2F H1 Rekenen tot 100 (AI)

Rekenen tot 100: optellen, aftrekken en tafels

1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
Nieuwe lesbewerkerRekenenVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Rekenen tot 100: optellen, aftrekken en tafels

Wat weet jij al over optellen, aftrekken en tafels?

Leerdoel van deze les

Aan het einde van de les kun je zonder rekenmachine getallen tot 100 optellen en aftrekken. Je kent de tafels van 1 t/m 10 uit je hoofd. Je past deze kennis toe in het dagelijks leven.

Hoofddoel: optellen en aftrekken

Je leert hoe je getallen tot 100 optelt en aftrekt zonder rekenmachine.

Subdoelen bij optellen en aftrekken

Optellen

Aftrekken

Je kunt twee getallen onder de 100 optellen.

Je kunt twee getallen onder de 100 aftrekken.

Zonder rekenmachine werken

Vaak heb je geen rekenmachine bij de hand. Daarom is het handig om zelf snel te kunnen rekenen.

Voorbeeld optellen

23 + 17 = ? Hoe los je dit op? Eerst 23 + 10 = 33, dan 33 + 7 = 40.

Voorbeeld aftrekken

54 - 18 = ? Eerst 54 - 10 = 44, dan 44 - 8 = 36.

Toepassing in de praktijk

In de winkel koop je iets van € 35 en iets van € 28. Hoeveel betaal je samen? Hoeveel geld hou je over als je € 50 uitgeeft?

Opgave 1

Los de som op: 46 + 29 = ?

Opgave 2

Los de som op: 81 - 36 = ?

Hoofddoel: onthouden en lenen

Je leert rekenen met onthouden en lenen bij getallen onder de 100.

Subdoelen: onthouden en lenen

Soms moet je een tiental ‘lenen’.

Soms moet je een tiental ‘onthouden’.

Onthouden bij optellen

Lenen bij aftrekken

Voorbeeld: optellen met onthouden

38 + 27. 8 + 7 = 15. Je schrijft 5 op en onthoudt 1 tiental bij de tientallen.

Voorbeeld: aftrekken met lenen

42 - 18. Bij de eenheden kun je niet 2 - 8 doen, dus je leent 1 tiental (12 - 8 = 4).

Waarom onthouden en lenen belangrijk is

Deze manier gebruik je ook bij grotere sommen. Handig voor later!

Opgave 3

Los de som op met onthouden: 56 + 39 = ?

Opgave 4

Los de som op met lenen: 71 - 46 = ?

Hoofddoel: tafels 1 t/m 10

Je leert de tafels van 1 tot en met 10 uit je hoofd. Dat maakt rekenen sneller en makkelijker.

Subdoel: tafelkennis

Tafels oefenen

Herhaal de tafels. Zeg ze hardop en maak er een spel van.

Toepassing tafels

Handig bij rekenen in het dagelijks leven, zoals snel hoofdrekenen.

Voorbeeld tafels

Wat is 7 x 8? Antwoord: 56.

Opgave 5

Wat is 6 x 9?

Opgave 6

Wat is 5 x 7?

Reflectie: wat heb je geleerd?

Noem drie dingen die je vandaag hebt geleerd.

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.