STEDEN EN BURGERS · 1050-1302
Examentraining
Steden en burgers 1050-1302: zo pak je examenvragen aan
STEDEN EN BURGERS · 1050-1302
Examentraining
Steden en burgers 1050-1302: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Wolfgang Staudt / Wikimedia Commons, CC BY 2.0
STEDEN EN BURGERS · 1050-1302
Wat ga je kunnen?
Ik kan examenvragen over de opkomst van steden en burgers in de Lage Landen (1050-1302) beantwoorden met oorzaken, standplaats, bronnen en verandering.
This item has no instructions
STEDEN EN BURGERS · 1050-1302
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: wat is de vraagstelling en welke bron of situatie krijg je?
2. Zoek: welk begrip of welk keerpunt (zoals 1302) uit de stof past erbij?
3. Beredeneer: onderbouw met de situatie en benoem het soort oorzaak, de standplaats of de verandering
This item has no instructions
STEDEN EN BURGERS · 1050-1302
Vraagtype 1: soorten oorzaken en gevolgen
Onderscheid aanleiding en diepere oorzaak, direct en indirect, korte en lange termijn
Soorten: politiek-bestuurlijk, sociaaleconomisch en cultureel-mentaal
This item has no instructions
Kooplieden kregen via leningen het stadsbestuur in handen. Wat voor gevolg is dat?
Een cultureel-mentaal gevolg van de Hanzehandel
Een directe aanleiding voor de Guldensporenslag
Een sociaaleconomisch gevolg zonder bestuurlijk effect
Een politiek-bestuurlijk gevolg van economische macht
De kooplieden gebruikten hun geld (sociaaleconomisch) om bestuurlijke macht te krijgen: politiek-bestuurlijk. Verwachte fout: alles sociaaleconomisch noemen.
Noem een sociaaleconomische oorzaak van de verstedelijking.
Goed: veranderde landbouw, groeiende bevolking, bloeiende handel of de monetaire economie. Verwachte fout: een politieke oorzaak noemen, zoals de Guldensporenslag; die kwam pas in 1302.
STEDEN EN BURGERS · 1050-1302
Vraagtype 2: standplaatsgebondenheid
Verklaar gedrag vanuit de kennis en waarden van de mensen toen en daar
Let op waardesystemen, oriëntatie, kennis en de positie van de groep
This item has no instructions
Waarom namen patriciërs een adellijke levensstijl aan?
Zij zochten aansluiting bij de status van de adel
Zij waren zelf als edelman geboren
De graaf dwong dat bij wet af
Zij wilden de ambachtslieden navolgen
Standplaats: voor rijke stedelingen gaf een adellijke levensstijl status en banden. Verwachte fout: terugredeneren vanuit wat wij nu vinden of aannemen dat het afgedwongen werd.
Waarom vormden kooplieden koopliedengilden?
Goed: zo versterkten zij hun positie, hun belangen en hun macht in de stad. Verwachte fout: alleen beschrijven wat een gilde is.
De Guldensporenslag, negentiende-eeuws schilderij van Nicaise de Keyser
STEDEN EN BURGERS · 1050-1302
Vraagtype 3: bruikbaarheid van bronnen
Weeg de betrouwbaarheid af: wie maakte de bron, wanneer en met welk doel?
Kijk ook naar representativiteit: is de bron typerend voor de hele groep of periode?
Image credit: Nicaise de Keyser / Wikimedia Commons, publiek domein
Een schilderij uit de 19e eeuw toont de slag van 1302. Wat is een beperking?
Schilderijen zijn per definitie onbetrouwbaar
Het is een bron uit 1302 zelf, dus altijd juist
De maker was er niet bij en schilderde eeuwen later
Het schilderij toont alleen de kant van de adel
Betrouwbaarheid: de maker leefde eeuwen later. Dat maakt de bron niet waardeloos, wel beperkt voor wat er in 1302 gebeurde. Verwachte fout: alle schilderijen onbruikbaar noemen.
Rijke koopman als bron: representatief?
Situatie: een rijke koopman schrijft over zijn stad. Goed: één persoon uit de rijke bovenlaag spreekt niet voor ambachtslieden of het gemeen. Verwachte fout: alleen de betrouwbaarheid bespreken.
STEDEN EN BURGERS · 1050-1302
Vraagtype 4: continuïteit en verandering
Verandering heeft een tempo (snel of langzaam), een duur (kort of lang) en een schaal (klein of groot)
Een keerpunt zoals 1302 laat een omslag zien
This item has no instructions
De verstedelijking in Vlaanderen groeide over eeuwen. Wat voor verandering is dat?
Snel tempo en korte duur
Snel tempo en grote schaal
Langzaam tempo en lange duur
Langzaam tempo en kleine schaal
De groei van steden verliep geleidelijk en in heel Europa. Verwachte fout: de schaal klein noemen, terwijl de veranderingen vanaf de 11e eeuw in Europa speelden.
Waarom is 1302 een keerpunt?
Goed: ambachtslieden en boeren bleken opgewassen tegen patriciërs en feodale heren. Verwachte fout: 1302 als einde van de stad noemen.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Soorten oorzaken en gevolgen
Standplaatsgebondenheid
Bruikbaarheid van bronnen
Continuïteit en verandering
This item has no instructions
STEDEN EN BURGERS · 1050-1302
Tips voor op het examen
Noem bij een oorzaak altijd het soort: politiek-bestuurlijk, sociaaleconomisch of cultureel-mentaal
Verklaar gedrag vanuit de positie van toen, zonder er nu over te oordelen
Bij bronnen: koppel maker, tijd en doel aan de vraag, en denk aan representativiteit
Jaartallen als 1050 en 1302 zijn keerpunten om je redenering aan op te hangen
This item has no instructions