Staatsvorming en globalisering (Maatschappijwetenschappen havo), les 1: Uitleg

VERANDERING · DRIE PROCESSEN

Staatsvorming en globalisering

Examenstof maatschappijwetenschappen havo

1 / 22
next
Slide 1: Slide
New lesson editorMaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Uitleg over staatsvorming (intern en extern soevereine staat), democratisering (rechtsstaat en volksvertegenwoordiging) en globalisering (voor- en tegenstanders), voor het havo-examen maatschappijwetenschappen.

Items in this lesson

VERANDERING · DRIE PROCESSEN

Staatsvorming en globalisering

Examenstof maatschappijwetenschappen havo

Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: E2 (19.1-19.3). Image credit: Gerrit Adriaensz. Berckheyde / Wikimedia Commons, publiek domein

VERANDERING · DRIE PROCESSEN

Wat ga je kunnen?

Ik kan beschrijven hoe staatsvorming, democratisering en globalisering typerend zijn voor de ontwikkeling van westerse samenlevingen van traditioneel naar modern.

This item has no instructions

Wat is er veranderd sinds de middeleeuwen in hoe een land wordt bestuurd?

Laat leerlingen woorden inbrengen. Verwachte woorden: koning, adel, steden, handel, belasting, leger, stemmen, parlement, rechten, internet, Europa. Groepeer ze op het bord in drie kolommen: wie het gezag heeft (staat), wie meebeslist (democratie) en hoe we verbonden zijn met de rest van de wereld (globalisering). Dat zijn de drie processen van deze les. Syllabus 19: ze worden gezien als typerend voor de ontwikkeling van westerse samenlevingen van traditioneel naar modern.

De Dam in Amsterdam, handelsstad in de zeventiende eeuw

VERANDERING · DRIE PROCESSEN

Staatsvorming: hoe ontstaat een staat?

  • Staatsvorming: de institutionalisering van politieke macht tot een staat.

  • Staatsvorming, democratisering en globalisering gelden als typerend voor de stap van traditioneel naar modern.

  • Het is een combinatie van economische, culturele en politieke ontwikkelingen.

  • Late middeleeuwen: urbanisatie, meer handel en een groeiende stadsbevolking.

Syllabus 19.1 en 19: staatsvorming is de institutionalisering van politieke macht tot een staat. Het proces is een combinatie van economische, culturele en politieke ontwikkelingen. In de late middeleeuwen was er in West-Europa urbanisatie en toename van handel doordat kleine stedelijke nederzettingen handelscentra werden. De foto is een schilderij van de Dam in Amsterdam. Veelgemaakte fout: staatsvorming zien als alleen een politiek proces. Ook economische en culturele ontwikkelingen spelen mee. Image credit: Gerrit Adriaensz. Berckheyde / Wikimedia Commons, publiek domein

Grote Vergadering van de Staten-Generaal in Den Haag, 1651

VERANDERING · DRIE PROCESSEN

Burgers, machthebbers en concurrentie

  • Nieuwe werelddelen gaven afzetmarkten en grondstoffen: de burgers werden economisch sterker.

  • In ruil voor steun en belasting kwamen vrije handel, één wet en munt, veiligheid en een hoogste rechter.

  • Veel concurrerende staten: vernieuwing in techniek, zoals vuurwapens en kanonnen.

  • Feodale samenlevingen verdwenen; premoderne staten met standen als eerste vorm van representatie.

Syllabus 19.1: de ontdekking van nieuwe werelddelen gaf nieuwe afzetmarkten en grondstoffen. Burgers kregen door hun economische positie meer zelfstandigheid ten opzichte van de feodale adel. Machthebbers hadden hun steun en belasting nodig; in ruil werden belemmeringen voor de vrije handel opgeheven, kwam er eenheid in wetten en munten, veiligheid (een leger) en een hoogste rechter bij conflicten. De standen of Statenvergaderingen zijn de eerste aanzet tot moderne politieke instituties (zie de les Instituties en representatie). De foto toont de Grote Vergadering van de Staten-Generaal in 1651. Veelgemaakte fout: denken dat de burgers de macht overnamen. Het ging om een ruil, niet om een machtswisseling. Image credit: Toegeschreven aan Bartholomeus van Bassen en Anthonie Palamedesz. / Wikimedia Commons, publiek domein

VERANDERING · DRIE PROCESSEN

Soevereiniteit van de staat

  • De staat is intern soeverein: het hoogste gezag over een groep mensen binnen een bepaald grondgebied.

