Conflict en samenwerking (Maatschappijwetenschappen havo), les 2: Examentraining

CONFLICT · SAMENWERKING

Examentraining

Conflict en samenwerking: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorMaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Examentraining: een conflict typeren, oorzaken en gevolgen ontleden, het harmonie- of conflictmodel herkennen en samenwerking analyseren, met acht vragen in examenstijl.

Onderdelen in deze les

CONFLICT · SAMENWERKING

Examentraining

Conflict en samenwerking: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Hanno Lans / Wikimedia Commons, CC BY 4.0

CONFLICT · SAMENWERKING

Wat ga je kunnen?

Ik kan een conflict typeren, oorzaken en gevolgen ontleden, het harmonie- of conflictmodel herkennen en samenwerking analyseren.

Deze slide heeft geen instructies

CONFLICT · SAMENWERKING

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wat vraagt de vraag: noem, leg uit of typeer? Onderstreep de partijen in de casus.

  • 2. Zoek: welk begrip uit het onderwerp zit in de casus en op welk niveau speelt het?

  • 3. Maak concreet: haal een zin of gegeven uit de casus en koppel het aan het begrip.

  • 4. Schrijf: begrip, aanwijzing uit de casus, conclusie. Alleen een definitie is te weinig.

Deze slide heeft geen instructies

CONFLICT · SAMENWERKING

Vraagtype 1: een conflict typeren

  • Je krijgt een casus en moet het conflict typeren: manifest of latent, belangen of waarden.

  • Vraag je af: is de tegenstelling zichtbaar, en gaat het om schaarse middelen of om normen en waarden?

  • Noem het begrip en de aanwijzing uit de casus.

Deze slide heeft geen instructies

Het personeel is boos over loon maar zwijgt. Welk conflict is dit?

A

Een manifest conflict

B

Een waardenconflict

C

Een klassenstrijd

D

Een latent conflict

Syllabus 10.1: de spanning bestaat maar is niet zichtbaar, dus latent. Verwachte fout: manifest, omdat er boosheid is.

Staking voor hoger loon: typeer het conflict.

Goed antwoord: een manifest conflict (open en zichtbaar) en een belangenconflict (loon is een schaars middel). Beide benamingen zijn goed, met een aanwijzing uit de casus. Verwachte fout: waardenconflict.

CONFLICT · SAMENWERKING

Vraagtype 2: oorzaken en gevolgen ontleden

  • Je moet uitleggen waarom een conflict ontstaat of wat het gevolg is.

  • Oorzaken: klasse, gender, etniciteit, generaties, sociaal-culturele verschillen, vooral als ze onrechtvaardig lijken.

  • Gevolgen: minder of meer cohesie, scheuring, sociale verandering of blokkade.

Deze slide heeft geen instructies

In een lange strijd voelt de groep zich meer verbonden. Welk gevolg?

A

Blokkade van sociale verandering

B

Herverdeling van schaarse middelen

C

Een scheuring in de groep

D

Meer sociale cohesie binnen de partij

Syllabus 10.3: bij een conflict wordt de cohesie binnen de partijen versterkt. Verwachte fout: scheuring, die pas bij een langdurig conflict optreedt en hier niet wordt genoemd.

Waarom leidt ongelijkheid soms tot conflict?

Goed antwoord: als mensen de ongelijkheid als onrechtvaardig ervaren, bijvoorbeeld tussen klassen, mannen en vrouwen of etnische groepen, ontstaan botsingen en protest. Verwachte fout: zeggen dat elke ongelijkheid tot een conflict leidt.

Overleg aan een ronde tafel tijdens de G20-top in Brisbane, 2014

CONFLICT · SAMENWERKING

Vraagtype 3: harmonie- of conflictmodel herkennen

  • Je moet in een casus zien hoe partijen met een conflict omgaan.

  • Overleg en een breed gedragen akkoord: harmoniemodel. Strijdmiddelen en media: conflictmodel.

  • Noem het model en het bewijs uit de casus.

Image credit: Aman Sharma / Europese Unie / Wikimedia Commons, CC BY 4.0

Werkgevers en vakbonden praten maanden tot ze een akkoord hebben. Welk model?

A

Het conflictmodel

B

Het harmoniemodel

C

Een latent conflict

D

Klassenstrijd

Syllabus 10.4: overleg en een gedeeld akkoord zijn kenmerkend voor het harmoniemodel (in Nederland het poldermodel). Verwachte fout: conflictmodel, omdat er belangen botsen.

Staking en media-actie. Welk model past?

Goed antwoord: het conflictmodel, want de groep zet strijdmiddelen in (staking) en beïnvloedt de bevolking via de media. Verwachte fout: harmoniemodel, omdat er ook gepraat wordt.

CONFLICT · SAMENWERKING

Vraagtype 4: samenwerking analyseren

  • Je moet aangeven wat samenwerking mogelijk maakt en wie wat inlevert.

  • Voorwaarden: vertrouwen, acceptatie en compromisbereidheid.

  • Let op machtsverschillen: interdependentie kan ongelijk zijn.

Deze slide heeft geen instructies

Vul in

Voor samenwerking zijn onderling vertrouwen, wederzijdse acceptatie en compromisbereidheid nodig.

vertrouwen
acceptatie
compromisbereidheid
macht
autonomie

Syllabus 10.5. Verwachte fout: macht of autonomie, terwijl partijen juist een deel van hun autonomie inleveren.

Twee bedrijven hebben elkaar nodig, maar het grote bepaalt meer. Wat is dit?

A

Een latent conflict

B

Een volledige consensus

C

Een ongelijke interdependentie

D

Een klassenstrijd

Syllabus 10.5: partijen hebben elkaar nodig, maar de interdependentie kan asymmetrisch zijn. Verwachte fout: concluderen dat er dan geen samenwerking is.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Een conflict typeren

2

Oorzaken en gevolgen ontleden

3

Harmonie- of conflictmodel herkennen

4

Samenwerking analyseren

Bespreek het vraagtype met de meeste stemmen eerst en laat een leerling de vier stappen voordoen.

CONFLICT · SAMENWERKING

Tips voor op het examen

  • Noem het begrip letterlijk en koppel het aan een gegeven uit de casus.

  • Let op het niveau: micro (personen), meso (groepen) of macro (landen).

  • Bij oorzaken: noem het soort verschil (klasse, gender, etniciteit, generatie of cultuur) en waarom het onrechtvaardig lijkt.

  • Harmoniemodel is overleg en consensus, conflictmodel is strijdmiddelen. Beide kunnen in één casus voorkomen.

Deze slide heeft geen instructies