ZINSOPBOUW

???
Hij heeft rizz.
Vandaag heeft hij rizz
Vandaag hij heeft rizz.
1 / 42
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2Beroepsopleiding

In deze les zitten 42 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

Onderdelen in deze les

???
Hij heeft rizz.
Vandaag heeft hij rizz
Vandaag hij heeft rizz.

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zinsopbouw
 de woordvolgorde in een normale zin

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Doelen
Aan het einde van de les weet ik waar de persoonsvorm moet staan.
Aan het einde van de les weet je wat de verschillen tussen woordvolgorde zijn tussen Nederlands en je eigen taal. 

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

  • Nederlands Op school leest mijn zus een boek en schrijft zij een verslag
    Engels At school my sister reads a book and writes a report
    Pools W szkole moja siostra czyta książkę i pisze raport
    Turks Okulda kız kardeşim bir kitap okur ve bir rapor yazar
    Bulgaars В училище сестра ми чете книга и пише доклад
    Oekraïens У школі моя сестра читає книгу і пише звіт
    Russisch В школе моя сестра читает книгу и пишет отчёт
    Portugees Na escola a minha irmã lê um livro e escreve um relatório
    Roemeens La școală sora mea citește o carte și scrie un raport
    Thais ที่โรงเรียน พี่สาวของฉันอ่านหนังสือและเขียนรายงาน
    Tagalog Sa paaralan nagbabasa ng libro ang kapatid kong babae at nagsusulat ng ulat
    Arabisch في المدرسة تقرأ أختي كتابًا وتكتب تقريرًا 
🇳🇱 Nederlands Op school leest mijn zus een boek en schrijft zij een verslag
🇬🇧 Engels At school my sister reads a book and writes a report
🇵🇱 Pools W szkole moja siostra czyta książkę i pisze raport
🇹🇷 Turks Okulda kız kardeşim bir kitap okur ve bir rapor yazar
🇧🇬 Bulgaars В училище сестра ми чете книга и пише доклад
🇺🇦 Oekraïens У школі моя сестра читає книгу і пише звіт
🇷🇺 Russisch В школе моя сестра читает книгу и пишет отчёт
🇵🇹 Portugees Na escola a minha irmã lê um livro e escreve um relatório
🇲🇩 Roemeens La școală sora mea citește o carte și scrie un raport
🇹🇭 Thais ที่โรงเรียน พี่สาวของฉันอ่านหนังสือและเขียนรายงาน
🇵🇭 Tagalog Sa paaralan nagbabasa ng libro ang kapatid kong babae at nagsusulat ng ulat
🇸🇦 Arabisch في المدرسة تقرأ أختي كتابًا وتكتب تقريرًا

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de goede woordvolgorde in een normale zin?
1
2
3
de rest
onderwerp
persoonsvorm

Slide 6 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

De woordvolgorde van de rest van de zin.

De woordvolgorde in een zin.

  1. wie/wat (onderwerp)
  2. werkwoord (persoonsvorm)
  3. de rest


Ik loop naar school.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de goede woordvolgorde in een normale zin?
leren
1
2
3
Nederlands
Zij

Slide 8 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

De woordvolgorde van de rest van de zin.

De woordvolgorde in de rest van de zin.

Het meeste gebruik je:
Tijd - Manier - Plaats.


Wij gaan morgen met de auto naar huis.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Maak de oefeningen

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Woordvolgorde
Schrijf de woorden in de juiste volgorde.
Denk eraan: het woord met de hoofdletter is het eerste woord van de zin.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

begint-De les-negen-uur-om

Slide 12 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

slaap-Ik-tien-uur--tot

Slide 13 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Hij-fiets-nieuwe-heeft-een

Slide 14 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Ik - een Nederlands woordenboek - heb

Slide 15 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

een paar dagen - Ik - met vrienden - ga - naar Parijs

Slide 16 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

gaan - Wij - volgende week vrijdag - naar het zwembad.

Slide 17 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

je - Ben - geweest - in Amsterdam - wel eens?

Slide 18 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

ben-jij-op-school-niet-Waarom?

Slide 19 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Staan de woorden in deze zin op de goede plaats?

