Kansrijk kennismaking horeca

Horeca
  • Waar moet je aan denken?
  • Wat betekend het woord HORECA? 
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
horecaPraktijkonderwijsLeerjaar 4

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Horeca
  • Waar moet je aan denken?
  • Wat betekend het woord HORECA? 

Slide 1 - Tekstslide

Regels in de keuken
  • Veiligheid
  • Kleding: Spijkerbroek, werkschoenen, polo
  • Pauze tijden kunnen verschillen
  • Telefoon in de kluis
  • Respect (eigen regels)

Slide 2 - Tekstslide

Schoonmaak
  • Registratie schoonmaak
  • Iedereen is verantwoordelijk voor de schoonmaak eigen werkplek en algemene schoonmaak.  

Slide 3 - Tekstslide

Schoonmaakrooster (vanaf LE2)

Slide 4 - Tekstslide

VUA
Voorbereiden, uitvoeren en afronden/afmelden

Slide 5 - Tekstslide

Afval
PMD, papier, glas, restafval en GFT

Slide 6 - Tekstslide

Waarom is hygiëne
zo belangrijk in de
horeca?

Slide 7 - Woordweb

wat betekent FIFO?
A
fast in fast out
B
first in first out
C
first out first in
D
first in first in

Slide 8 - Quizvraag

Welke soorten hygiëne zijn er in de horeca?
A
Persoonlijke hygiëne en bedrijfshygiëne
B
Tafel hygiëne
C
Handen wassen
D
Bedrijfshygiëne

Slide 9 - Quizvraag

Op welke manieren kun je letten op je eigen veiligheid?
A
Ga op de juiste manier om met apparatuur
B
Let op je houding bij het tillen van materialen
C
Draag werkschoenen
D
Draag de juiste werk kleding

Slide 10 - Quizvraag

Persoonlijke hygiëne
bedrijfshygiëne
nagels
aanrecht
haar
vloer
keukendoeken
kleding
sieraden
afvalbak

Slide 11 - Sleepvraag

wat betekent T.H.T?
A
Tenminste Heel Tot
B
Tenminste Hoog Tot
C
Tenminste Houdbaar Tot
D
Tenminste Goed Tot

Slide 12 - Quizvraag

Wat betekent VUA
A
Uitvoeren Afronden Voorbereiden
B
Voorbereiden Uitvoeren Afronden
C
Afronden Uitvoeren Voorbereiden
D
Uitvoeren Voorbereiden Afronden

Slide 13 - Quizvraag

Waar staat PMD voor
A
Papier, metalen, drinkkartons
B
Plastic, metalen en drankkartons
C
Plastic, metalen, diner
D
Drinkkartons, papier en metalen

Slide 14 - Quizvraag

Wat is de term voor gesneden blokjes?
A
Julienne
B
Ciseleren
C
Brunoise
D
Chinoise

Slide 15 - Quizvraag

Wat betekent de term “mise-en-place”?
A
Afrekenen
B
Naar huis
C
Opruimen
D
Voorbereidende werkzaamheden

Slide 16 - Quizvraag

Wat betekent de term ‘couvert’ in de horeca?
A
Het aantal stoelen in het restaurant
B
Het aantal gasten waarvoor gedekt is
C
Het aantal gangen in een menu
D
Het aantal glazen op tafel

Slide 17 - Quizvraag

Wat zijn convenience producten?
A
Bewerkbare producten
B
Inventaris
C
Buffet
D
Gemaks producten

Slide 18 - Quizvraag

Wat is de Nederlandse naam voor Julienne?
A
Dunne reepjes
B
Dunne blokjes
C
Dunne plakjes
D
Gelijkmatige reepjes

Slide 19 - Quizvraag

Welke snijplank hoort bij welk product?
Groente en fruit
kip en gevogelte
gegaard vlees
brood en kaas
rauw vlees
vis, schaal- en schelpdieren

Slide 20 - Sleepvraag

Bedankt! Vragen?

Slide 21 - Tekstslide