VERLICHTING · 1813-1900
Examentraining
Politieke stromingen 1813-1900: zo pak je examenvragen aan
VERLICHTING · 1813-1900
Examentraining
Politieke stromingen 1813-1900: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Eugène Delacroix / Wikimedia Commons, publiek domein
VERLICHTING · 1813-1900
Wat ga je kunnen?
Ik kan examenvragen over de politieke stromingen van 1813-1900 beantwoorden met oorzaken en gevolgen, standplaats, bronnen en verandering.
This item has no instructions
VERLICHTING · 1813-1900
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: wat is de vraagstelling en welke bron of situatie krijg je?
2. Zoek: welke stroming of welk begrip uit de stof past erbij?
3. Beredeneer: onderbouw met de situatie en benoem het soort oorzaak, de standplaats of de verandering
This item has no instructions
VERLICHTING · 1813-1900
Vraagtype 1: oorzaken en gevolgen
Onderscheid aanleiding en diepere oorzaak, direct en indirect, korte en lange termijn
Soorten: politiek-bestuurlijk, sociaaleconomisch en cultureel-mentaal
This item has no instructions
Arbeiders richtten vakbonden op wegens grote ongelijkheid. Wat voor oorzaak?
Cultureel-mentale oorzaak: een nieuw wereldbeeld
Sociaaleconomische oorzaak: grote ongelijkheid
Politiek-bestuurlijke oorzaak: het Congres van Wenen
Directe aanleiding: de val van Napoleon
Het ging om ongelijkheid door industrialisering: sociaaleconomisch. Verwachte fout: politiek-bestuurlijk kiezen omdat de vakbonden later politiek werden.
Noem een gevolg van het nationalisme.
Goed: eenwording van Italië of Duitsland, of onafhankelijkheid van nieuwe landen. Verwachte fout: de afscheiding van België noemen als nationalistische eenwording.
VERLICHTING · 1813-1900
Vraagtype 2: standplaatsgebondenheid
Verklaar gedrag vanuit de kennis en waarden van de mensen toen en daar
Let op waardesystemen, belangen en de positie van de groep of persoon
This item has no instructions
Waarom verzetten aristocraten zich tegen het liberalisme?
Zij vreesden verlies van hun positie en orde
Zij kenden de verlichte ideeën nog niet
Zij vonden de industrialisering te langzaam gaan
Zij wilden dat arbeiders gelijke rechten kregen
Standplaats: voor aristocraten betekende de nieuwe orde een bedreiging van hun positie en waarden. Verwachte fout: terugredeneren vanuit onze waarden.
Waarom had het feminisme lang weinig aanhang?
Goed: het burgerlijk gezinsideaal zag de vrouw als verzorger van het gezin, daardoor leek strijd voor gelijke rechten onnatuurlijk. Verwachte fout: antwoorden vanuit hedendaagse opvattingen.
Episode uit de septemberdagen van 1830 in Brussel, schilderij van Gustaaf Wappers, 1834
VERLICHTING · 1813-1900
Vraagtype 3: bruikbaarheid van bronnen
Weeg de betrouwbaarheid af: wie maakte de bron, wanneer en met welk doel?
Kijk ook naar representativiteit: is de bron typerend voor de hele groep of periode?
Image credit: Gustaaf Wappers / Wikimedia Commons, publiek domein
Wappers schilderde de opstand in Brussel in 1834. Wat zegt dat over de bron?
Een schilderij is nooit een bruikbare bron
Een tijdgenoot kan niets over 1830 weten
Het is achteraf gemaakt en beeldt heroïsch uit
Het toont het standpunt van de Nederlandse koning
De bron is vier jaar na de gebeurtenis geschilderd, in romantische stijl. Verwachte fout: de bron waardeloos noemen.
Spreekt Marx voor alle arbeiders? Leg uit.
Goed: nee, hij was een denker met een eigen visie; veel arbeiders kozen voor geleidelijke verandering of religieuze arbeidersbewegingen. Verwachte fout: alleen zeggen dat hij een man was.
VERLICHTING · 1813-1900
Vraagtype 4: continuïteit en verandering
Verandering heeft een tempo (snel of langzaam), een duur (kort of lang) en een schaal (klein of groot)
Let ook op wat gelijk bleef: dat is continuïteit
This item has no instructions
Na 1815 bleef de Code Napoléon in Nederland gelden. Wat is dat?
Een snelle verandering op grote schaal
Continuïteit ondanks de restauratie
Een terugkeer naar de tijd vóór de revolutie
Het einde van het machtsevenwicht
De restauratie was niet volledig: maatregelen uit de Franse tijd bleven. Verwachte fout: dit een keerpunt noemen.
Noem een wijziging van de grondwet in 1848.
Goed: ministers werden verantwoordelijk, of de Tweede Kamer werd rechtstreeks gekozen. Verwachte fout: algemeen kiesrecht noemen.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Oorzaken en gevolgen
Standplaatsgebondenheid
Bruikbaarheid van bronnen
Continuïteit en verandering
This item has no instructions
VERLICHTING · 1813-1900
Tips voor op het examen
Gebruik de begrippen uit de stof: noem de stroming én het kenmerk erbij
Bij een bron: vraag wie, wanneer en waarom, en of de bron typerend is
Bij de leidende vraag: noem wat verlichtingsideeën verklaart én wat daarbij nog speelde, zoals industrialisering
This item has no instructions