeft last van ...?
A
pu/pd, vermageren, anorexie
B
aankomen, hongerig, pu/pd
C
pu/pd, vermageren en hongerig
D
slechte vacht, afvallen en dikke buik.

Slide 6 - Quizvraag

Slide 7 - Tekstslide

Eierstok
Alvleesklier
Bijnier
Schildklier
Hypofyse
ADH
Adrenaline
Insuline
Oestrogeen
Thyroxine

Slide 8 - Sleepvraag

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Video

Slide 21 - Video

Slide 22 - Video

Slide 23 - Video

Wat komt het meeste voor?
A
Kat met hyperthyreoïdie
B
Hond met hyperthyreoïdie
C
Kat met hypothyreoïdie
D
Schildklierproblemen komen niet vaak voor

Slide 24 - Quizvraag

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Als de bijschildklieren het niet zo goed doen, wat kan er dan aan de hand zijn?
A
Dan maakt het teveel of te weinig paraathormoon aan.
B
Dan is de kalium spiegel in het bloed in onbalans.
C
Dan maakt het teveel of te weinig T4 aan.
D
Dan is de cortisol spiegel in het bloed in onbalans.

Slide 28 - Quizvraag

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Tekstslide

Slide 34 - Tekstslide

Slide 35 - Tekstslide

Slide 36 - Tekstslide

Welke symptomen passen bij de ziekte van Cushing?
A
PU/PD, aankomen en dikkere huid
B
Suikerziekte, dunne huid, PU/PD
C
Afwisselend goed en slecht voelen, acuut instorten
D
Vermagering, PU/PD, verhoogde bloeddruk

Slide 37 - Quizvraag

Hoe kan de diagnose Ziekte van Cushing gesteld worden?
A
Middels bloedonderzoek: Ureum en creatinine
B
Middels bloed- en urineonderzoek: cortisol en glucose
C
Middels urineonderzoek: cortisol en creatinine
D
Middels urineonderzoek: Ureum en creatinine

Slide 38 - Quizvraag

Slide 39 - Tekstslide

Slide 40 - Tekstslide

Slide 41 - Tekstslide

Slide 42 - Tekstslide

Slide 43 - Tekstslide

Slide 44 - Tekstslide

Slide 45 - Tekstslide

Welke stelling is juist?
A
Suikerziekte = diabetes mellitus en er is sprake van een tekort aan insuline
B
Suikerziekte = diabetes insipidus en er is sprake van een tekort aan insuline
C
Suikerziekte=diabetes mellitus & er is een tekort aan suiker in het bloed
D
Suikerziekte = diabetes mellitus en er is sprake van een teveel aan insuline

Slide 46 - Quizvraag

Een kat met suikerziekte heeft last van...?
A
PU/PD, vermageren, anorexie
B
Aankomen, hongerig en PU/PD
C
PU/PD, vermageren, hongerig
D
Slechte vacht, afvallen, grote eetlust

Slide 47 - Quizvraag

Slide 48 - Tekstslide

Wat heb je allemaal onthouden over de ziekten van de hormoonhuishouding?

Slide 49 - Woordweb