De handelingen van gebed en van het geven in liefdadigheid zijn niet voldoende; er wordt
ook oprechtheid vereist. ‘De mensen vertellen het goede te doen’, pretenderen religieus te
zijn, maar nalaten het zelf te doen, wordt hier dus afgekeurd. Gebed is het middel om op
zoek te gaan naar de hulp van God. Een persoon moet doorgaan met geduld uitoefenen in
zijn pogingen om zichzelf te verbeteren, en het gebed als hulpmiddel inschakelen. Het
gebed voelt aan als iets zwaars en als iets wat geen resultaten oplevert, tenzij een persoon
een nederige houding aanneemt en het gebed als het middel beschouwt om God te
ontmoeten. ‘Nederigheid’ betekent dat we bij het bidden onszelf, tegenover God, als
volkomen machteloos beschouwen en volledig op Hem vertrouwen om iets te bereiken.
En we beschouwen onszelf tegenover God niet als vroom, of hoog en machtig, maar als
gewone zondaars en stervelingen.