  • Daarbij heeft de staat het geweldsmonopolie en het belastingmonopolie.

  • De staat is extern soeverein: andere staten erkennen zijn gezag over dat grondgebied en die bevolking als het hoogste gezag.

  • Het staatsgezag is daardoor niet ondergeschikt aan het gezag van andere staten.

  • Voorbeeld: alleen de staat mag geweld gebruiken om wetten te handhaven, een burger die zelf straft mag dat niet.

Syllabus 19.1: de staat is een intern soevereine macht omdat die als hoogste gezag regeert over een groep mensen, binnen een bepaald grondgebied valt en het geweldsmonopolie en belastingmonopolie bezit. De staat is extern soeverein omdat andere staten het staatsgezag erkennen als hoogste gezag en het dus niet ondergeschikt is aan andere staten. Veelgemaakte fout: intern en extern verwisselen. Intern gaat over gezag binnen de grenzen, extern over erkenning door andere staten.

Welke combinatie hoort bij een intern soevereine staat?

A

Hoogste gezag dat door andere staten wordt erkend

B

Een leger dat alleen buiten de grenzen mag optreden

C

Hoogste gezag met geweldsmonopolie en belastingmonopolie

D

Een vorst die zijn gezag deelt met de feodale adel

Syllabus 19.1. Intern: hoogste gezag binnen het grondgebied met geweldsmonopolie en belastingmonopolie. Verwachte fout: de optie over erkenning door andere staten kiezen, want dat is externe soevereiniteit.

Zet op volgorde, van eerst naar laatst

1

Machthebbers ruilen veiligheid voor belasting

2

Steden groeien en de handel neemt toe

3

Er ontstaan premoderne staten met standen

4

Burgers worden economisch sterker dan de adel

Syllabus 19.1: urbanisatie en handel, sterkere economische positie van burgers, ruil met machthebbers, premoderne staten. Verwachte fout: de ruil vooraan zetten.

VERANDERING · DRIE PROCESSEN

Democratisering: meer inspraak

  • Democratisering: verandering van machts- en gezagsverhoudingen door grotere inspraak en medezeggenschap van wie minder macht heeft.

  • In het politieke domein: een politiek systeem ontwerpen, consolideren en uitbouwen waarin burgers participeren in de besluitvorming.

  • In beide betekenissen: druk om de participatie, rechten en verantwoordelijkheden van burgers uit te breiden.

  • In de politiek gaat het meestal om representatieve democratie, in andere levenssferen om vormen van directe democratie.

  • Over de wenselijkheid van verdergaande democratisering verschillen mensen van mening.

Syllabus 19.2: democratie kent meerdere vormen; in sommige maatschappijen blijft democratie beperkt tot het politieke domein, in andere is ze uitgebreid tot andere levenssferen. De brede definitie is het proces van verandering van de machts- en gezagsverhoudingen door een grotere inspraak en medezeggenschap van degene met minder macht. Verwijs voor participatie en macht naar de les Macht, gezag en participatie. Veelgemaakte fout: democratisering gelijkstellen aan kiezen. Het begrip is breder: ook medezeggenschap in andere domeinen valt eronder.

Demonstratie voor vrouwenkiesrecht in Amsterdam, 1914

VERANDERING · DRIE PROCESSEN

Rechten stap voor stap

  • Burgers bedongen achtereenvolgens vrijheidsrechten, politieke rechten en sociale rechten.

  • Past bij een individualistische ideologie: gelijkheid als principe, meer vrijheid ten opzichte van de staat.

  • Het kiesrecht voor vrouwen is een voorbeeld van uitbreiding van politieke rechten.

Syllabus 19.2: in een lang ontwikkelingsproces bedongen burgers achtereenvolgens vrijheidsrechten, politieke en sociale rechten. Dit past bij een individualistische ideologie met gelijkheid als onderling principe en meer vrijheid ten opzichte van de staat en medeburgers. Algemeen kiesrecht komt uitgebreider aan bod in de les Macht, gezag en participatie; herhaal dat hier niet. De foto toont een demonstratie voor vrouwenkiesrecht in Amsterdam in 1914. Veelgemaakte fout: de volgorde omdraaien. Vraag: welke rechten zijn dit, en hoe merk jij ze in je dagelijks leven? Image credit: Nationaal Archief / Wikimedia Commons, publiek domein

Plenaire zaal van de Tweede Kamer in Den Haag

VERANDERING · DRIE PROCESSEN

Rechtsstaat en volksvertegenwoordiging

  • Eerste ontwikkeling: de rechtsstaat. Steeds meer groepen kregen rechten, niet alleen de elite.

