Tijdvakdossier informatie per KA

Wat gaan we doen?
- Vorige les: Toets 
- Werken aan TVD (persoonlijke feedback) 
- evaluatie en afsluiting
Groepsdoel: we werken aan een veilige, positieve klassensfeer, waarin iedereen goed kan werken (verwachtingen - grenzen - rust).

Ik kies een plek waar ik mij goed kan concentreren

Lesdoel: Ik werk verder aan mijn tijdvakdossier en weet wat er minimaal per KA in moet staan.
GO

1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 5

In deze les zitten 23 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Wat gaan we doen?
- Vorige les: Toets 
- Werken aan TVD (persoonlijke feedback) 
- evaluatie en afsluiting
Groepsdoel: we werken aan een veilige, positieve klassensfeer, waarin iedereen goed kan werken (verwachtingen - grenzen - rust).

Ik kies een plek waar ik mij goed kan concentreren

Lesdoel: Ik werk verder aan mijn tijdvakdossier en weet wat er minimaal per KA in moet staan.
GO

Slide 1 - Tekstslide

Jagers-verzamelaars
  • Nomaden: afhankelijk van de carrying capacity van een gebied
  • Gebruik van vuur
  • Gebruik van steen
    --> Paleolithicum
    --> Oude Steentijd

Slide 2 - Tekstslide

Jagers-verzamelaars
- Jagen en verzamelen
- sociale gelijkheid
-duidelijke taakverdeling

Slide 3 - Tekstslide

Landbouw 
  • Landbouw = akkerbouw en  veeteelt
  • Oorzaken:
  • Meer kennis graan
  • Bevolkingsgroei
  • Klimaatverandering
    --> noodzaak

Slide 4 - Tekstslide

Landbouwsamenleving
  • Gevolgen:
  • Sedentair leven
  • Ontstaan dorpen
  • Nieuwe gereedschappen
  • Nieuwe aardewerken
  • Sociale verschillen leidt tot begin hierarchie

Slide 5 - Tekstslide

Irrigatielandbouw, Midden-Oosten vruchtbare halve maan.

Slide 6 - Tekstslide

Sommige samenlevingen waren rond 3500 v.Chr. zo gegroeid, dat het steden waren geworden. 

Sommige steden gingen het omringende platteland overheersen. Dat noemen we een stadstaat.

Stadstaat: Stad met omliggende platteland dat tezamen als een geheel wordt bestuurd.

Slide 7 - Tekstslide

De samenleving in de stadstaten was complex. Er moesten afspraken worden gemaakt.

Om afspraken vast te leggen ontstond het schrift (spijkerschrift). 
Wetten (codex van Hammurabi), belasting e.d.

Maar een klein deel van de bevolking kon lezen en schrijven. Schrijvers waren daardoor heel belangrijk.


Slide 8 - Tekstslide

Griekse Stadstaten
 Vanaf ±850 v.Chr. ontstaan Griekse stadstaten, poleis
Deze poleis hebben allemaal eigen regels en eigen bestuur. De inwoners van deze poleis waren trots op hun eigen polis en de zelfstandigheid van hun polis. 
De stadstaten hadden regelmatig ook oorlog met elkaar.
Maar de poleis hadden ook veel gemeenschappelijk zoals bijvoorbeeld taal, godsdienst en cultuur.

Slide 9 - Tekstslide

Bestuursvormen
De verschillende poleis hadden allemaal andere bestuursvormen. 
  • monarchie - bestuur door een koning, deze kwam via erfopvolging op de troon
  • aristocratie - bestuur door een groep edelen
  • tirannie - bestuur door een (vaak wrede) alleenheerser

Slide 10 - Tekstslide

Democratie
ontstond in de stadstaat Athene in 509 v. Chr.
het volk verdreef een tiran en daarna werd een nieuwe bestuursvorm ingevoerd.
democratie - bestuur in handen van de volksvergadering
In de volksvergadering stemmen de inwoners met burgerrecht
Maar, vrouwen, slaven en buitenlanders hebben geen burgerrecht

Slide 11 - Tekstslide

Denken over natuur en gezondheid
  • De Grieken zagen in alle natuurverschijnselen goden, die verklaard werden door mythisch denken.
  • Hoe de goden zich gedroegen, omgingen met elkaar en met de mensen werd beschreven in mythen.
  • Bij ziektes en ander onheil offerden de Grieken aan de goden om het onheil af te wenden.

