H16 investeren lessonupklas

H16 Investeringsanalyse
16.1 Investeringen
16.2 Terugverdientijd
16.3 Nettocontantewaardemethode
16.4 Eisen financiers
16.5 Vraag en aanbod vermogensmarkt
16.6 Deelmarkten en toezicht



1 / 48
volgende
Slide 1: Tekstslide
BedrijfseconomieBasisschoolGroep 1

In deze les zitten 48 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 1 min

Onderdelen in deze les

H16 Investeringsanalyse
16.1 Investeringen
16.2 Terugverdientijd
16.3 Nettocontantewaardemethode
16.4 Eisen financiers
16.5 Vraag en aanbod vermogensmarkt
16.6 Deelmarkten en toezicht



Slide 1 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

17.1 Je kunt de onderhandse lening omschrijven

Slide 2 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

§ 16.1 Investeringen
Leerdoel:
Je kunt uitbreidings-en vervangingsinvesteringen en cashflow omschrijven



Slide 3 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

16.1 Je kunt uitbreidings- en vervangingsinvestering omschrijven
2 soorten investeringen:
Uitbreidingsinvesteringen: een onderneming breidt de voorraad vaste kapitaalgoederen uit --> De productiecapaciteit neemt daardoor toe.

Vervangingsinvesteringen: een onderneming vervangt een versleten of verouderd kapitaalgoed --> De productiecapaciteit blijft gelijk.


Slide 4 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

16.1 Je kunt cashflow omschrijven
Cashflow: Het verschil tussen de geldstroom die de onderneming (door de investering) ontvangt en de geldstroom die zij uitgeeft.
--> Een positieve cashflow betekent dat er meer geld binnenkomt dan uitgaat

Berekening cashflow: Nettowinst + afschrijvingen
--> Hoe verder een cashflow in de toekomst ligt, hoe onzekerder die over het algemeen is

Slide 5 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

16.1 Je kunt cashflow bij een investering omschrijven
Bij de beoordeling van een investering kijken we naar de cashflows over de gehele looptijd van de investering.

Bij een investering zijn 3 cashflow-"momenten"
1) Begin van de looptijd --> De aankoop
2) Gedurende de looptijd --> Het gebruik van de machine
3) Eind van de looptijd --> De verkoop


Slide 6 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

16.1 Je kunt afschrijvingen omschrijven
Afschrijvingen: de boekhoudkundige waardevermindering van een vast actief in een bepaalde periode.
--> Afschrijvingen zijn kosten, maar geen uitgaven (er gaat op het moment van afschrijven geen geld uit de onderneming)

De onderneming spreidt voor de berekening van het resultaat de ‘kosten’ van een duurzaam productiemiddel uit over de levensduur van dit vaste actief --> daardoor zijn opbrengsten en kosten van het vaste actief met elkaar in overeenstemming/in dezelfde periode

Slide 7 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

§ 16.2 Terugverdientijd
Leerdoel:
Je kunt de terugverdientijd berekenen en kiezen uit verschillende projecten

Slide 8 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

16.2 Je kunt de terugverdientijd berekenen
Je koopt een sixpack Cola bij de AH voor € 4,-.
Iedere dag verkoop je 1 blikje voor € 1,-
Vraag: Na hoeveel dagen heb je jouw ‘investering’ terugverdiend?

Een bedrijf koopt een machine voor € 4 miljoen.
Ieder jaar behaalt zij hiermee een cashflow van € 1 miljoen.
Vraag: Na hoeveel jaar heeft het bedrijf de investering terugverdiend?


Slide 9 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

16.2 Je kunt de terugverdientijd omschrijven
Terugverdientijd: De periode waarin de investering zichzelf terugverdient met behulp van de (jaarlijkse) cashflows.