  • Ook bedrijven en organisaties kregen rechten en gelden als rechtspersonen.

  • Tweede ontwikkeling: de volksvertegenwoordiging. De parlementaire democratie heeft de soevereiniteit bij het volk.

  • Politieke partijen representeren de opvattingen van groepen burgers in de volksvertegenwoordiging.

Syllabus 19.2: de eerste belangrijke ontwikkeling is de uitbouw van de rechtsstaat, waardoor niet alleen elites maar steeds meer groepen rechten kregen; bedrijven en organisaties worden gezien als rechtspersonen. De tweede is het ontstaan van de volksvertegenwoordiging: de moderne westerse samenleving heeft de parlementaire democratie als staatsvorm, de soevereiniteit ligt bij het volk en actief en passief kiesrecht staan centraal. Partijen en representatie worden uitgewerkt in de les Instituties en representatie. Veelgemaakte fout: soevereiniteit bij het volk verwarren met de soevereiniteit van de staat uit het vorige blok. Image credit: Husky / Wikimedia Commons, CC BY 4.0

Leerlingen krijgen een stem in schoolbeslissingen. Welk proces is dit?

A

Democratisering in de brede zin van het begrip

B

Staatsvorming door een sterkere overheid

C

Globalisering van het onderwijs

D

Het ontstaan van het geweldsmonopolie

Syllabus 19.2: in brede zin gaat democratisering over grotere inspraak en medezeggenschap van wie minder macht heeft, ook buiten de politiek. Verwachte fout: denken dat democratisering alleen over de landelijke politiek gaat.

Vul in

Eerst kwam de rechtsstaat, daarna de volksvertegenwoordiging. Rechtspersonen zijn bedrijven en organisaties met rechten.

rechtsstaat
volksvertegenwoordiging
Rechtspersonen
Grondwet
Rijksoverheid

Syllabus 19.2: de eerste en de tweede belangrijke ontwikkeling binnen het democratiseringsproces. Verwachte fout: de volgorde omwisselen.

Containerterminal op de Maasvlakte bij Rotterdam

VERANDERING · DRIE PROCESSEN

Wat is globalisering?

  • Globalisering: uitbreiding en intensivering van contacten en afhankelijkheden over zeer grote afstand.

  • Dat gaat over landsgrenzen heen: economisch, juridisch, politiek, sociaal-cultureel en ecologisch.

  • Zo ontstaat een wereldwijde samenleving (global society).

  • Processen aan de ene kant van de wereld hebben gevolgen voor andere delen van de wereld.

Syllabus 19.3: globalisering is het proces van uitbreiding en intensivering van contacten en afhankelijkheden over zeer grote afstand en over landsgrenzen heen op economisch, juridisch, politiek, sociaal-cultureel en ecologisch gebied, waardoor een wereldwijde samenleving ontstaat. Door globalisering zijn alle delen van het ecosysteem met elkaar verbonden. De foto toont een containerterminal: handel over grote afstand. Globalisering als oorzaak van ongelijkheid staat in de les Ongelijkheid en beleid; herhaal dat hier niet. Veelgemaakte fout: globalisering gelijkstellen aan alleen internationale handel. Image credit: Spielvogel / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Zaal van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, New York

VERANDERING · DRIE PROCESSEN

Voorbeelden van globalisering

  • Meer internationale handel; multinationals groeien en er ontstaan supranationale handelsblokken.

  • Internationale samenwerking wordt belangrijker, zoals de Verenigde Naties en de Europese Unie.

  • Migratiestromen nemen toe en er is meer culturele uitwisseling.

  • Vrijwel de hele wereld is communicatief verbonden. Sinds 1970 spreekt men van een versnelling.

Syllabus 19.3: meer internationale handel; door de groei en het machtiger worden van multinationals supranationale handelsblokken; meer betekenis van internationale samenwerkingsrelaties zoals de VN en de EU; toegenomen migratiestromen en culturele uitwisseling; op communicatiegebied is vrijwel de hele wereld verbonden. In het hedendaagse sociale en politieke debat spreekt men van een versnelling van de globaliseringstendens sinds 1970. De foto toont de zaal van de Algemene Vergadering van de VN. Veelgemaakte fout: alleen economische voorbeelden noemen. Laat leerlingen per gebied uit de vorige dia een eigen voorbeeld bedenken. Image credit: Basil D Soufi / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0

Betoging tegen globalisering tijdens de G8-top in Genua, 2001

VERANDERING · DRIE PROCESSEN

Voor- en tegenstanders

  • Hyperglobalisten (voorstanders) zien groeikansen en oplossingen voor milieuproblemen via technologie.

