PED-B 12 2





PED- B 
Als het anders gaat





Kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte
en het begeleidingsplan
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
PED-BMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quiz, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les





PED- B 
Als het anders gaat





Kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte
en het begeleidingsplan

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Inhoud les
  • Theorie 7.2 Lichamelijke ontwikkeling
  • Verder met het begeleidingsplan en voorbereiden van de presentatie
Lesdoelen: 
  • De student kan aan het einde van de les verschillende soorten lichamelijke beperkingen opnoemen en de meest voorkomende kenmerken vertellen
  • De student weet aan het einde van de les welke hulpmiddelen mensen met lichamelijke beperkingen gebruiken
  • De student kan thuis en op stage verder werken aan het begeleidingsplan omdat hij weet hoe de stappen 1 t/m 6 zijn opgebouwd.

Slide 3 - Tekstslide

7.2 Lichamelijke ontwikkeling

  • Een kind kan een natuurlijke aanleg hebben voor problemen in de lichamelijke ontwikkeling
  • Een kind kan lichamelijke problemen krijgen tijdens de geboorte of na de geboorte

Slide 4 - Tekstslide

soorten beperkingen
  • zintuigelijke beperking
  • neurologische beperking
  • motorische beperking
  • orgaanbeperking

Slide 5 - Tekstslide

Welke hulpmiddelen gebruiken slechtzienden en blinden?

Slide 6 - Open vraag

Zintuigelijke beperkingen
  • slecht zien (gezichtsscherpte minder dan 30%)
  • blind zijn (gezichtsscherpte minder dan 5 tot 10%)
  • slecht horen (gehoorverlies van 30 decibel of meer)
  • doof zijn (niets kunnen horen)
  • spraakproblemen

Slide 7 - Tekstslide

Blindheid en slechtziendheid
oorzaken oogafwijkingen kunnen zijn:

  • zuurstoftekort rond de geboorte
  • vroeggeboorte

Bovenstaande kan ook een verstandelijke of motorisch handicap veroorzaken

Slide 8 - Tekstslide

Praktijkvoorbeelden
  • voorbeeld meisje slecht zicht KDV
  • voorbeeld jongen slecht zicht KDV

Vraag hoe zou je bij een baby slechtziendheid kunnen herkennen?


Slide 9 - Tekstslide

Belangrijk in de aanpak van slechtzienden en blinden
  • emotionele ondersteuning (veilig laten voelen)
  • respect voor de autonomie
  • structuur bieden 

Slide 10 - Tekstslide

Doof en slechthorend
soorten gebarentaal:
  • NGT: Nederlandse gebarentaal (officiële taal)
  • NmG: Nederlands met Gebaren (combinatie Nederland met ondersteuning van gebaren)

vingerspelling handalfabet, liplezen

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Video

Problemen met de motoriek
Cerebrale parese: houdings- en bewegingsstoornis veroorzaakt door een beschadiging in de hersenen
Oorzaken:
  • zuurstofgebrek voor, tijdens of na de geboorte
  • vroeggeboorte
  • te laag geboortegewicht
  • ziekte of andere moeilijkheden tijdens de zwangerschap
  • ongeval of een hersenziekte na de geboorte
  • alcohol en/ of drugsgebruik van de moeder tijdens de zwangerschap
  • erfelijke component


 

Slide 13 - Tekstslide

Vormen cerebrale parese

  • spastische CP (meest voorkomend, spieren stijf en strak)
  • dyskinetische CP (spieren bewegen onwillekeurig)
  • atactische CP (schokkerige bewegingen)

Hulpmiddelen kunnen zijn?
Aanpak zou kunnen zijn?

Slide 14 - Tekstslide

Spierziekten
Bij spierziekten gaat er in de overdracht tussen de hersenen en de spier in de zenuw iets mis

  • 600 spierziekten
  • meeste zijn erfelijk

Slide 15 - Tekstslide

Soorten (spier)ziekten
Spierdystrofie van Duchenne:
  • erfelijk
  • meestal bij jongens
  • spieren breken langzaam af

Multiple sclerose (MS):

  • Ziekte aan het centrale zenuwstelsel
  • Let op: probleem in de zenuwen niet in spieren (verlamming genoemd)
  • Beschermlaagje myeline op de zenuwen door ontstekingen beschadigd
  • Opdrachten van de hersenen komen niet of verkeerd aan)

Slide 16 - Tekstslide

Vervolg spierziekten
Spinale musculaire atrofie (SMA):
  • verzamelnaam voor een groep spierziekten
  • leiden tot het niet of onvoldoende functioneren van spieren
  • iets mis met de motorische zenuwcellen in het ruggenmerg
  • er worden geen of gebrekkige signalen verstuurd naar de spieren

Slide 17 - Tekstslide

aangeboren afwijkingen
              klompvoet                                                hazenlip (schisis)

Slide 18 - Tekstslide

Huiswerk
Hoofdstuk 7.2: Onderzoek 1 onderdeel, waar wil je meer van weten?

