BRITSE RIJK · INDUSTRIALISATIE
Examentraining
Britse rijk: industrialisatie: zo pak je examenvragen aan
BRITSE RIJK · INDUSTRIALISATIE
Examentraining
Britse rijk: industrialisatie: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: J. McNeven / Wikimedia Commons, publiek domein
BRITSE RIJK · INDUSTRIALISATIE
Wat ga je kunnen?
Ik kan examenvragen over de industrialisatie in Groot-Brittannië beantwoorden: oorzaken en gevolgen, standplaatsgebondenheid, bronnen en continuïteit en verandering.
This item has no instructions
BRITSE RIJK · INDUSTRIALISATIE
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: bestudeer de vraag en het gegeven, let op jaartal, maker en doel
2. Zoek: welk begrip uit de stof hoort bij dit voorbeeld?
3. Schrijf: antwoord met een begrip en een verwijzing naar het gegeven
This item has no instructions
Stoommachine van het type Watt in een technisch museum
BRITSE RIJK · INDUSTRIALISATIE
Vraagtype 1: oorzaken en gevolgen
Direct of indirect, korte of lange termijn, aanleiding
Soorten: politiek-bestuurlijk, sociaaleconomisch, cultureel-mentaal
Image credit: Nicolás Pérez / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0
Winsten uit koloniën betaalden spoorwegen: welk soort oorzaak voor industrialisatie?
Een sociaaleconomische oorzaak
Een politiek-bestuurlijke oorzaak
Een cultureel-mentale oorzaak
Een aanleiding
Geld en transport zijn sociaaleconomisch. Verwachte fout: politiek-bestuurlijk, omdat koloniën bestuurd werden.
Fabrieksarbeiders protesteerden tegen slechte omstandigheden. Wat was een gevolg?
De overheid voerde vrijhandel in
De overheid sloot alle fabrieken
De overheid probeerde excessen met wetten te voorkomen
De overheid verbood de vakbond
Factory Acts vanaf 1833. Verwachte fout: vrijhandel, dat is een wens van ondernemers.
BRITSE RIJK · INDUSTRIALISATIE
Vraagtype 2: standplaatsgebondenheid
Verklaar gedrag vanuit wat mensen toen wisten en vonden
Oordeel niet met de kennis en normen van nu
This item has no instructions
Een fabrikant eiste in de 19e eeuw vrijhandel en weinig bemoeienis van de overheid. Waarom?
Hij wilde dat arbeiders betere omstandigheden kregen
Hij vond dat de overheid fabrieken moest besturen
Hij wilde als ondernemer vrij winst maken zonder regels
Hij wilde de Reform Bill tegenhouden
Liberale markteconomie met kleine overheid. Verwachte fout: een moreel motief voor arbeiders.
Waarom bleven arbeiders in slechte fabrieken werken?
Goed: ze hadden loon nodig, er waren weinig alternatieven in de snelgroeiende steden en er waren nog geen wetten of sterke vakbonden. Verwachte fout: 'ze vonden het prima', met de normen van nu geredeneerd.
Staunch reformers, prent uit 1831 over hervormers in Londen
BRITSE RIJK · INDUSTRIALISATIE
Vraagtype 3: bruikbaarheid van bronnen
Kijk naar maker, doel, tijd en publiek
Weeg betrouwbaarheid en representativiteit
Image credit: Onbekende maker / Wikimedia Commons, publiek domein
Een Britse ondernemer prijst in 1851 de wereldtentoonstelling. Bruikbaar voor arbeiders?
Beperkt: hij toont vooral het succes van ondernemers
Volledig: een ondernemer is altijd betrouwbaar
Onbruikbaar: een bron van een ondernemer telt niet
Goed: de tentoonstelling toont het leven van iedereen
Een bron is nooit onbruikbaar, maar de maker heeft een eigen belang en perspectief. Verwachte fout: onbruikbaar.
Een prent uit 1831 toont hervormers in Londen met spandoeken. Waarvoor is die vooral bruikbaar?
Voor het aantal kiezers na de Reform Bill
Voor het loon van fabrieksarbeiders
Voor de mening van alle Britten over hervorming
Voor hoe een tekenaar hervormers uit die tijd afbeeldde
Een prent van één maker laat zijn beeld zien en is niet representatief voor alle Britten. Verwachte fout: voor de mening van iedereen.
Kaart van het Britse rijk in 1886 (Imperial Federation)
BRITSE RIJK · INDUSTRIALISATIE
Vraagtype 4: continuïteit en verandering
Wat veranderde, wat bleef gelijk?
Let op tempo, duur en schaal van de verandering
Image credit: Walter Crane / Wikimedia Commons, publiek domein
Wat veranderde er tussen 1750 en 1900 in de rol van de koloniën?
Ze leverden geen grondstoffen meer
Naast grondstoffen leverden ze ook een afzetmarkt
Ze kregen een eigen industrie voor katoen
Ze werden vrije handelspartners zonder Britse invloed
Koloniën bleven grondstoffen leveren, en India werd ook afzetmarkt. Verwachte fout: dat de band losser werd.
Noem een verandering en een continuïteit in de Britse economie.
Goed: verandering = van handelskapitalisme naar industrieel kapitalisme (of van handwerk naar fabrieken); continuïteit = de koloniën bleven grondstoffen en winsten leveren. Verwachte fout: twee veranderingen noemen.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Oorzaken en gevolgen
Standplaatsgebondenheid
Bruikbaarheid van bronnen
Continuïteit en verandering
Oefen het vraagtype met de meeste stemmen.
BRITSE RIJK · INDUSTRIALISATIE
Tips voor op het examen
Beantwoord de leidende vraag: welke rol speelden de koloniën? Denk aan grondstoffen, winsten en afzetmarkt
Jaartallen als 1832, 1833, 1851, 1870 en 1900 zijn keerpunten: noem ze erbij
Gebruik begrippen als industrieel kapitalisme, vrijhandel en sociale kwestie in je antwoord
This item has no instructions