Meneer Draaisma moet zij auto weer gaan tanken. Deze tank bevat 45 liter aan benzine. De benzineprijs per liter is €2,22. De auto rijdt 1 op 14. Hoeveel kost het meneer Draaisma per kilometer?
Slide 3 - Tekstslide
Uitwerking
€2,22 x 45L = €99,90
14 x 45L = 630 km
€99,90 : 630 km = €0,16
Slide 4 - Tekstslide
Standaard formules
1. ............................................
2. ...........................................
3. ...........................................
Slide 5 - Tekstslide
Procenten/promillages
Procenten 1 per100
Promillages 1 per 1000
Procentpunt = absolute verschil, niet relatief!
Slide 6 - Tekstslide
Bedrijfsleven
Verkoopprijs = inkoopprijs + brutowinstopslag
Brutowinst = omzet (vp x afzet) - inkoopwaarde (ip x afzet)
Nettoresultaat = brutowinst - bedrijfskosten
Slide 7 - Tekstslide
Eerstegraads vergelijking
Een vergelijking met een onbekende variabele
Voorbeeld:
3x = 36
Slide 8 - Tekstslide
Gemiddelde
Gewogen -> houdt rekening met het gewicht.
Ongewogen -> houdt geen rekening met het gewicht.
Slide 9 - Tekstslide
Indexcijfer
Een getal dat aangeeft hoeveel iets in een bepaalde periode is veranderd ten opzichte van een afgesproken tijdstip.
Dit afgesproken tijdstip noemen we het basisjaar en krijgt het indexcijfer 100.
Slide 10 - Tekstslide
Indexcijfer bereken
Het jaar waar je vanuit gaat is het BASISJAAR (100)
Nieuwe indexcijfer = nieuw getal : getal in basisjaar x 100
VOORBEELD:
De prijs van een t-shirt was in 2010 € 12,50 (basisjaar) en in 2015 € 14,75. Bereken het indexcijfer van 2015.
>> € 14,75 : € 12,50 x 100 = 118 (indexcijfer)
Slide 11 - Tekstslide
Voorbeeld 1
* 2014 is het basisjaar
Slide 12 - Tekstslide
Voorbeeld 1
* 2014 is het basisjaar
Slide 13 - Tekstslide
Balans
Belangrijkste kenmerken van een balans:
Er zit een linkerzijde (debet) en een rechterzijde (credit) aan de balans
Het is een momentopname (voorraadgrootheid)
De balans is altijd in evenwicht.
Slide 14 - Tekstslide
Slide 15 - Tekstslide
Slide 16 - Tekstslide
Slide 17 - Tekstslide
Slide 18 - Tekstslide
Slide 19 - Tekstslide
Slide 20 - Tekstslide
Slide 21 - Tekstslide
Resultatenrekening
Winst- en verliesrekening
Periode-overzicht van alle opbrengsten en kosten
Winst of het verlies
Stroomgrootheden
Slide 22 - Tekstslide
Slide 23 - Tekstslide
Winst- & verliesrekening
(ook resultatenrekening)
Een winst- & verliesrekening geeft een overzicht van de kosten en opbrengsten van een bedrijf gedurende een bepaalde periode.
Zijn de opbrengsten groter dan de kosten dan maakt het bedrijf winst. Zijn de kosten hoger dan de opbrengsten dan is er sprake verlies.
Slide 24 - Tekstslide
Winst-en-verliesrekening
Als de winst-en-verliesrekening in balansvorm wordt opgesteld dan moet totaalbedrag debet- en creditzijde in balans zijn
Bereken het totaalbedrag van beide kanten. Bereken het verschil tussen beide kanten dit is winst of verlies. Voeg de post winst of verlies toe met het berekende verschil
Opbrengsten > kosten = winst
Kosten > opbrengsten = verlies
Slide 25 - Tekstslide
W-e-v in paginavorm
Slide 26 - Tekstslide
Mutaties op de winst-en-verliesrekening
De winst-en-verliesrekening wordt gemaakt aan het einde van een periode, bijvoorbeeld aan het einde van een maand
In de maand wordt bij ieder financieel feit bekeken of er sprake is een verandering op de winst-en-verliesrekening
Zo ja, dan wordt er een mutatie (= verandering) op de winst-en-verliesrekening gemaakt
Slide 27 - Tekstslide
Mutaties op de winst-en-verliesrekening
een + of - teken gebruik je niet bij winst-en-verliesrekening
uit de omschrijving moet duidelijk blijken van wat voor kosten/ opbrengsten sprake is
Debet en credit hoeven op een mutatiebalans w-e-v niet in balans te zijn. Mag wel als je het fijn vindt. Het verschil is de toe- of afname van het eigen vermogen als gevolg van het financiële feit
Slide 28 - Tekstslide
Liquiditeitsoverzicht
Geeft inzicht in het verloop van het bedrag aan liquiditeiten (bank en kas) waarover de onderneming kan beschikken.
saldo bank + kas begin van de periode (kan ook boven ontvangsten vermeld staan)
Slide 29 - Tekstslide
Liquiditeitsoverzicht opstellen
Ga bij elke balansmutatie na of er een verandering is van de balanspost bank of kas. Tel soortgelijke ontvangsten en uitgaven bij elkaar op en neem deze op in het liquiditeitsoverzicht