  • Ze zien internationale organisaties en culturele uitwisseling die lokale culturen nieuw leven inblaast.

  • Andersglobalisten (tegenstanders) willen een pas op de plaats tegen overconsumptie en milieubelasting.

  • Zij vrezen een steeds homogenere populaire cultuur en mondiale media met weinig aanbieders.

Syllabus 19.3: globalisering wordt als positief en negatief proces gezien. Voorstanders, hyperglobalisten, wijzen op het groeiperspectief: economische ontwikkeling en technologie en andere maatregelen tegen ecologische problemen; mondiale cultuurstromen kunnen lokale culturen nieuw leven inblazen; internationale organisaties werken samen om groei te bevorderen. Tegenstanders, andersglobalisten, willen een pas op de plaats vanwege overproductie, overconsumptie, belasting van het milieu en uitputting van grondstoffen, wijzen op de onderlinge afhankelijkheid die bij internationale economische crises zichtbaar wordt en vrezen een homogenere populaire cultuur (cultureel imperialisme vanuit de VS) en een mondiale markt met weinig aanbieders. De foto toont een betoging tegen globalisering in Genua in 2001. Houd de bespreking neutraal: beide standpunten hebben argumenten. Veelgemaakte fout: andersglobalisten zien als tegenstanders van alle internationale contacten. Image credit: Jeanne Menjoulet / Wikimedia Commons, CC BY 2.0

Welke uitspraak past bij een andersglobalist?

A

Globalisering geeft kansen voor economische groei

B

Er moet een pas op de plaats komen vanwege het milieu

C

Technologie lost de ecologische problemen op

D

Internationale organisaties moeten groei bevorderen

Syllabus 19.3: andersglobalisten willen een pas op de plaats vanwege overconsumptie en milieubelasting. Verwachte fout: een van de andere opties kiezen, die bij hyperglobalisten horen.

Noem een cultureel effect van globalisering.

Goed antwoord: culturele uitwisseling die lokale culturen nieuw leven inblaast, een steeds homogenere populaire cultuur of de opkomst van mondiale commerciële media. Verwachte fout: een economisch voorbeeld geven, zoals meer handel.

Wat vond je vandaag het lastigst?

1

Intern en extern soeverein

2

De stappen van democratisering

3

Hyper- en andersglobalisten

4

Hoe staatsvorming ontstond

Gebruik de uitslag om les 2 te starten: begin bij het onderdeel dat de meeste stemmen krijgt.

Welk proces merk jij het meest in je leven?

Goed antwoord: een proces (bijvoorbeeld globalisering via sociale media, handel of migratie, of democratisering via inspraak op school) met een concreet voorbeeld uit het eigen leven. Verwachte fout: alleen een proces noemen zonder voorbeeld.

VERANDERING · DRIE PROCESSEN

Begrippen (1/2)

  • staatsvorming: de institutionalisering van politieke macht tot een staat

  • soevereiniteit: hoogste gezag: intern over de bevolking binnen het grondgebied, extern erkend door andere staten

  • geweldsmonopolie: alleen de staat mag geweld gebruiken om de orde te handhaven

  • democratisering: verandering van machts- en gezagsverhoudingen door grotere inspraak en medezeggenschap van wie minder macht heeft

  • inspraak: de mogelijkheid om mee te praten en mee te beslissen over zaken die jou aangaan

This item has no instructions

VERANDERING · DRIE PROCESSEN

Begrippen (2/2)

  • rechtsstaat: een staat waarin steeds meer groepen rechten kregen, niet alleen de elite

  • volksvertegenwoordiging: het parlement dat de opvattingen van groepen burgers vertegenwoordigt

  • globalisering: uitbreiding en intensivering van contacten en afhankelijkheden over zeer grote afstand en landsgrenzen

  • afhankelijkheid: landen en mensen zijn voor handel, politiek en milieu van elkaar afhankelijk

  • hyper- en andersglobalisten: voorstanders en tegenstanders van globalisering

This item has no instructions