A5 WA herhaling 10.1

A4 WA H10 voorkennis
1 / 22
next
Slide 1: Slide
WiskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

A4 WA H10 voorkennis

Slide 1 - Slide

Leerdoelen van deze les
Hoofdstuk 10 voorkennis
  • Ik kan rekenen met formules van lineaire en exponentiële groei.
  • Ik kan bij een tabel bepalen of er sprake is van exponentiele groei.

Hoofdstuk 10 paragraaf 1
Exponentiële groei
  • Ik kan groeifactoren omzetten naar groeipercentages en andersom.





Slide 2 - Slide

Wat weet je van
lineaire verbanden?

Slide 3 - Mind map

Lineaire verbanden
  • Grafiek is een rechte lijn.
  • Per stapje komt er hetzelfde bij.
  • Formule y=ax+b
  • a is de richtingscoëfficiënt.
  • b is het startgetal. 

Slide 4 - Slide

Wat weet je van
exponentiële verbanden?

Slide 5 - Mind map

Exponentiële verbanden
  • Grafiek is toenemend stijgend of afnemend dalend (volgende les).
  • Per stapje steeds x hetzelfde (groeifactor).
  • Formule 
  • g is de groeifactor.
  • b is de beginhoeveelheid. 
y=bgt

Slide 6 - Slide

Bij welke tabel hoort lineaire groei?
A
B

Slide 7 - Quiz

Bij welke tabel hoort exponentiële groei?
A
B

Slide 8 - Quiz

Stel een formule op van O.
Neem de tijd t in jaren met t=0 in 2014.
Rond de groeifactor af op twee decimalen.

Slide 9 - Open question

Ik kan groeifactoren omzetten naar groeipercentages en andersom.

Slide 10 - Slide

Geef de groeifactor die hoort bij een toename van 5,7%

Slide 11 - Open question

Geef de groeifactor die hoort bij een toename van 200%

Slide 12 - Open question

Geef de groeifactor die hoort bij een afname van 38,4%

Slide 13 - Open question

Geef de groeifactor die hoort bij een afname van 0,3%

Slide 14 - Open question

Gegeven is de groeifactor hiernaast.
Geef aan of er sprake is van procentuele
toe- of afnamen en hoe groot deze is.
0,978

Slide 15 - Open question

Gegeven is de groeifactor hiernaast.
Geef aan of er sprake is van procentuele
toe- of afnamen en hoe groot deze is.
3,2

Slide 16 - Open question

De populariteit van de OV-fiets groeit al jaren. In juni 2016 werden er 215 000 ritten met de OV-fiets gemaakt. Dit aantal neemt sindsdien elke maand met 2% toe. Neem aan dat deze groei nog een tijdje aanhoudt.
Stel de formule op van het aantal ritten met de OV-fiets per maand.
Neem het aantal ritten R in duizendtallen en de tijd t in maanden waarbij t=0 hoort bij juni 2016.

Slide 17 - Open question

De populariteit van de OV-fiets groeit al jaren. In juni 2016 werden er 215 000 ritten met de OV-fiets gemaakt. Dit aantal neemt sindsdien elke maand met 2% toe. Neem aan dat deze groei nog een tijdje aanhoudt.
Hierbij hoort de formule hiernaast met R on duizendtallen en de tijd t per maand met t=0 in juni 2016.
In welke maand van welk jaar was het aantal ritten voor
het eerst meer dan 400 000?
R=2151,02t

Slide 18 - Open question

Ik kan de halverings- of verdubbelingstijd bepalen.

Slide 19 - Slide

In 2017 werden er in Nederland 420 miljoen pakketten verstuurd. Sinds 2012 groeide het aantal pakketten met ongeveer 14% per jaar.
We hebben gezien dat deze formule daarbij hoort:

Wat is de verdubbelingstijd?
P=4201,14t

Slide 20 - Open question


Slide 21 - Open question

Huiswerk voor deze paragraaf
Zorg dat je de volgende leerdoelen beheerst:
  • Ik kan rekenen met formules van lineaire en exponentiële groei.
  • Ik kan bij een tabel bepalen of er sprake is van exponentiele groei.

  • Ik kan groeifactoren omzetten naar groeipercentages en andersom.
  • Ik kan de halverings- of verdubbelingstijd bepalen.




Slide 22 - Slide