Conflict en samenwerking (Maatschappijwetenschappen havo), les 3: Terugblik quiz

CONFLICT · SAMENWERKING

Quiz

Terugblik: Conflict en samenwerking

1 / 14
volgende
Slide 1: Slide
newEditorMaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Introductie

Terugblik met een quiz van elf vragen over conflict en samenwerking.

Onderdelen in deze les

CONFLICT · SAMENWERKING

Quiz

Terugblik: Conflict en samenwerking

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Hanno Lans / Wikimedia Commons, CC BY 4.0

Wat is een conflict?

A

Partijen werken elkaar tegen voor eigen doelen

B

Partijen stemmen hun handelen af voor één doel

C

Een botsing die altijd met geweld wordt uitgevochten

D

Een meningsverschil dat binnen een dag is opgelost

Syllabus 10.1. Verwachte fout: denken dat een conflict altijd gewelddadig is.

Welke benadering ziet ook godsdienst als bron van conflict?

A

De conflictbenadering van Marx

B

Het harmoniemodel

C

De conflictbenadering van Huntington

D

Het poldermodel

Syllabus 10.1: Huntington noemt godsdienstige, etnische en politieke achtergronden. Marx kijkt naar bezit.

Noem één gevolg van een lang conflict.

Goed antwoord: afname van cohesie tussen groepen, meer cohesie binnen de partijen, scheuring in een groep, sociale verandering of blokkade door machtsevenwicht. Verwachte fout: alleen zeggen dat er oorlog komt.

Vul in

Bij een belangenconflict gaat het om schaarse middelen, bij een waardenconflict gaat het om normen en waarden.

belangenconflict
waardenconflict
latent conflict
klassenstrijd

Syllabus 10.1 en 10.3. Verwachte fout: de twee omwisselen.

Minder jongeren betalen voor meer ouderen. Welk conflict dreigt?

A

Een klassenstrijd

B

Een generatieconflict

C

Een emancipatiestrijd

D

Een waardenconflict

Syllabus 10.2: ongelijke omstandigheden van generaties door demografische veranderingen. Verwachte fout: klassenstrijd.

Waar verwijst gender naar?

A

Biologische verschillen tussen mannen en vrouwen

B

Verschillen in inkomen tussen mannen en vrouwen

C

Het aantal vrouwen dat in de politiek werkt

D

Cultureel bepaalde verschillen tussen mannen en vrouwen

Syllabus 10.2: gender is cultureel bepaald, sekse is biologisch. Verwachte fout: de biologische optie.

Wat is het poldermodel?

A

De Nederlandse vorm van het conflictmodel

B

Een regel dat partijen nooit mogen staken

C

Een afspraak tussen alle politieke partijen

D

De Nederlandse vorm van het harmoniemodel

Syllabus 10.4. Verwachte fout: conflictmodel.

Wat is consensus?

Goed antwoord: een breed gedragen overeenstemming tussen personen of partijen met verschillende doelen of belangen. Verwachte fout: dat iedereen precies hetzelfde vindt.

Wat doen partijen meestal bij samenwerking?

A

Alle eigen doelen opgeven

B

Een deel van hun autonomie inleveren

C

Hun machtsverschillen volledig wegnemen

D

Altijd evenveel inleveren

Syllabus 10.5: partijen leveren autonomie in, niet iedereen evenveel; machtsverschillen blijven meespelen.

Noem twee oorzaken van sociale conflicten.

Goed antwoord: twee van klasse, gender, etniciteit, generaties, sociaal-culturele verschillen (vooral als ze onrechtvaardig worden ervaren). Verwachte fout: 'ruzie' of 'geld' zonder maatschappelijk verschil te noemen.

Wanneer volgen bij het conflictmodel zwaardere middelen?

A

Zodra het conflict latent wordt

B

Voordat er is overlegd

C

Als bemiddeling en een compromis niet lukken

D

Als de partijen consensus hebben bereikt

Syllabus 10.4: zwaardere middelen zoals staking of burgerlijke ongehoorzaamheid volgen als bemiddeling niet tot een compromis leidt.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

CONFLICT · SAMENWERKING

Goed gedaan!

Je kunt nu conflicten typeren, oorzaken en gevolgen benoemen, het harmonie- en conflictmodel onderscheiden en samenwerking analyseren. Succes met het examen!

Deze slide heeft geen instructies