1.2.5 Instandhouding Afweer van de mens

Instandhouding Afweer van de mens
1 / 69
volgende
Slide 1: Tekstslide
Mens & NatuurHBOStudiejaar 1

In deze les zitten 69 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

Onderdelen in deze les

Instandhouding Afweer van de mens

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Afweer






3.5 Afweer

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ziek

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Infectieziekte ontstaat door ziekteverwekker. Voorbeelden:
  • verkoudheid: verkoudheidsvirus gaat in slijmvliescellen zitten. Die zwellen op -> loopneus/niezen/hoesten -> verspreiding virus.
  • griep: verspreiding verloopt hetzelfde.

Infectie in lichaam: je hebt 
een besmetting/infectie.

Verspreiding door druppeltjes in lucht 
of handcontact. Ziekteverwekkers
komen via mond, neus, geslachts-
organen of wondje in je lichaam.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verloop van infectieziekte
Ziekteverwekker dringt binnen: je bent besmet.

Wat is de incubatietijd? Wat gebeurt er dan met de ziekteverwekkers?

Symptomen: ziekteverschijnselen (bv. hoofdpijn/misselijkheid).

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Afweer
Witte bloedcellen ontstaan in beenmerg, rijpen in lymfeklieren, twee typen:
  • vreetcellen (algemene afweer): gaan uit de bloedvaten en sluiten bacteriën in bij ontstoken wond. Daarna gaan de vreetcellen dood, pus/etter uit de wond zijn alle resten.
  • antistofcellen: cellen die antistoffen maken.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe worden ziekteverwekkers herkend?
Alle cellen hebben herkenningseiwitten aan buitenkant van de cel: antigenen. Twee soorten:
  • lichaamseigen: antigenen van je eigen cellen
  • lichaamsvreemd: antigenen op ziekteverwekkers. 

Als een antigen lichaamsvreemd 
is, maken witte bloedcellen 
de antistoffen. Die passen
precies op het antigen van die
ziekteverwekker.

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Algemene/specifieke afweer
  • algemene afweer 
  • Specifieke afweer 

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Antistofcellen = witte bloedcellen die antistoffen maken.

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Samengevat
  • Ziekteverwekker is een micro-organisme die je ziek maakt.
Witte bloedcellen worden gemaakt in beenmerg en kunnen vreetcel of antistofcel zijn.

  • Als een ziekteverwekker binnenkomt, kunnen er twee dingen gebeuren:
  1. algemene afweer: vreetcellen 'eten' de ziekteverwekker op.
  2. Specifieke afweer: witte bloedcel maakt antistoffen die precies op die antigenen passen -> antistoffen koppelen ziekteverwekkers -> vreetcellen eten de ziekteverwekkers op.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat hoort bij wat?
Bloedplaatje
Rode bloedcel
Witte bloedcel
Kan van vorm veranderen
Bloedstolling
Zuurstoftransport
Geen celkern
Afweer
Kan het bloedvat uit
Bevat ijzer 
Hemoglobine

Slide 13 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Leg uit waarom er geen antibioticum wordt ingezet tegen een virale rabiës infectie (virus van hondsdolheid).

Slide 14 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn antigenen?
A
Herkenningseitwitten aan de buitenkant van cellen
B
Witte bloedcellen die antistoffen maken
C
Ziekteverwekkers
D
Lichaamseigen stoffen

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

T-cellen ontstaan in .... /
T-cellen ontwikkelen zich in .....
A
beenmerg/beenmerg
B
zwezerik/thymus
C
milt/lymfeknopen
D
milt/thymus

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe 'weet' een B-lymfocyt dat hij moet gaan delen en specialiseren tot plasmacel?
A
Hij is in contact geweest met een wond
B
Hij is in contact geweest met een antigeen
C
Hij is in contact geweest met een antistof
D
Hij is in contact geweest met een allergeen

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Orgaantransplantaties gaan niet altijd goed. Wat doen T-lymfocyten met de cellen van een vreemd orgaan?
A
Ze maken de cellen dood
B
Ze markeren de vreemde cellen.
C
Ze produceren antistoffen die de cellen aanvallen

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bij mensen die corona hebben gehad wordt vaak gemeten hoeveel antistoffen ze nog in hun bloed hebben als maat voor immuniteit tegen de ziekte. Leg uit waarom een lage hoeveelheid antistoffen niet betekent dat de persoon niet immuun is.

