1F H1 Getallenlijn (AI)

Getallenlijn en vergelijken

1 / 25
volgende
Slide 1: Slide
newEditorRekenenVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Getallenlijn en vergelijken

Wat weet je al over getallen op de getallenlijn?

Aan het eind van de les kun je:

getallen op de getallenlijn plaatsen en lezen, en getallen vergelijken met groter dan en kleiner dan.

Hoofddoel 1: getallen op de getallenlijn

Je leert gehele getallen op de getallenlijn aanwijzen en aflezen.

Wat is een getallenlijn?

Een getallenlijn is een lijn waarop getallen netjes op volgorde staan.

Hele getallen uitleg

Hele getallen zijn getallen zonder komma, zoals -3, 0, 5, 12.

Getallen plaatsen

Je kunt getallen op de juiste plek op de getallenlijn zetten.

Getallen aanwijzen

Wijs het getal 4 aan op de getallenlijn.

Oefening: plaats het getal

Op welke plek op de getallenlijn hoort het getal -2? Schrijf het op of wijs het aan.

Antwoord: oefening -2

Het getal -2 staat links van 0 en rechts van -3 op de getallenlijn.

Toepassing: de getallenlijn in het dagelijks leven

Bijvoorbeeld: de temperatuur buiten kan -3 °C zijn. Dit zie je vaak op een getallenlijn.

Hoofddoel 2: getallen vergelijken

Je leert getallen vergelijken: groter dan (>) en kleiner dan (<).

Wat betekent groter dan en kleiner dan?

Een groter getal staat rechts, een kleiner getal staat links op de getallenlijn.

Symbolen: > en <

Het teken > betekent groter dan. Het teken < betekent kleiner dan.

Voorbeeld: 7 en 12

12 > 7 omdat 12 rechts van 7 staat op de getallenlijn.

Oefening: vergelijk getallen

Wat is groter: -1 of 3? Geef het juiste teken: > of <.

Antwoord: -1 en 3

3 > -1 want 3 ligt rechts op de getallenlijn.

Toepassing: getallen vergelijken in de praktijk

Bij voetbal: Weet welk team meer punten heeft door de getallen te vergelijken.

Stap-voor-stap: getallen vergelijken

1. Zoek de getallen op de getallenlijn. 2. Kijk welk getal rechts staat. 3. Zet het juiste teken.

Opdracht: vergelijk zelf

Vergelijk 5 en -4. Welk teken hoort ertussen?

Antwoord: opdracht 5 en -4

5 > -4, want 5 staat rechts van -4 op de getallenlijn.

Afsluiting: wat heb je geleerd?

Je kunt nu getallen plaatsen op de getallenlijn en groter dan of kleiner dan toepassen.

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.