periode les 1 geld introductie

1 / 89
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBedrijfseconomieMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 1

In deze les zitten 89 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 100 min

Onderdelen in deze les

Introductie van de periodeles: Economie en maatschappij leerjaar 1


We combineren twee vakken: economie (week 1) en maatschappijleer (week 2).

In week 3 ontwerp je met je groepje een eigen land, waarin beide onderwerpen samenkomen.


Maak aantekeningen in je rode boekje per les.

Boete en schulden

Schulden,

  • kopen op afbetaling,

  • leningen,

  • achteraf betalen,

  • abonnementen

Boetes:

  • OV,

  • fietsen zonder licht,

  • te laat betalen

Regels in de klas:


Je bent op tijd, en startklaar als de les begint.

Startklaar:

  1. Telefoon in de kist.

  2. Jas, oortjes uit, capuchon af pet naar achter,

  3. tas op de grond/

  4. Op tafel, pen, periode boekje


Klassen regels:

  1. Respect voor elkaar, docent en materialen

  2. Vinger opsteken als je wat wilt vragen/zeggen

  3. Niet door de uitleg heen praten.


Wat weet jij al over geld?

Leerdoel van deze les

Aan het einde van deze les kun je de vier belangrijkste functies van geld uitleggen:

Ruilen,

Rekenen en

Sparen.


Wanneer gebruik jij geld?

In de winkel

Bij het sparen van kleingeld of het verdienen met bijvoorbeeld klusjes.

Thuis:

Bij het kopen van snacks, kleding of schoolspullen.

Je gebruikt digitaal geld voor het betalen van spullen die je online koopt. Dit geld komt van je rekening.

Online:

Wat is geld eigenlijk?

Geld is een middel dat we gebruiken om dingen te kopen, verkopen en te bewaren voor later.


Hoe kom je aan geld?


  • verhuren

  • Lenen

  • Ondernemen

  • Werken

  • Dienst verlenen

  • Kopen en verkopen

  • Sparen met rente

  • Beleggen

Vrijdag les 2

4 functies van geld:

Functie 1: ruilen

Met geld kun je spullen of diensten ruilen. Je geeft geld en krijgt iets terug, zoals bij het doen van boodschappen.

  • contant geld

  • (brief en munt)

  • bank rekening



Functie 2: rekenen

Met geld kun je de

  1. Waarde van producten zien en vergelijken

  2. Beste aanbieding uitrekenen

  3. Totaalprijs van aankopen berekenen

  4. Korting goed kunnen berekenen

  5. Prijs per stuk berekenen

  6. Terugkrijgen bij betalen (wisselgeld)

  7. Controleren of budget klopt

  8. Uitgaven en geld overhouden

  9. Slimme keuze bij kopen

  10. Niet te veel betalen

Wat kost bijvoorbeeld 1 banaan?

A

Answer A € 0,30

B

Answer B € 2,30

C

Answer C € 3,00

D

Answer D € 7,30

Wat kost een niewe

Ouxi V8 Fatbike


A

Answer A € 2998,-

B

Answer B: € 899,00

C

Answer C € 200,-

D

Answer D

Functie 3: sparen

Met geld kun je sparen voor later, bijvoorbeeld voor een fiets of een vakantie.

  1. Vast bedrag wekelijks

  2. Spaardoel kiezen

  3. Spaarpot gebruiken

  4. Aparte spaarrekening

  5. Automatisch overboeken

  6. Kleingeld bewaren

Opdracht: teken en brainstorm

Maak een woordweb over economie en geld. Gebruik de eerste bladzijde in je schrift.


Wat betekent geld voor jou?

10

minute

00

second

Periode les week 1

Geld

Schrijf 3 dingen in je schrift

op die je deze les hebt geleerd.

2

minute

00

second

Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

2

minute

00

second

Week opdracht:


  • Groepje krijgt één paperclip

  • Ruil buiten je groep

  • Dagelijks één beheerder

  • Schrijf: naam, begin, eind

  • Noteer: met wie je ruilt en wat bv. paperclip voor schemerlamp voor platenspeler voor playstation.

  • Vermeld bron, hou realistisch

  • Ruil kleine stapjes en vaak

  • Ruil slim, blijf eerlijk vertel over het project

  • Doe zelf voorstellen

  • Eindproduct doneren goed doel, gebruik dit!

les 3 de geschiedenis van geld

De geschiedenis van geld: van ruilhandel tot munten

Wat weet jij al over hoe geld is ontstaan?

Leerdoel

Aan het einde van de les kun je uitleggen hoe geld is ontstaan en hoe mensen vroeger ruilden zonder geld.

Wat is ruilhandel?

Vroeger was er geen geld. Mensen ruilden spullen direct met elkaar, bijvoorbeeld graan voor groente.