Slide 12 - Tekstslide

Denken over natuur en gezondheid
  • In de 6e eeuw vC ontstond er kritiek op het mythisch denken, het wetenschappelijk denken kwam tot ontwikkeling. Sommige Grieken gingen op zoek naar logische verklaringen van verschijnselen. Deze Grieken noemen we filosofen.
  • Bekende filosofen zijn Hippocrates (geneeskunde) Pythagoras (wiskunde)
  • Filosofen nemen waar en onderzoeken om tot een conclusie te komen, dit is de basis van wetenschappelijk denken.

Slide 13 - Tekstslide

De verspreiding van de Griekse cultuur
  • In 338 v. Chr. kwam er een einde aan de zelfstandig poleis; de Macedonische koning Philippos II veroverde Griekenland
  • Maar dit betekende niet het einde van de Griekse cultuur en wetenschap; integendeel! 
  • Phillipos' zoon Alexander de Grote veroverde rond 330 v. Chr. het Perzische Rijk, dat zich uitstrekte van Egypte tot India.
  • Ook hier wordt de Griekse  cultuur ingevoerd 

Slide 14 - Tekstslide

De verspreiding van de Griekse cultuur
  • De Grieken, die zich gingen vestigen in het veroverde gebied, hielden vast aan hun taal en gewoontes. 
  • Voorbeelden zijn: architectuur, sportscholen, tempels, theaters en natuurlijk de taal en goden. 

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Grieks - Romeinse vormentaal

Slide 17 - Tekstslide

Liefde voor de kunsten:
  • Beeldhouwkunst: Perfect en gespierd, naakt
  • Bouwwerken: Perfecte vormen: Rechthoeken, driehoeken       en zuilen.  Symmetrisch (beide kanten zijn gelijk)
  • toneelstukken
    :
    1. Komedie: een toneelstuk met een vrolijk einde 2. Tragedie: een toneelstuk dat slecht afloopt 
    doel: je moet iets leren van het toneelstuk

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Van monarchie (753 - 509 v. Chr.) naar Republiek:

  • De naam republiek komt van: res publica. Dat betekent: publieke zaak, in het Latijn.

  • Op papier is de republiek een democratie...

  • ...maar in de praktijk is een kleine groep mensen aan de macht. Dit heet: aristocratie

Slide 20 - Tekstslide

De Romeinse Republiek:

  • De republiek wordt bestuurd door de senaat ('raad van ouderen'). Dit waren rijke Romeinen.

  • Het volk kiest elk jaar 2 leiders: consuls

  • Zij voerden de besluiten van de senaat uit

Slide 21 - Tekstslide

Het Romeinse Rijk groeit:
  • De legeraanvoeders mochten de buit die zij tijdens de veroveringen verkegen zelf houden.
  • In de nieuwe gebieden moesten de mensen belasting gaan betalen. De Romeinse belastingophalers hielden vaak een deel van deze belasting voor zichzelf.

GEVOLG
Het aantal rijke mensen groeide. 

Succesvolle Romeinse legeraanvoerders kregen in Rome een triomftocht. Het leger mocht in een optocht door de stad en de bewoners juichten voor de soldaten. 

Slide 22 - Tekstslide


Julius Caesar wordt vermoord
44 v. Chr.



  • Julius Caesar wordt steeds machtiger. Tegenstanders denken dat Caesar zelfs koning wil worden: ze moeten hem tegenhouden!
  • Op de idus (15e dag) van maart wordt hij in de Senaat door andere senatoren vermoord.
Heersen over dit machtige rijk, dat wil iedereen wel!
Tussen de machtigste Romeinse mannen ontstaat een aantal ruzies die uitlopen in burgeroorlogen (133 - 44 v.Chr)

Slide 23 - Tekstslide