Slide 19 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Na een griep ben je beter geworden.
Je hebt dan een
A
actieve natuurlijke immuniteit
B
actieve kunstmatige immuniteit
C
passieve natuurlijke immuniteit
D
passieve kunstmatige immuniteit

Slide 20 - Quizvraag

Passieve natuurlijke immuniteit is wanneer jij immuun bent zonder dat het immuunsysteem hierbij is betrokken. 
Bij een pasgeborene wordt het slijmvlies van het spijsverteringskanaal vooral beschermd door antistoffen uit moedermelk. Hoe wordt deze via de moedermelk verkregen immuniteit genoemd?
A
kunstmatige actieve immuniteit
B
kunstmatige passieve immuniteit
C
natuurlijke actieve immuniteit
D
natuurlijke passieve immuniteit

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het nadeel van passieve immuniteit?

Slide 22 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Juist
Onjuist
Het griepvirus leidt niet tot de vorming van geheugencellen, omdat je ieder jaar weer de griep kunt krijgen.
Macrofagen hebben niets te maken met antistoffen, en zijn alleen belangrijk in de algemene afweer.
Ook zonder Tc cellen kan je een virusinfectie bestrijden, omdat antistoffen ook virussen aanvallen

Slide 23 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke letter hoort bij
de bloedgroepbepaling van een
persoon met bloedgroep 0?
A
P
B
Q
C
R
D
S

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een patiënt met bloedgroep B- heeft een bloedtransfusie nodig, van welke bloedgroepen kan hij bloed ontvangen?

Slide 25 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Ziek worden

Micro-organismen = bacteriën, schimmels en virussen.

Micro-organismen waar je ziek van wordt, zijn ziekteverwekkers.
  • bacteriën: afgifte giftige stoffen en veroorzaken ontstekingen.
  • schimmels: afgifte giftige stoffen.
  • virussen: dringen cellen binnen en vermeerderen. Als cel 'ontploft' komen virussen vrij en verspreiden.

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het immuunsysteem

Slide 27 - Tekstslide

pfizer + moderna = mRNA vaccin 
janssen + AstraZeneca = normaal vaccin

Lichaamsvreemd
  • Stoffen die niet in het lichaam thuishoren
  • Lichaam heeft barrières om ziekteverwekkers (bacteriën en virussen) buiten het lichaam te houden

  1. Huid
  2. Slijmvliezen ( neus en keel, met trilhaartjes)
  3. Maagzuur

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Infectie
  • Ziekteverwekker toch door de huid heen? --> infectie
  • Afweersysteem/ immuunsysteem wordt actief.
  • Witte bloedcellen moet ziekteverwekkers opsporen en dood maken

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


  • Virussen zijn geen levende wezens. Ze bestaan uit DNA met een schil van eiwit.
  • Afweersysteem/ immuunsysteem herkent virus aan antigeen op de buitenkant van een cel of virus

  • Lichaamsvreemde antigenen activeren het afweersysteem
Antigeen is voor elk type bacterie of virus anders.

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Antigenen
  • Infectie: binnendringen van ziekteverwekkers (bacteriën, virussen, schimmels)
  • Lichaamsvreemde stoffen: antigenen
  • Immuunsysteem gaat aan de slag
  • Witte bloedcellen maken ziekteverwekkers onschadelijk door insluiten 

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Antistoffen
  • Antistoffen: stoffen die gemaakt worden door witte bloedcellen
  • Antistoffen zitten opgelost in het bloed
  • Antistoffen reageren op de antigenen
  • Antistoffen werken specifiek: ze werken maar op één antigeen
  • Ziekteverwekkers worden in-actief gemaakt

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waar bevinden antigenen zich?
A
Buitenkant van cellen of virussen
B
Binnenkant van cellen of virussen
C
Binnenkant van virussen
D
Buitenkant van cellen

Slide 33 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een antigeen is..
A
een lichaamsvreemde stof die het afweersysteem kan activeren
B
een eiwitmolecuul dat het lichaam helpt bij de bestrijding van ziektes
C
een binnen gedrongen bacterie of virus

Slide 34 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is hier het antigeen?
A
Geel
B
Oranje
C
Blauw

Slide 35 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 37 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Immuniteit: Heel snel heel veel antistoffen aanmaken waardoor je niet ziekt wordt = immuun

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Natuurlijke immuniteit
  • Je bent eerder geïnfecteerd door een ziekteverwekker en  je witte bloedcellen hebben daardoor onthouden welke antistof ze moeten maken om deze indringer te verslaan. 