Twee manieren voor de timing van de cashflows
- Einde van het jaar
- Gelijkmatig over het jaar





Slide 10 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

16.2 Je kunt de terugverdientijd berekenen
Onderneming A investeert € 2.000.000 in een nieuwe machine.
De verwachte cashflows zijn:
Jaar 1 € 450.000
Jaar 2 € 600.000
Jaar 3 € 700.000
Jaar 4 € 750.000
Jaar 5 € 600.000
Vragen: bereken de terugverdientijd van deze investering in maanden bij gelijkmatige verdeling van de cashflows over het jaar
In jaren als de cashflows per einde van het jaar worden ontvangen




Slide 11 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

16.2 Je kunt de terugverdientijd berekenen
Onderneming A investeert € 2.000.000 in een nieuwe machine.
De verwachte cashflows zijn:
Jaar 1 € 450.000
Jaar 2 € 600.000
Jaar 3 € 700.000
Jaar 4 € 750.000
Jaar 5 € 600.000
Vragen: bereken de terugverdientijd van deze investering in maanden bij gelijkmatige verdeling van de cashflows over het jaar. na 3 jaar is 1,75 mln trerugverdiend. in jaar 4 moet nog (2 mln - 1,75 mln = ) 250K worden terugverdiend. Dit gebeurt in 250/750 = 1/3 jaar = 4 maanden. Dus na 3 jaar en 4 maanden is de investering terugverdiend
In jaren als de cashflows per einde van het jaar worden ontvangen




Slide 12 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

16.2 Je kunt de terugverdientijd berekenen
Vraag: welke investering heeft je voorkeur?

Slide 13 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

18.2 Je kunt de terugverdientijd omschrijven
Voordelen terugverdientijd
- eenvoudige berekening
- houdt rekening met onzekerheid in de tijd, hoe sneller terugverdiend, hoe beter

Nadelen terugverdientijd; Houdt geen rekening met:
- verdeling cashflows over de perioden
- cashflows na de terugverdientijd
- interest





Slide 14 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

§ 16.3 Nettocontantewaardemethode
Leerdoelen:
Je kunt
• de netto contante waarde berekenen van een investeringsproject
• op basis van de berekende netto contante waarde een keuze maken uit verschillende investeringsprojecten.

Slide 15 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

16.3 Je kunt de nettocontantewaarde omschrijven
Nettocontantewaardemethode: We maken de cashflows contant naar het moment van de investering en verminderen dit bedrag met het investeringsbedrag.
Indien positief → aanvaardbaar.
Formule: NCW = En x (1 + i) -n
Waarbij: NCW = Netto Contante Waarde; En = Jaarlijkse cashflow;
i = rendementseis; n = periode





Slide 16 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

16.3 Je kunt de contante waarde berekenen
Een bedrijf verwacht over 5 jaar een cashflow te ontvangen van
€ 150.000. Zij hanteert een rendementseis van 8% 

VraagBereken de contante waarde van deze cashflow

Slide 17 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

16.3 Je kunt de contante waarde berekenen
Cash flow: € 150.000; Wanneer: over 5 jaar; Rendementseis: 8% 

VraagBereken de contante waarde

Antwoord:
Cn = 150.000 x (1 + 0,08)-5
Cn = € 102.087,48

Slide 18 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

16.3 Je kunt de nettocontantewaarde berekenen
Joshua en Jay kunnen voor € 700.000 een extra machine kopen. Ze willen minimaal 7% rendement per jaar realiseren.
Verwachte cashflows:
Jaar 1: € 260.000
Jaar 2: € 290.000
Jaar 3: € 280.000
Vraag: Zullen ze investeren?
- Bereken daartoe de netto contante waarde en trek een conclusie

