Staatsvorming en globalisering (Maatschappijwetenschappen vwo), les 2: Examentraining

VERANDERING · DRIE PROCESSEN

Examentraining

Staatsvorming en globalisering: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
next
Slide 1: Slide
New lesson editorMaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Examentraining met vier vraagtypen: processen van staatsvorming herkennen, kanttekeningen bij democratisering, standpunten over globalisering en verbanden leggen. Acht vragen in examenstijl.

Items in this lesson

VERANDERING · DRIE PROCESSEN

Examentraining

Staatsvorming en globalisering: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Gerrit Adriaensz. Berckheyde / Wikimedia Commons, publiek domein

VERANDERING · DRIE PROCESSEN

Wat ga je kunnen?

Ik kan de drie veranderingsprocessen herkennen en toepassen in een casus en verbanden leggen.

This item has no instructions

VERANDERING · DRIE PROCESSEN

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wat vraagt de vraag: herkennen, verklaren, vergelijken of een verband leggen?

  • 2. Zoek: onderstreep de aanwijzing in de casus, zoals rol, wet, belasting, inspraak of contacten over grenzen.

  • 3. Koppel: verbind de aanwijzing aan de omschrijving van het begrip uit de syllabus.

  • 4. Schrijf: begrip, aanwijzing uit de casus, conclusie. Bij een standpunt of kanttekening ook het argument.

This item has no instructions

VERANDERING · DRIE PROCESSEN

Vraagtype 1: processen van staatsvorming

  • Je krijgt een casus en bepaalt welk deelproces van staatsvorming erin zit.

  • Depersonalisering: rol, niet persoon. Formalisering: wet en contract. Integratie: staat, markt en burgerlijke samenleving.

  • Noem het proces en de aanwijzing.

This item has no instructions

Lokale tradities verliezen hun rechtskracht, alleen de wet telt. Welk proces?

A

Formalisering van rechten en plichten

B

Depersonalisering van de politieke macht

C

Integratie van markt en samenleving

D

Externe soevereiniteit van de staat

Syllabus 20.1: wetgeving wordt het unieke domein van de politiek. Verwachte fout: integratie kiezen omdat de staat meer macht krijgt.

Staat belast en laat markt vrij. Welk proces?

Goed antwoord: integratie, want de staat legt via belasting beslag op hulpbronnen en erkent tegelijk ruimte voor de markt. Verwachte fout: formalisering. Syllabus 20.1.

Plenaire zaal van de Tweede Kamer in Den Haag

VERANDERING · DRIE PROCESSEN

Vraagtype 2: kanttekeningen bij democratisering

  • Je krijgt een situatie en bepaalt welke kanttekening erbij past.

  • Controle (internationaal), legitimiteit tegenover daadkracht, representativiteit van deelnemers.

  • Noem de kanttekening en leg uit met de casus.

Image credit: Husky / Wikimedia Commons, CC BY 4.0

Veel inspraakrondes laten een besluit jaren duren. Welke kanttekening past?

A

Burgers kunnen machthebbers minder goed controleren

B

Meer legitimiteit, maar minder daadkrachtige besluiten

C

Deelnemers zijn geen representatieve groep burgers

D

Rechtspersonen krijgen minder rechten dan burgers

Syllabus 20.2, kanttekening 2: compromissen kosten tijd. Verwachte fout: representativiteit kiezen.

Vooral hoogopgeleiden doen mee: welk nadeel?

Goed antwoord: deelnemers zijn niet representatief; jongeren en migranten worden niet bereikt omdat machtsbronnen ongelijk verdeeld zijn. Verwachte fout: zeggen dat hoogopgeleiden niet mogen meedoen. Syllabus 20.2, kanttekening 3.

Betoging tegen globalisering tijdens de G8-top in Genua, 2001

VERANDERING · DRIE PROCESSEN

Vraagtype 3: standpunten over globalisering

  • Je krijgt een uitspraak of situatie en bepaalt welk standpunt erbij hoort.

  • Hyper: groei, technologie, korte termijn. Anders: pas op de plaats, lange termijn, milieu.

  • Noem het standpunt en de aanwijzing.

Image credit: Jeanne Menjoulet / Wikimedia Commons, CC BY 2.0

Lina gelooft dat technologie milieuproblemen oplost. Welk standpunt?

A

Andersglobalist, vertrouwen in technologie en wetenschap

B

Andersglobalist, een pas op de plaats voor het milieu

C

Hyperglobalist, aandacht vooral voor de lange termijn

D

Hyperglobalist, vertrouwen in technologie en wetenschap

Syllabus 20.3: hyperglobalisten zien met technologie mogelijkheden voor ecologische problemen. Verwachte fout: de lange termijn aan hyper koppelen.

Wie wil een pas op de plaats en waarom?

Goed antwoord: andersglobalisten, vanwege overproductie, overconsumptie, belasting van het milieu en uitputting van grondstoffen. Verwachte fout: hyperglobalisten noemen. Syllabus 20.3.

VERANDERING · DRIE PROCESSEN

Vraagtype 4: verbanden leggen

  • Je legt een verband tussen de processen of past een paradigma toe.

  • Globalisering raakt democratisering via internationale organisaties.

  • Functionalisme: wederzijdse afhankelijkheid en wereldsysteem of deelsystemen.

This item has no instructions

Brussel beslist mee over nationaal beleid. Welke kanttekening bij democratisering?

A

Burgers kunnen machthebbers minder goed controleren

B

Besluitvorming duurt langer door compromissen

C

Alleen hoogopgeleiden nemen deel aan besluiten

D

De staat verliest zijn belastingmonopolie volledig

Syllabus 20.2 en 20.3: toenemend gewicht van internationale organisaties. Verwachte fout: besluitvorming duurt langer kiezen.

Een functionalist onderzoekt globalisering. Welke vraag past?

A

Welke groep bepaalt de regels van de wereldmarkt?

B

Hoe verdelen staten de belastingopbrengst onderling?

C

Ontstaat één wereldsysteem of regionale deelsystemen?

D

Hoe denken burgers over hun nationale identiteit?

Syllabus 20.3: functionalisme kijkt naar wederzijdse afhankelijkheid en wereldsysteem of deelsystemen. Verwachte fout: de machtsvraag kiezen.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Processen van staatsvorming

2

Kanttekeningen bij democratisering

3

Standpunten over globalisering

4

Verbanden leggen

This item has no instructions

VERANDERING · DRIE PROCESSEN

Tips voor op het examen

  • Schrijf nooit alleen een definitie op: koppel het begrip aan een gegeven uit de casus.

  • Depersonalisering gaat over de rol, formalisering over de wet, integratie over staat, markt en burgerlijke samenleving.

  • Hyper en anders verschillen vooral in kijk op termijn, groei en technologie, niet in het erkennen van contacten.

  • Een kanttekening bij democratisering is geen bewijs dat het proces mislukt is.

This item has no instructions

More lessons like this