  • Bij een nieuwe infectie wordt je niet meer ziek omdat er direct antistoffen gemaakt kunnen worden door geheugencellen.

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kunstmatige immuniteit
- Met een vaccin worden onschadelijk gemaakte antigenen in het bloed ingebracht
- Het lichaam gaat antistoffen maken.
- Als je in aanraking komt met de echte ziekteverwekkers kunnen de witte bloedcellen gelijk nieuwe antistoffen maken

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Immuniteit
Antistoffen
Antigenen
Vaccin
Serum
Actief natuurlijk
Passief natuurlijk
Passief kunstmatig
Actief kunstmatig

Slide 42 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vaccineren
Rijksvaccinatieprogramma: Om kinderen te vaccineren tegen ziektes waar je vroeger dood aan kon gaan.
Vaccinatiegraad: Mazelen 95% =  95% moet gevaccineerd zijn om te zorgen dat de ziekte zich niet kan verspreiden onder de mensen.

Corona: 77% volledig gevaccineerd

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 45 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Mechanische afweer
Chemische afweer
Indirecte afweer
Sommige planten maken nicotine, wat dodelijk is voor insecten.
Sommige planten maken lokstoffen, die de natuurlijke vijand van bijvoorbeeld een rups aantrekt.

Slide 46 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Allergische reactie
  • Allergie= overgevoelig voor een bepaalde stof.
  • Bijvoorbeeld hooikoorts

  • Afweersysteem/ Immuunsysteem reageert erop: Rode plekken, uitslag, jeuk, branderig gevoel en ontstekingen.

Slide 47 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De huid beschermt tegen sterke oververhitting door...
A
zweet te produceren
B
bloedvaatjes in de huid te verwijden
C
bloedvaatjes in de huid te vernauwen
D
pigment te maken

Slide 48 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Anafylactische reactie
  •  Heftige allergische reactie. Opzwellen van slijmvliezen en lippen, benauwd.
  • Bloedvaten verwijden en de bloeddruk daalt.
  • Heel gevaarlijk en evt. dodelijk. Daarom hebben deze mensen vaak een EpiPen bij zich.
  • Injectienaald met adrenaline. Om de bloeddruk weer te laten stijgen. 

Slide 49 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bloedgroepen
Er zijn 4 bloedgroepen:
  • Bloedgroep A
  • Bloedgroep B
  • Bloedgroep AB
  • Bloedgroep O

Slide 50 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 51 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 52 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bloedgroepen

Slide 53 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 54 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 55 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

ABO systeem- agglutinatie

Slide 56 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 57 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 58 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 59 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat kan gebeuren bij bloedtransfusie

Slide 60 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 61 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Iemand met bloedgroep A krijgt bloed van iemand met bloedgroep AB.
Kan dat? Leg uit.

Slide 62 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer levert de rhesus-factor problemen op bij een zwangerschap?
A
Moeder: rh+ Kind: rh-
B
Moeder: rh+ Kind: rh+
C
Moeder: rh- Kind: rh-
D
Moeder: rh- Kind: rh+

Slide 63 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Afweer
Afweer = uitschakelen van ziekteverwekkers door je lichaam.

Welke cellen waren ook alweer verantwoordelijk voor de afweer?

Slide 64 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een bacterie is een ziekte-verwekker.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 65 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

In de incubatietijd kun je niemand besmetten.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 66 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke stoffen worden aangemaakt bij de specifieke afweer?
A
Antigenen
B
Antistoffen
C
Vreetcellen
D
Antistofcellen

Slide 67 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat voor soort stof is een antigen?
A
cel
B
eiwit
C
hormoon
D
enzym

Slide 68 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Onder invloed van vitamine D wordt calcium beter opgenomen in het lichaam.
Noem 2 redenen waarom ouderen iedere dag naar buiten zouden moeten om te bewegen.

Slide 69 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies