Slim rekenen met grote getallen
Slim rekenen met grote getallen
Wat weet jij al over grote getallen en hoofdrekenen?
Aan het einde van de les kun je:
- rekenen met mooie getallen - optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen - grote getallen afronden en begrijpen - uitkomsten in praktische situaties gebruiken
Hoofddoelen en subdoelen
Je leert vandaag: 1. Rekenen met mooie getallen 2. Optellen & aftrekken 3. Vermenigvuldigen 4. Delen 5. Afronden 6. Grote getallen Iedere les bevat uitleg, praktijkvoorbeeld en controle-opgave.
1. Rekenen met mooie getallen
Kun je 200 + 300 in je hoofd uitrekenen? Bij mooie getallen eindigen beide getallen op één of meer nullen.
Praktijk: mooie getallen
Bijvoorbeeld: Het tellen van euro’s in briefjes van honderd. Hoe snel kun jij 500 + 200 uitrekenen?
Opgave – mooie getallen
Wat is 400 – 200? Wat is 300 × 20? Antwoorden mag je opschrijven!
2. Optellen van gehele getallen
Je kunt bijvoorbeeld 56 + 24 uitrekenen zonder rekenmachine. Hoe doe je dat in stappen?
Praktijk: optellen
Bij het boodschappen doen tel je het bedrag van producten bij elkaar op.
Opgave – optellen
Los op: 37 + 28 = ?
3. Aftrekken van gehele getallen
Je kunt uitrekenen hoeveel je overhoudt als je 45 – 17 doet. Welke strategie gebruik je?
Praktijk: aftrekken
Als je wisselgeld terugkrijgt na het betalen van iets van €10 met een briefje van €20.
Opgave – aftrekken
Los op: 63 – 29 = ?
4. Vermenigvuldigen
Twee gehele getallen met elkaar vermenigvuldigen, zoals 6 × 7. Ken jij de tafels nog?
Praktijk: vermenigvuldigen
Bijvoorbeeld: 5 dozen met elk 8 flessen water. Hoeveel flessen heb je in totaal?
Opgave – vermenigvuldigen
Los op: 8 × 9 = ?
5. Delen
Je kunt delen zonder rest (30:5=6) en delen met rest (17:4=4 rest 1).
Praktijk: delen
Je verdeelt 18 koekjes over 4 kinderen. Hoeveel krijgt ieder en hoeveel blijven er over?
Opgave – delen
Los op: 25 : 4 = ? (Hoeveel, en wat is de rest?)
6. Afronden
Je kunt getallen afronden op tientallen, honderdtallen en duizendtallen zoals 178 ≈ 180 of 1500 ≈ 2000.
Praktijk: afronden
Wat geef je ongeveer uit bij de supermarkt? Reken je snel, dan rond je bedragen af.
Opgave – afronden
Rond de volgende getallen af: - 394 op honderdtallen - 1.987 op duizendtallen
7. Grote getallen begrijpen
Duizend = 1.000, miljoen = 1.000.000, miljard = 1.000.000.000. In Nederland wonen ongeveer 17 miljoen mensen.
Grote getallen: schrijven en toepassen
Schrijf dit getal voluit: 4.560.000. Wat betekent het in de praktijk?
Drie miljoen schrijf je als 3.000.000.
Schrijven
Praktijk
Opgave – grote getallen
Schrijf in cijfers: vier miljoen achtduizend.
Samenvatting en reflectie
We hebben vandaag geleerd om: - mooie getallen te herkennen - hoofdrekenen toe te passen - grote getallen en afronden in de praktijk te gebruiken Wat vond je lastig? Wat kun je nu goed?
Laatste oefening
Bereken uit je hoofd: 5.000 – 2.000 + 700 × 2 = ?
Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.
Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.
Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.