Slide 19 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

16.3 Je kunt de nettocontantewaarde berekenen
Joshua en Jay kunnen voor € 700.000 een extra machine kopen. Ze willen minimaal 7% rendement per jaar realiseren.
Verwachte cashflows: Jaar 1: € 260.000,   Jaar 2: € 290.000;   Jaar 3: € 280.000.   Vraag: Zullen ze investeren?
- Bereken daartoe de netto contante waarde en trek een conclusie:
(260K x 1,07-1 + 290K x 1,07-2 + 280K x 1,07-3) - 700K = (243K + 253,3K + 228,6K) - 700K = 724,9K - 700K = 24.900. NCW is positief dus zullen ze investeren; ze behalen hun minimale rendementseis

Slide 20 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

16.3 Je kunt de nettocontantewaarde omschrijven
Keuze project?
- Bij hetzelfde investeringsbedrag kiezen voor het project met de hoogste netto contante waarde.
- Met een verschillend investeringsbedrag kiezen op basis van de netto contante waarde per geïnvesteerde euro.






Slide 21 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

16.3 Je kunt de nettocontantewaarde omschrijven
Kanttekeningen NCW-methode
- Houdt geen rekening met de toenemende onzekerheid als gevolg van langere looptijd investeringsproject.
- Cashflows verder in de toekomst kun je verdisconteren tegen een hogere geëiste rentabiliteit
- Houdt geen rekening met verschil in looptijd tussen investeringsprojecten






Slide 22 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

§ 16.4 Eisen financiers
Leerdoelen:
Je kunt:
- berekenen of een onderneming aan een solvabiliteitseis voldoet
- onderpand beschrijven

Slide 23 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

16.4 Je kunt berekenen of een onderneming aan een solvabiliteitseis voldoet
Solvabiliteit: verhouding tussen eigen en vreemd vermogen van een onderneming (of vreemd vermogen en totaal vermogen)
--> Een goede solvabilitetit (relatief weining VV) vergroot de kans dat de onderneming aan zijn betalingsverplichtingen (interestbetalingen en aflossingen) kan voldoen/verkleint de kans dat de onderneming failliet gaat
--> Geldgevers zullen bij een goede solvabiliteit eerder bereid zijn om een lening te verstrekken of een lager rentepercentage op de lening te accepteren, want minder risico op wanbetaling.


Slide 24 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

31.2 Je kunt berekenen en beoordelen of een onderneming al dan niet zijn schulden kan betalen

Slide 25 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

31.2 Je kunt berekenen en beoordelen of een onderneming al dan niet zijn schulden kan betalen

b




Bereken de solvabiliteit (EV/VV x 100%)

Slide 26 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

31.2 Je kunt berekenen en beoordelen of een onderneming al dan niet zijn schulden kan betalen

b




Bereken de solvabiliteit (EV/VV x 100%)
(500 + 300) / (160 + 100 + 60 + 50 + 30) = 200%

Slide 27 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

16.4 Je kunt off-balance financiering beschrijven en er voorbeelden van noemen
De onderneming Manna heeft voor € 500.000 aan activa; € 170.000 hiervan is gefinancierd met eigen vermogen. De onderneming wil een nieuwe machine aanschaffen; investering € 100.000.
De huisbank van Manna wil de investering financieren met een langlopende lening. Voorwaarde die zij hieraan stelt is dat de solvabiliteit (VV/EV) maximaal 250% bedraagt.
Vragen: 1) Bereken of de bank de lening zal verschaffen
2) Als de onderneming wel wil uitbreiden, maar dit niet met eigen vermogen wil financieren, welke optie heeft zij dan?





Slide 28 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

16.4 Je kunt off-balance financiering beschrijven en er voorbeelden van noemen
De onderneming Manna heeft voor € 500.000 aan activa; € 170.000 hiervan is gefinancierd met eigen vermogen. De onderneming wil een nieuwe machine aanschaffen; investering € 100.000. De huisbank van Manna wil de investering financieren met een langlopende lening. Voorwaarde die zij hieraan stelt is dat de solvabiliteit (VV/EV) maximaal 250% bedraagt. Vragen: 1) Bereken of de bank de lening zal verschaffen.
Totaal activa na aanschaf: 600K.de vermogensstructuur moet na financiering ook optellen tot € 600K. Verhouding  VV/EV na volledige financiering met VV = 430/170 x100% = 253%. dit % is te hoog voor de bank
2) Als de onderneming wel wil uitbreiden, maar dit niet met eigen vermogen wil financieren, welke optie heeft zij dan? off balance financieren, bijvoorbeeld leasen