Theorie behandelen 7.3: maak een schema voor jezelf van dit hoofdstuk (deze bespreken we in de volgende les) bij elke beperking/ begrip leg je uit wat het is. 
Volgende vragen beantwoorden:
- je vertelt wat de ondersteuningsbehoefte van het kind is
- je vertelt welke aanpassingen een KDV, BSO of school moet doen
- je vertelt iets over de ambulante begeleiding/interne/externe ondersteuning.
Lezen hoofdstuk 7.4 en 7.5: blz. 277 Sociaal- emotionele ontwikkeling blz. 294 ontwikkeling en gedrag

Slide 19 - Tekstslide

Vooruitblik
  • Terugblik 7.2: vragen? uitgelicht onderwerp bespreken
  • Theorie behandelen 7.3: schema's bespreken:
- je vertelt wat de ondersteuningsbehoefte van het kind is 
- je vertelt welke aanpassingen een KDV, BSO of school moet doen 
- je vertelt iets over de ambulante begeleiding/interne/externe ondersteuning.
  • Opdracht bij hoofdstuk 7.4 en 7.5

  • Verder met het begeleidingsplan

Slide 20 - Tekstslide




    
Begeleidingsplan

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide

Opbouw van een begeleidingsplan
Stap 1 Beginsituatie  
Stap 2 Hulpvraag of probleemstelling (zorg of aandachtspunt) 
Stap 3 Doel  
Stap 4 Aanpak en middelen  
Stap 5 Plan uitvoeren  
Stap 6 Terugkijken en plan bijstellen (evalueren)


Slide 23 - Tekstslide

Stap 1: Beginsituatie
In deze eerste stap ga je de beginsituatie beschrijven. Je kiest een kind op jouw stage met een specifieke begeleidingsbehoefte en schrijft hierover de beginsituatie.

• Om welk kind gaat het?
• Wat is zijn anamnese (anamnese=voorgeschiedenis)
• Wat zijn de mogelijkheden en wat zijn de beperkingen van het kind?
• Wat zijn de kansen van het kind?
• Wat is er gebeurd waardoor zorgen over het kind ontstaan zijn? (In de volgende stap ga je de hulpvraag of probleemstelling beschrijven, dat doe je dus nog niet hier!)
Belangrijk: Contact met ouders, het kind zelf (observeren/ praten) en collega’s (bronnenonderzoek)

Slide 24 - Tekstslide

Bewust op zoek gaan naar de beginsituatie van een kind
  • Observeren (gebruik dit deel voor de oefenopdracht in de BPV gids) 
  • Filmen
  • Oud materiaal bekijken
  • Praten met het kind

Slide 25 - Tekstslide

Stap 2: Probleemstelling/ hulpvraag 
In deze stap beantwoord je de volgende vragen:
  • Wat is de hulpvraag (zorg of aandachtspunt)?
  • Wat is er aan de hand?
  • Wat zou ‘men’ graag veranderd willen zien?
  • Wie maakt zich zorgen?
  • Hier beschrijf je ook de "normale" ontwikkeling van een kind in deze leeftijdsfase en het specifieke ontwikkelingsgebied.

Slide 26 - Tekstslide

Stap 3: doel
  • Doelen worden SMART geformuleerd

Slide 27 - Tekstslide

Stap 4: Aanpak en middelen
  • Hoe wil je het doel bereiken? De begeleiding die je het kind gaat bieden ga je hier beschrijven. 
  • De vaardigheden, materialen en middelen zijn volledig beschreven
  • De activiteiten sluiten aan bij het halen van het doel 


Bij deze stap gebruik je bijlage 5: Plan Van Aanpak uit de BPV-gids

Slide 28 - Tekstslide

Stap 5: Het uitvoeren van het plan
Bij het uitvoeren van het plan zorg je dat het past binnen het beleid van de instelling, binnen de groep en bij de wensen van je team. Iedereen moet zich er goed bij voelen.

De afspraken die zijn gemaakt beschrijf je hier (schema- logboek). Je legt ook hier de keuze voor de gekozen afspraken uit (onderbouwing).

Slide 29 - Tekstslide

Stap 6: Terugkijken en plan bijstellen
Hier kijk je terug naar de uitvoering van je plan. Je gebruikt hierbij de STARTT- methode of het PDCA model.

Het heet evalueren.

Slide 30 - Tekstslide

STARRT- Methode

Slide 31 - Tekstslide

PDCA-Methode

Slide 32 - Tekstslide

Werken aan het begeleidingsplan
timer
20:00

Slide 33 - Tekstslide