Handig omdat:

1, Jij hebt iets wat een ander wil
2, De ander heeft iets wat jij wil
3, Jullie spreken samen af wat eerlijk is.


Voorbeelden: Kleding ruilen met vrienden, een game ruilen voor een ander spel, iemand helpt jou met je fiets, jij helpt diegene met iets anders




Waarom is het soms lastig:

Je moet precies hebben wat de ander wil
• Het is lastig om te bepalen wat eerlijk is
• Grote of zware spullen zijn moeilijk mee te nemen
• Ruilen kost veel tijd
• Spullen kunnen kapotgaan of bederven

Waarom was ruilhandel lastig?

Probleem 1

  • Het was moeilijk de waarde te bepalen en spullen te bewaren.

  • De ander wilde soms jouw spullen niet.

Probleem 2

Over ruilhandel gesproken:

Hoe gaat het met de paperclip challenge??

team 1:

team 2:

team 3:






De eerste 'administratie' van geld: Kerfstok

In Irak hielden mensen met kleitabletten en kerfstokken bij wie wat kreeg. Zo ontstond het eerste 'geld'.

Kerfstok, wat is dat?
• Houten stok met inkepingen
• Elke inkeping = iemand krijgt of leent iets, graan, eten, geld

Hoe werkte het?
• Stok vaak in tweeën
• Eén helft voor gever, één helft voor ontvanger
• Later naast elkaar, check of het klopt

Waar begon dit?
• Middeleeuwen
• Vooral in Europa, bij boeren en handelaren
• Handig, veel mensen konden niet schrijven

Spreekwoord
• “Iets op zijn kerfstok hebben” = je hebt iets verkeerds gedaan, er staat nog iets open tegen je

Tussenhandel: bijzondere ruilmiddelen

Waarom dit nodig was:
Ruilhandel was vaak gedoe. Jij had appels, iemand anders wilde jouw appels niet, maar jij wilde wel zijn brood. Dan liep het vast.

De oplossing:
Mensen gingen ruilmiddelen gebruiken. Dat zijn spullen die bijna iedereen wilde hebben, die je kon bewaren, meenemen en eerlijk verdelen.

Voorbeelden van ruilmiddelen:
Zout, schelpen, kralen, stukken metaal, huiden, graan.

Waarom waren munten handig?

Rond 500 voor Christus werden de eerste munten gemaakt in Turkije. Later gingen ook China en India munten gebruiken.


Munten waren handig omdat:

• Klein, stevig
• Makkelijk mee te nemen, bewaren
• Edelmetaal
• Roest niet
• Gaat lang mee
• Stempel
• Waarde meteen duidelijk
• Moeilijk na te maken
• Vertrouwen
• Sneller, eerlijker handelen.

China

India

Turkije

Het ontstaan van Geld:

Rond 500 voor Christus werden de eerste munten gemaakt in Turkije. Ook China en India gingen munten gebruiken.

Opdracht: teken je eigen munt

Ontwerp je eigen brief en muntgeld.

Vul eerst het ontwerp formulier in.

Plak deze in je schrift en teken jouw geld erbij.



  • Briefgeld voor en achterkant

  • muntje

  • veiligheidmerk


Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.

Papiergeld

Regels in de klas:


Je bent op tijd, en startklaar als de les begint.

Startklaar:

  1. Telefoon in de kist.

  2. Jas, oortjes uit, capuchon af pet naar achter,

  3. tas op de grond/

  4. Op tafel, pen, periode boekje


Klassen regels:

  1. Respect voor elkaar, docent en materialen

  2. Vinger opsteken als je wat wilt vragen/zeggen

  3. Niet door de uitleg heen praten.


Welke ruilmiddelen werden

er vroeger gebruikt?


A

Answer A: aandelen, crypto, bitcoins

B

er werd nergens voor betaald, alles was gratis

C

Answer C: Briefgeld en muntgeld

D

Answer D: Zout, schelpen, kralen, stukken metaal, huiden, graan.

Ivo heeft een gamekaart die ongeveer €30 waard is. Hij mag kiezen uit één ruilmiddel,


Welke keuze is het beste voor Ivo ?

A

Answer A: A. Een cadeaubon van een winkel die Ivo nooit bezoekt.

B

Answer B: Een set nieuwe game tegoedbonnen, die Ivo direct kan gebruiken

C

Answer C: Een 2e hands smartphone met een kleine barst, hij weet niet hoe oud.

D

Answer D: Een zak met oude “verzamelmunten”, waarvan hij niet zeker weet of ze echt wat waard zijn.


Wat weet je al over papiergeld?

Leerdoel van deze les

Aan het einde van de les kun je uitleggen waarom papiergeld is uitgevonden, hoe het wordt gemaakt en herkennen welke echtheidskenmerken bankbiljetten hebben.