Slide 29 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

16.4 Je kunt berekenen of een onderneming aan een solvabiliteitseis voldoet
Stappenplan: 
1) Bereken balanstotaal (totaal van de activa) na investering
2) Totaal activa = Totaal vermogen (balans altijd in evenwicht)
3) Bereken maximaal VV en/of minimaal EV met percentages volgens solvabiliteitseis
4) Bereken maximale toename VV of minimale toename EV (vergelijk uitkomst stap 3 met situatie voor investering)

Slide 30 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

H38 kengetallen - CSE 24

v


De onderneming wil € 1 mln investeren in een nieuw magazijn. De bank wil een lening verstrekken, indien de debt ratio (VV/TV) maximaal 50% bedraagt.
2) Bereken of de bank de gehele investering wil financieren of dat de onderneming ook nieuw eigen vermogen moet inbrengen.

Slide 31 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

H38 kengetallen - CSE 24

v


De onderneming wil € 1 mln investeren in een nieuw magazijn. De bank wil een lening verstrekken, indien de debt ratio maximaal 50% bedraagt.
2) Bereken of de bank de gehele investering wil financieren of dat de onderneming ook nieuw eigen vermogen moet inbrengen.
Balanstotaal na investering: 5 mln. 50% debt ratio is 2,5 mln VV. Dus 0,9 mln (2,5 – 1,6) financieren met VV en 0,1 mln financieren met EV


Slide 32 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

16.4 Je kunt berekenen of een onderneming aan een solvabiliteitseis voldoet
Solvabiliteitseis: De minimale verhouding tussen eigen vermogen en vreemd vermogen (schulden) die financiers stellen, bij het verstrekken van een lening.

Voorbeeld: een bank is alleen bereid om een lening te verstrekken als de verhouding VV/TV (x100%) niet meer dan 60% bedraagt.

Slide 33 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

16.4 Je kunt off-balance financiering omschrijven
Off-balance financiering: Financiering buiten de balans om: Zaken waarover een onderneming effectief beschikt worden niet op de balans van de onderneming weergegeven.
Voorbeelden:
- Huren in plaats van kopen
- Operatioanele lease
- Consignatievoorraad
- Cloudoplossingen


Slide 34 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

16.4 Je kunt off-balance financiering omschrijven
Leasing: Huren van duurzame productiemiddelen.
Voordelen:
- Geen grote uitgave in een keer (aanschaf)
- Bij snelle technologische verandering is risico van veroudering voor verhuurder (leasemaatschappij)

Operational leasing: Een leaseovereenkomst die op korte termijn opzegbaar is. De leasemaatschappij draagt het risico van economische veroudering en zorgt voor het onderhoud en de verzekering van het goed.



Slide 35 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

16.4 Je kunt off-balance financiering omschrijven
Consignatievoorraad: de voorraad ligt in het magazijn van de onderneming, terwijl die voorraden eigendom blijven van de leverancier totdat ze worden verbruikt of de handelsvoorraad wordt (door)verkocht aan afnemers.

Cloudoplossingen: Hard- en/of software inclusief ondersteuning worden uitbesteed aan een IT-dienstverlener.




