VERANDERING · DRIE PROCESSEN
Examentraining
Staatsvorming en globalisering: zo pak je examenvragen aan
VERANDERING · DRIE PROCESSEN
Examentraining
Staatsvorming en globalisering: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Gerrit Adriaensz. Berckheyde / Wikimedia Commons, publiek domein
VERANDERING · DRIE PROCESSEN
Wat ga je kunnen?
Ik kan de drie veranderingsprocessen herkennen en toepassen in een casus en verbanden leggen.
This item has no instructions
VERANDERING · DRIE PROCESSEN
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: wat vraagt de vraag: herkennen, verklaren, vergelijken of een verband leggen?
2. Zoek: onderstreep de aanwijzing in de casus, zoals rol, wet, belasting, inspraak of contacten over grenzen.
3. Koppel: verbind de aanwijzing aan de omschrijving van het begrip uit de syllabus.
4. Schrijf: begrip, aanwijzing uit de casus, conclusie. Bij een standpunt of kanttekening ook het argument.
This item has no instructions
VERANDERING · DRIE PROCESSEN
Vraagtype 1: processen van staatsvorming
Je krijgt een casus en bepaalt welk deelproces van staatsvorming erin zit.
Depersonalisering: rol, niet persoon. Formalisering: wet en contract. Integratie: staat, markt en burgerlijke samenleving.
Noem het proces en de aanwijzing.
This item has no instructions
Lokale tradities verliezen hun rechtskracht, alleen de wet telt. Welk proces?
Formalisering van rechten en plichten
Depersonalisering van de politieke macht
Integratie van markt en samenleving
Externe soevereiniteit van de staat
Syllabus 20.1: wetgeving wordt het unieke domein van de politiek. Verwachte fout: integratie kiezen omdat de staat meer macht krijgt.
Staat belast en laat markt vrij. Welk proces?
Goed antwoord: integratie, want de staat legt via belasting beslag op hulpbronnen en erkent tegelijk ruimte voor de markt. Verwachte fout: formalisering. Syllabus 20.1.
Plenaire zaal van de Tweede Kamer in Den Haag
VERANDERING · DRIE PROCESSEN
Vraagtype 2: kanttekeningen bij democratisering
Je krijgt een situatie en bepaalt welke kanttekening erbij past.
Controle (internationaal), legitimiteit tegenover daadkracht, representativiteit van deelnemers.
Noem de kanttekening en leg uit met de casus.
Image credit: Husky / Wikimedia Commons, CC BY 4.0
Veel inspraakrondes laten een besluit jaren duren. Welke kanttekening past?
Burgers kunnen machthebbers minder goed controleren
Meer legitimiteit, maar minder daadkrachtige besluiten
Deelnemers zijn geen representatieve groep burgers
Rechtspersonen krijgen minder rechten dan burgers
Syllabus 20.2, kanttekening 2: compromissen kosten tijd. Verwachte fout: representativiteit kiezen.
Vooral hoogopgeleiden doen mee: welk nadeel?
Goed antwoord: deelnemers zijn niet representatief; jongeren en migranten worden niet bereikt omdat machtsbronnen ongelijk verdeeld zijn. Verwachte fout: zeggen dat hoogopgeleiden niet mogen meedoen. Syllabus 20.2, kanttekening 3.
Betoging tegen globalisering tijdens de G8-top in Genua, 2001
VERANDERING · DRIE PROCESSEN
Vraagtype 3: standpunten over globalisering
Je krijgt een uitspraak of situatie en bepaalt welk standpunt erbij hoort.
Hyper: groei, technologie, korte termijn. Anders: pas op de plaats, lange termijn, milieu.
Noem het standpunt en de aanwijzing.
Image credit: Jeanne Menjoulet / Wikimedia Commons, CC BY 2.0
Lina gelooft dat technologie milieuproblemen oplost. Welk standpunt?
Andersglobalist, vertrouwen in technologie en wetenschap
Andersglobalist, een pas op de plaats voor het milieu
Hyperglobalist, aandacht vooral voor de lange termijn
Hyperglobalist, vertrouwen in technologie en wetenschap
Syllabus 20.3: hyperglobalisten zien met technologie mogelijkheden voor ecologische problemen. Verwachte fout: de lange termijn aan hyper koppelen.
Wie wil een pas op de plaats en waarom?
Goed antwoord: andersglobalisten, vanwege overproductie, overconsumptie, belasting van het milieu en uitputting van grondstoffen. Verwachte fout: hyperglobalisten noemen. Syllabus 20.3.
VERANDERING · DRIE PROCESSEN
Vraagtype 4: verbanden leggen
Je legt een verband tussen de processen of past een paradigma toe.
Globalisering raakt democratisering via internationale organisaties.
Functionalisme: wederzijdse afhankelijkheid en wereldsysteem of deelsystemen.
This item has no instructions
Brussel beslist mee over nationaal beleid. Welke kanttekening bij democratisering?
Burgers kunnen machthebbers minder goed controleren
Besluitvorming duurt langer door compromissen
Alleen hoogopgeleiden nemen deel aan besluiten
De staat verliest zijn belastingmonopolie volledig
Syllabus 20.2 en 20.3: toenemend gewicht van internationale organisaties. Verwachte fout: besluitvorming duurt langer kiezen.
Een functionalist onderzoekt globalisering. Welke vraag past?
Welke groep bepaalt de regels van de wereldmarkt?
Hoe verdelen staten de belastingopbrengst onderling?
Ontstaat één wereldsysteem of regionale deelsystemen?
Hoe denken burgers over hun nationale identiteit?
Syllabus 20.3: functionalisme kijkt naar wederzijdse afhankelijkheid en wereldsysteem of deelsystemen. Verwachte fout: de machtsvraag kiezen.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Processen van staatsvorming
Kanttekeningen bij democratisering
Standpunten over globalisering
Verbanden leggen
This item has no instructions
VERANDERING · DRIE PROCESSEN
Tips voor op het examen
Schrijf nooit alleen een definitie op: koppel het begrip aan een gegeven uit de casus.
Depersonalisering gaat over de rol, formalisering over de wet, integratie over staat, markt en burgerlijke samenleving.
Hyper en anders verschillen vooral in kijk op termijn, groei en technologie, niet in het erkennen van contacten.
Een kanttekening bij democratisering is geen bewijs dat het proces mislukt is.
This item has no instructions