De filosofische reis van Thales tot Aristoteles

De filosofische reis van Thales tot Aristoteles
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
GodsdienstMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

De filosofische reis van Thales tot Aristoteles

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
- De leerling kan uitleggen wie Thales van Milete was binnen de filosofie

- De leerling kent de verschillen tussen Thales, Empedokles, Socrates
- De leerling weet wie Plato was en wat zijn ideeënleer inhoudt

- De leerling kent de reactie van Aristoteles op de ideeënleer van Plato

Slide 2 - Tekstslide

Introduceer de leerdoelen en leg uit waar de les over gaat.
Wat weet je al over de filosofen Thales, Socrates, Empedokles, Plato en Aristoteles?

Slide 3 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Thales van Milete
Thales van Milete wordt beschouwd als de eerste filosoof. Hij was vooral geïnteresseerd in de vraag 'Wat is de oorsprong van alles?'

Slide 4 - Tekstslide

Vertel over de rol van Thales binnen de filosofie en zijn interesses.
Thales en water
Thales geloofde dat water de oorsprong van alles was. Hij dacht dat alles uit water ontstaan was en dat water de basis vormde van alle leven.

Slide 5 - Tekstslide

Geef een voorbeeld van de interesse van Thales in de natuur.
Empedokles en de vier elementen
Empedokles geloofde dat alles uit vier elementen bestond: aarde, water, lucht en vuur. Hij dacht dat deze elementen door de kosmos mengden en zo de wereld vormden.

Slide 6 - Tekstslide

Geef een voorbeeld van de interesse van Empedokles in de natuur.
Empedokles' invloed
Empedokles' ideeën over de vier elementen hebben geleid tot verdere discussies over de samenstelling van de wereld en de natuur.

Slide 7 - Tekstslide

Leg uit hoe Empedokles' ideeën invloed hebben gehad op de filosofie.
Thales vs. Socrates en Empedokles
Thales was vooral gericht op de natuur en kosmos, in tegenstelling tot Socrates en Empedokles die zich meer richtten op de mens en ethiek.

Slide 8 - Tekstslide

Vergelijk Thales met Socrates en Empedokles en leg uit waarin zij verschillen.
Socrates en de ethiek
Socrates was vooral geïnteresseerd in de mens en ethiek. Hij vond dat het belangrijk was om te weten wat goed en slecht was en hoe je een goed leven kon leiden.

Slide 9 - Tekstslide

Beschrijf de interesses van Socrates.
Wat is het doel van het leven volgens Socrates?
A
Zoveel mogelijk plezier maken
B
Zoveel mogelijk geld verdienen
C
Een goed leven leiden
D
Zoveel mogelijk macht hebben

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe is Socrates gestorven?
A
Door het drinken van de gifbeker
B
Door een auto-ongeluk
C
Door een hartaanval
D
Door ouderdom

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat vond Socrates belangrijk om te weten?
A
Hoe je slim kon worden
B
Hoe je bekend kon worden
C
Hoe je rijk kon worden
D
Wat goed en slecht was en hoe je een goed leven kon leiden

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Socrates' invloed
Socrates' interesse in ethiek heeft geleid tot verdere discussies over wat goed en slecht is en hoe je een goed leven kunt leiden.

Slide 13 - Tekstslide

Leg uit hoe Socrates' interesse in ethiek invloed heeft gehad op de filosofie.
Plato
Plato was een student van Socrates en richtte zich vooral op de ideeënleer. Volgens hem zijn de dingen in de wereld slechts schaduwen van de echte ideeën die in een perfecte wereld bestaan.

Slide 14 - Tekstslide

Beschrijf wie Plato was en wat zijn ideeënleer inhoudt.
Plato's invloed
Plato's ideeënleer heeft geleid tot verdere discussies over wat de werkelijkheid is en wat de relatie is tussen de wereld en de ideeën.

Slide 15 - Tekstslide

Leg uit hoe Plato's ideeënleer invloed heeft gehad op de filosofie.
De ideeënleer van Plato
Volgens Plato zijn de dingen in de wereld slechts schaduwen van de echte ideeën die in een perfecte wereld bestaan. Hij geloofde dat deze ideeën onveranderlijk en eeuwig waren.

Slide 16 - Tekstslide

Leg uit wat de ideeënleer van Plato inhoudt.

Slide 17 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Waar bestaan de echte ideeën volgens Plato?
A
In de menselijke geest
B
In een perfecte wereld
C
In de fysieke wereld
D
In de zintuiglijke waarneming

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het kenmerk van de ideeën volgens Plato?
A
Afkomstig uit de zintuiglijke waarneming
B
Onveranderlijk en eeuwig
C
Alleen toegankelijk voor filosofen
D
Tijdelijk en veranderlijk

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn volgens Plato de dingen in de wereld?
A
Zelfstandige entiteiten
B
Schaduwen van echte ideeën
C
Perfecte representaties van ideeën
D
Een illusie

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De reactie van Aristoteles
Aristoteles vond de ideeënleer te abstract en vond dat de dingen in de wereld op zichzelf bestonden. Hij richtte zich meer op de waarneming en ervaring.

Slide 21 - Tekstslide

Beschrijf hoe Aristoteles reageerde op de ideeënleer van Plato.
Aristoteles' invloed
Aristoteles' nadruk op de waarneming en ervaring heeft geleid tot verdere discussies over hoe we de wereld om ons heen kunnen begrijpen en kennis kunnen vergaren.

Slide 22 - Tekstslide

Leg uit hoe Aristoteles' nadruk op waarneming en ervaring invloed heeft gehad op de filosofie.
Vragen en antwoorden
Tijd voor vragen en antwoorden!

Slide 23 - Tekstslide

Geef de leerlingen de kans om vragen te stellen over de lesinhoud.
Bronnen
- 'De filosofie van de oudheid' door F. de Haas
- 'Griekse filosofie' door J. Mansfeld
- 'Plato' door R. Waterfield

Slide 24 - Tekstslide

Vermeld de bronnen die gebruikt zijn voor de les.
Einde van de les
Bedankt voor jullie aandacht!

Slide 25 - Tekstslide

Rond de les af en geef aan wat de leerlingen de volgende keer kunnen verwachten.
Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Slide 26 - Open vraag

De leerlingen voeren hier drie dingen in die ze in deze les hebben geleerd. Hiermee geven ze aan wat hun eigen leerrendement van deze les is.
Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Slide 27 - Open vraag

De leerlingen voeren hier twee dingen in waarover ze meer zouden willen weten. Hiermee vergroot je niet alleen betrokkenheid, maar geef je hen ook meer eigenaarschap.
Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.

Slide 28 - Open vraag

De leerlingen geven hier (in vraagvorm) aan met welk onderdeel van de stof ze nog moeite. Voor de docent biedt dit niet alleen inzicht in de mate waarin de stof de leerlingen begrijpen/beheersen, maar ook een goed startpunt voor een volgende les.