Waarom werd papiergeld uitgevonden?

Muntgeld was zwaar en onhandig om mee te nemen. Papiergeld is lichter en makkelijker op te bergen. Het werd het eerst in China gemaakt, later in 1661 in Zweden.

Nederland maakte sinds 1434 geld en werd in 1816 vastgelegd als de officiële Nederlandse munt: de Gulden.

Ieder land in europa had zijn eigen valuta (geld)

bijvoorbeeld

Peseta>Spanje, Franc> Frankrijk, Lire>Italie.




Muntgeld is zwaar en onhandig om mee te nemen. Papiergeld is lichter en makkelijker op te bergen.

De gulden was de Nederlandse munt, tot 2002
• Je betaalde ermee in Nederland, met munten

en briefjes
• In 2002 kwam de euro, één munt voor veel Europese landen
• De euro maakte reizen en shoppen makkelijker, geen geld wisselen
• Handel tussen landen werd makkelijker, prijzen vergelijken ging sneller
• Veel mensen vonden de gulden “vertrouwd”

en misten hem
• Veel mensen hadden het gevoel dat spullen

duurder werden na de euro
• Anderen vonden de euro juist handig, vooral op vakantie en online


1 januari 2002 werd de Nederlandse

gulden vervangen door de Europese Euro.

Eerste serie eurobiljetten (2002), ontworpen door Robert Kalina (Oostenrijk)


Thema is Europese bouwstijlen, door de eeuwen heen.
• Voorkant toont ramen en poorten, als symbool voor openheid
• Achterkant toont bruggen, als symbool voor verbinding
• Ontwerpen zijn bewust niet van echte monumenten, zodat geen land wordt bevoordeeld.
• EU vlag en sterren laten zien, dit is Europees geld


Eurobiljetten worden gedrukt door 11 beveiligde drukkerijen in Europa, onder regie van de ECB en nationale centrale banken, de productie wordt verdeeld.

Hoe wordt papiergeld gemaakt?

Papiergeld wordt gemaakt van papier, katoen, linnen en soms plastic. Dat maakt het stevig en geschikt voor dagelijks gebruik.


Kijk naar de video en schrijf 4 dingen op die een euro briefje echt maakt.


Kenmerken van echt geld

Wat staat er allemaal op een biljet?


  • Waarde, zoals 5, 10, 20, 50, 100, 200
    • Het woord EURO, of ΕΥΡΩ
    • Het Europese teken, € (hologram)
    • Een brug, en een raam of poort
    • EU vlag met sterren
    • Sterren, en kaart van Europa
    • Het serienummer
    • De letters van de ECB, zoals ECB, BCE, EZB
    • Een handtekening, van de ECB president
    • Veiligheidskenmerken, zoals watermerk, hologram, en veiligheidsdraad

Om vervalsing te voorkomen zijn er speciale eigenschappen toegevoegd aan biljetten.

Straf tot minimaal 9jaar cel voor het vervalsen van geld!

De bruggen op de biljetten zijn nep, om geen land voor te trekken.

In Spijkenisse (NL) de gebouwen van de biljetten zijn nagebouwd?

Wist je dat:

Opdracht: teken je eigen briefgeld

Je hebt nu nog meer informatie over briefgeld.

we gaan verder met de opdracht van gisteren:

Ontwerp je eigen brief en muntgeld.

Vul eerst het ontwerp formulier in.

Plak deze in je schrift en teken jouw geld erbij.

  • Briefgeld voor en achterkant

  • muntje

  • veiligheidmerk


Om 10:00 stoppen we voor een verassing

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.

Slim en veilig online betalen

Regels in de klas:


Je bent op tijd, en startklaar als de les begint.

Startklaar:

  1. Telefoon in de kist.

  2. Jas, oortjes uit, capuchon af pet naar achter,

  3. tas op de grond

  4. Op tafel, pen, periode boekje


Klassen regels:

  1. Respect voor elkaar, docent en materialen

  2. Vinger opsteken als je wat wilt vragen/zeggen

  3. Niet door de uitleg heen praten.


Wat weet jij al over online betalen?

Leerdoel van deze les

Aan het einde van deze les weet je welke manieren er zijn om online te betalen, waar je op moet letten en hoe je veilig kiest wat bij jou past.

Wat is digitaal geld?

Digitaal, of giraal geld, staat op je bankrekening
• Het is eigenlijk een bedrag in een computersysteem
• Betalen is geld verplaatsen via internet, van jouw rekening naar een andere
• Je kunt het niet vasthouden zoals munten of biljetten
• Je ziet het in je bank app of op je afschrift

Online betalen, wat moet je weten

Online betalen lijkt gratis, maar vaak zijn er toch kosten.

Soms betaal jij extra, soms de webshop.