Slide 36 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

16.5 Vragers en aanbieders van vermogen
Leerdoelen
Je kunt:
- de vragers en aanbieders van vermogen noemen.
- aangeven aan welk vermogen de verschillende vragers en aanbieders behoefte hebben

Slide 37 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

16.5 Je kunt de vragers van vermogen noemen
Vragers vermogen:
- Consumenten
- Overheid
- Ondernemingen

Slide 38 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

16.5 Je kunt de aanbieders van vermogen noemen.
Institutionele beleggers: Instellingen die grote bedragen beleggen als uitvloeisel van hun hoofdtaak.
- pensioenfondsen,
- beleggingsfondsen,
- (levens-)verzekeringsmaatschappijen
Andere aanbieders
Spaarders, Ondernemingen, Overheden


Slide 39 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

16.5 Je kunt de aanbieders van vermogen noemen.
Pensioenfonds: Int pensioenpremies en belegt deze gelden om deelnemers vanaf de pensioengerechtigde leeftijd een pensioen uit te keren.

ter info: ABP heeft
circa 520 miljard
belegd vermogen

Slide 40 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

16.6 Deelmarkten en toezicht
Leerdoelen
Je kunt:
- de kenmerken noemen van de geldmarkt, kapitaalmarkt, onderhands en openbaar vermogen
- de kenmerken noemen van de openbare markt en onderhandse markt
- de toezichthouders noemen

Slide 41 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

16.6 Je kunt de kenmerken noemen van de geldmarkt en de kapitaalmarkt

Slide 42 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

16.6 Je kunt de kenmerken noemen van de geldmarkt en de kapitaalmarkt
Vermogensmarkt: Het geheel van vraag naar en aanbod van vermogen.

Geldmarkt: De markt waar kort tijdelijk vermogen wordt verhandeld.

Kapitaalmarkt: De markt waar permanent vermogen en lang tijdelijk vermogen wordt verhandeld.



Slide 43 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

16.6 Je kunt de kenmerken noemen van de geldmarkt en de kapitaalmarkt
Geldmarkt
Belangrijkste aanbieders: banken
Belangrijkste vragers: consumenten, ondernemingen, overheden en andere banken

Voor ondernemingen oa:
- Rekening-courant krediet
- Leverancierskrediet
- Afnemerskrediet




Slide 44 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

16.6 Je kunt de kenmerken noemen van de geldmarkt en de kapitaalmarkt
Openbare kapitaalmarkt: Deze markt is voor iedereen toegankelijk.

Onderhandse kapitaalmarkt: Deze markt is niet voor iedereen toegankelijk.





Slide 45 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

16.6 Je kunt de kenmerken noemen van de geldmarkt en de kapitaalmarkt
Voordelen Openbare kapitaalmarkt
- Veel meer mogelijke kredietgevers, waardoor er een hogere bedragen opgehaald kunnen worden
- waardeveranderingen zijn snel zichtbaar.

Voordelen Onderhandse kapitaalmarkt
- Rechtstreeks contact tussen geldgever en -nemer, --> kostenvoordelen
- Rente vaak wat lager (voordeel geldnemer)
- Rentebetaling en aflossing eenvoudiger, dus goedkoper.





Slide 46 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

16.6 Je kunt de handel in aandelen en obligaties beschrijven: 3 toezichthouders
DNB (De Nederlandsche Bank): Toezichthouder op de markt en verleent o.a bankvergunningen en controleert of banken aan de vereisten blijven voldoen.
AFM (Autoriteit Financiële Markten): Toezichthoudende instantie op alles wat te maken heeft met sparen, beleggen, verzekeren, pensioenen en lenen.
ACM (Autoriteit Consument & Markt): Toezichthouder op Mededingingswet en een deel van het consumentenrecht. Voor veel bedrijfsovernames en fusies is toestemming van de ACM nodig.



Slide 47 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

16.5 Je kunt de handel in aandelen en obligaties beschrijven
Verschil Investeren en beleggen
Investeren (oa H18): Het door de onderneming aanschaffen van kapitaalgoederen.

Beleggen (H20): Het gebruiken van geld om effecten (bijvoorbeeld aandelen of obligaties) te kopen met de verwachting dat de belegging iets opbrengt.






Slide 48 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.