VORMING · SOCIALISATIE
Quiz
Terugblik: Socialisatie en identiteit
VORMING · SOCIALISATIE
Quiz
Terugblik: Socialisatie en identiteit
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Oscar del Pozo / Europese Commissie, Audiovisual Service / Wikimedia Commons, CC BY 4.0
Hoe zien de meeste wetenschappers de invloed van nature en nurture?
Als een complexe wisselwerking tussen aanleg en omgeving
Als vrijwel volledig bepaald door opvoeding
Als vrijwel volledig bepaald door erfelijke aanleg
Als twee gescheiden werelden, aanleg en smaak apart
Syllabus 4.1: complexe interactie tussen erfelijke aanleg, algemeen menselijke biologie, directe omgevingsfactoren en culturele factoren.
Waarom noemt de syllabus culturen dynamisch?
Ze veranderen alleen door geboortes in de groep
Ze worden volledig door de overheid bepaald
Ze zijn tijd- en plaatsgebonden en veranderen mee
Ze zijn voor iedereen in de groep precies gelijk
Syllabus 4.1: culturen veranderen onder invloed van gewijzigde omstandigheden, uitwisseling met anderen of een andere samenstelling van de groep.
Vul in
Bij cultuuroverdracht kijk je vanuit de samenleving en bij cultuurverwerving vanuit het individu.
Syllabus 4.1. Verwachte fout: overdracht en verwerving omwisselen.
Roel denkt dat alle studenten lui zijn, omdat hij dat vaak hoorde. Wat is dit?
Een vorm van acculturatie
Een aangeleerd stereotype of vooroordeel
Sociaal kapitaal van Roel
Gedragsregulatie door een ritueel
Syllabus 4.1: via socialisatie worden stereotypen en vooroordelen overgedragen.
Waarom noemt de syllabus socialisatie milieuafhankelijk?
Het gaat vooral over natuur en milieu
Iedereen doorloopt precies hetzelfde proces
Alleen het gezin speelt een rol
Het verloop hangt af van de omgeving waarin je opgroeit
Syllabus 4.1: het verloop van socialisatie is sterk milieuafhankelijk, en de verschillen die zo ontstaan leiden ook tot sociale ongelijkheid.
Waarom is primaire socialisatie niet meer alleen aan het gezin gebonden?
Het gezin speelt geen rol meer in de socialisatie
Peergroups zijn verdwenen door sociale media
Alle socialisatie is inmiddels tertiair geworden
Ook formele instanties zoals kinderopvang verzorgen haar
Syllabus 4.2: primaire socialisatie vindt ook plaats binnen formele instanties zoals kinderopvangcentra; het onderscheid tussen de niveaus wordt lastiger.
Noem een functie van socialisatie.
Goed antwoord: een van de vijf functies: continuering van een (sub)cultuur, verandering van een (sub)cultuur, identificatie met anderen en een groep, identiteitsontwikkeling of gedragsregulatie. Verwachte fout: 'het leren van een beroep' noemen; dat is een vorm van socialisatie, geen functie.
Een kind groeit op in Utrecht en leert Sinterklaas kennen. Welke vorm is dit?
Acculturatie
Enculturatie
Cultuurverandering
Cultureel kapitaal
Syllabus 4.1: enculturatie is het verwerven van de cultuur van de samenleving waarin je geboren wordt.
Omar noemt zichzelf Amsterdammer, Ajax-fan en student. Welke identiteit is dit?
Persoonlijke identiteit
Externe collectieve identiteit
Sociale identiteit
Interne collectieve identiteit
Syllabus 4.3: het beeld van jezelf als lid van groepen en categorieën is sociale identiteit. Verwachte fout: persoonlijke identiteit omdat het over Omar gaat.
Wat maakt een collectieve identiteit extern?
Goed antwoord: het is een zij-beeld van een groep dat breed wordt onderschreven door buitenstaanders, niet het wij-gevoel van de groep zelf. Verwachte fout: het gezamenlijke zelfbeeld van de groep noemen; dat is interne collectieve identiteit.
Wat betekent de verschuiving naar persoonlijke identiteit in moderne samenlevingen?
Ieder moet de eigen wil en voorkeuren ontdekken
Groepen bepalen steeds meer wie je bent
Mensen hebben steeds minder groepsidentiteiten
Je identiteit staat vast na je jeugd
Syllabus 4.3: ieder individu moet zijn eigen wil, voorkeur en persoonlijkheid ontdekken; ook sociale identiteiten moeten persoonlijk en authentiek vorm krijgen.
Welke uitspraak over interne collectieve identiteit klopt?
Ze is altijd diepgeworteld en onveranderlijk
Ze kan licht en snel veranderend of diepgeworteld zijn
Ze wordt vooral door buitenstaanders bepaald
Ze bestaat alleen bij nationale groepen
Syllabus 4.3: dergelijke identiteiten kunnen licht zijn en snel veranderen, maar ook diepgeworteld en onveranderlijk.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
VORMING · SOCIALISATIE
Goed gedaan!
Socialisatie geeft je cultuur mee, kapitaal maakt verschil en je identiteit ontstaat tussen jouw beeld en dat van de groepen om je heen.
This item has no instructions