Let op de verzendkosten, deze kunnen heel hoog zijn.

controleer de website op echtheid

Creditcard: handig maar opletten

Betaalpas:

Je koopt nu, je betaalt later
• Handig online en in het buitenland
• Bedrag komt later van je rekening
• Te laat, dan rente of extra kosten
• Soms betaal je een jaarbijdrage

  • Aankopen zijn verzekerd


Betaal nu, meestal het slimst

Met iDEAL, pin online, Apple Pay of Google Pay betaal je meteen. Je hebt geen schuld en meestal geen extra kosten.

Klarna en betaal later

Je koopt nu, betaalt later of in delen. Op tijd betalen lijkt gratis, maar ben je te laat, dan betaal je extra. Kies dit alleen als je zeker weet dat je op tijd kunt betalen.


Klarna heeft een vaste betaaltermijn of vaste delen,

Tikkie en betaal-links

Handig om snel geld te sturen, maar pas op voor neplinks en fraude. Check altijd de afzender en de naam in je bank-app. Twijfel je? Niet betalen.

Betalen met een QR code


• Je scant de QR code met je camera of je bank app
• Je komt in je bank app of betaalpagina en ziet het bedrag en de ontvanger
• Jij controleert, je bevestigt met pincode of gezichtsherkenning
• Meestal is het gewoon een directe betaling, vergelijkbaar met iDEAL
• Let op, scan alleen QR codes van plekken die je vertrouwt, nep QR codes kunnen je naar fraude links sturen

Waarom kost online betalen geld?

Betaal later & creditcard

Hierdoor kun je als klant óók extra kosten krijgen.

• Deze opties kosten webshops vaak meer
• Soms betaal jij daardoor extra, of is het product duurder
• Te laat bij betaal later, dan betaal jij extra kosten

Transactiekosten


• Betaalproviders regelen de betaling
• Ze zorgen voor techniek en veiligheid
• Webshops betalen hiervoor bijna altijd kosten

Mini-checklist voor online betalen

1. Heb ik het geld echt? 2. Ken ik deze webshop? 3. Betaal ik nu of later? 4. Zijn er extra kosten? 5. Klopt de afzender en de naam bij een betaal-link?

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.

Giraal geld versus chartaal geld

Fysiek geld zoals munten en biljetten. Slechts 15% van het totaal.

Onzichtbaar geld, alleen op je rekening. 85% van al het geld in Nederland is giraal.

Chartaal geld

Giraal geld

Checklist: veilig online betalen

1. Heb ik het geld echt? 2. Ken ik de webshop? 3. Is de betaalmethode veilig? 4. Zijn er extra kosten? 5. Twijfel je? Eerst controleren!

Alles over bijbaantjes: werken op jonge leeftijd

Wat weet jij al over bijbaantjes voor jongeren?

Wat ga je leren vandaag?

Aan het eind van deze les kun je uitleggen waarom jongeren een bijbaantje nemen, welk werk wel of niet mag, hoeveel je verdient, en wat de regels zijn voor werken als je jong bent.

Waarom kiezen jongeren voor een bijbaantje?

Jongeren willen geld verdienen, nieuwe mensen ontmoeten, ervaring opdoen of sparen voor iets leuks. Soms is het ook verplicht om thuis te helpen.

Welk werk mag je doen als 13- of 15-jarige?

Je mag licht werk doen, zoals vakken vullen, inpakken, reclamedrukwerk bezorgen, fruit plukken, en helpen op een camping, manege of sportclub.

Wat mag je niet doen als jongere?

Je mag niet werken in een fabriek, met machines, zware spullen tillen, achter de kassa staan, kranten bezorgen, in de horeca met alcohol werken of maaltijd bezorgen op de fiets.

Hoeveel mag je werken en wat verdien je?

Loon

15 jaar: €3,- per uur. Jonger? Dan vaak klusjes voor familie.

Werktijden 13-15 jaar

Schooldag: max 2 uur per dag. Weekend/vakantie: max 7 uur per dag, 5 dagen per week, maximaal 4 weken per jaar. Niet op zondag.

Klusje voor geld of meehelpen?

Sommige jongeren verdienen hun geld met oppassen, honden uitlaten of ramen wassen. Anderen helpen gewoon thuis zonder betaling.

Opdracht: interview en tekening

Interview een leeftijdgenoot met een bijbaantje, maak minimaal 5 vragen. Maak ook een tekening van het bijbaantje dat jij graag zou willen doen.


Waar werk je?

Tot hoe laat werk je?

Wat moet je allemaal doen?

Welke dagen werk je? (werktijden)

is het zwaar werk?



Reflectie: wat vind jij?

Zou jij een bijbaantje willen? Waarom wel of niet? Praat erover met een klasgenoot.

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.