Bijna elke dag ze gaan naar het buurthuis.
A
ja
B
nee

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Staan de woorden in deze zin op de goede plaats?
Ze lezen een boek in de bibliotheek.
A
ja
B
nee

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Staan de woorden in deze zin op de goede plaats?
Dichtbij hun huis is een bioscoop.
A
ja
B
nee

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Staan de woorden in deze zin op de goede plaats?
Ze gezellig praten met anderen.
A
ja
B
nee

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar staan de woorden op de goede plaats?
A
Ik ga morgen naar school.
B
Ik morgen ga naar school.
C
Ik ga morgen naar school.
D
Ik ga naar school morgen.

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar staan de woorden op de goede plaats?
A
Wij hebben een auto nieuwe gekocht.
B
Wij hebben gekocht een auto nieuwe.
C
Gekocht hebben wij een nieuwe auto.
D
Wij hebben een nieuwe auto gekocht.

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar staan de woorden op de goede plaats?
A
Hebben jullie morgen geen huiswerk?
B
Morgen hebben jullie geen huiswerk.
C
Jullie hebben morgen geen huiswerk.
D
Jullie hebben geen huiswerk morgen.

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 28 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 29 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Samengestelde zinnen

  • Hebben meerdere pv's (werkwoord)
  • Hoofdzin + Bijzin
  • Hoofdzin + Hoofdzin



Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoofdzin (HZ)

- onderwerp en persoonsvorm staan naast elkaar

- de persoonsvorm staat op de eerste of tweede plaats


Voorbeeld:

De films van James Bond zijn beroemd.

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bijzin (BZ)

  • Tussen de persoonsvorm en het onderwerp kunnen wel andere zinsdelen staan, maar dit hoeft niet
  • De persoonsvorm staat vaak achter in de bijzin


Voorbeeld:

Weet je al of we vanavond uit eten gaan?

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Is dit een samengestelde zin?

'Ik ben moe en ik heb geen zin om te gaan trainen.'
A
nee
B
ja

Slide 33 - Quizvraag

Verander tijd: 'Ik was moe en had geen zin om te gaan trainen'.

'Ben' en 'heb' veranderen, dus 2 persoonsvormen, dus samengestelde zin. 

Merk op dat in allebei de zinnen het onderwerp naast de persoonsvorm staat. Het zijn dus allebei hoofdzinnen. 
Is dit een samengestelde zin?

'Petra wil graag met haar moeder tennissen'
A
ja
B
nee

Slide 34 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoofdzin of bijzin?

'Ik ga morgen naar de kapper.'
A
Hoofdzin
B
Bijzin

Slide 35 - Quizvraag

Het onderwerp (ik) staat naast de persoonsvorm (ga).
Hoofdzin of bijzin?

'... als ik mijn fiets heb gemaakt.'
A
Hoofdzin
B
Bijzin

Slide 36 - Quizvraag

Het onderwerp (ik) staat niet naast de persoonsvorm (kan).
Voegwoorden (NS)
Nevenschikkende voegwoorden: hoofdzinnen kunnen met elkaar verbonden worden door de voegwoorden en, maar, want of of. Het onderwerp en de PV staan naast elkaar.



Voorbeeld:
Het is al laat en daarom kom ik vanavond.
Het is al laat, maar ik kom toch vanmiddag.
Ik kom vanavond, want het is al laat.
Kom je vanmiddag of kom je vanavond?

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voegwoorden (OS)
Onderschikkende voegwoorden: terwijl, voordat, toen, nadat, doordat, zodat, waardoor, omdat, hoewel, dat (en nog veel meer). Het onderwerp en de persoonsvorm staan niet naast elkaar.

Voorbeeld:
Piet eet geen tonijn, omdat hij niet van vis houdt.

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 39 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Voegwoorden van tijd
Een voorbeeld van een verband in een tekst is tijd. Door een voegwoord van tijd weet jij wanneer iets is gebeurd. Dat kan precies, maar dat kan ook niet precies.
Dit zijn voorbeelden van voegwoorden van tijd:
Toen, sinds, wanneer, als.

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voegwoorden van Tijd
Maak zinnen met voegwoorden van tijd

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies