Bedrijfsconomie, basismodule economie periode 1

Eisen niveau 4

  • Nederlands 5,5 of hoger

  • Engels generiek 5,5 of hoger

  • Rekenen 5,5 of hoger

  • Module economie gemiddeld 5,5 of hoger. 1 toets per periode waarin MRK, BECO en PM zitten of per vak een toets.

  • Module foodtruck behaald

1 / 38
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBedrijfseconomieMBOStudiejaar 4

This lesson contains 38 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min
Report this lesson

Items in this lesson

Eisen niveau 4

  • Nederlands 5,5 of hoger

  • Engels generiek 5,5 of hoger

  • Rekenen 5,5 of hoger

  • Module economie gemiddeld 5,5 of hoger. 1 toets per periode waarin MRK, BECO en PM zitten of per vak een toets.

  • Module foodtruck behaald

Digiplein (Uitgeversgroep)

2.3 Nibud

= Nationaal Instituut Budgetvoorlichting


•Budget = bedrag dat je kunt besteden

•www.nibud.nl

•Inkomsten en uitgaven in evenwicht

•Minimale buffer particulieren (inventarispakket)

•Referentiebuffer (groot onderhoud eigen woning, auto, ….)

Vragen NIBUD

  1. Waar staat de afkorting Nibud voor? [geldlessen.nl]

  2. Wat is het belangrijkste doel van het Nibud? [nibud.nl], [geldlessen.nl]

  3. Waarom vindt het Nibud het belangrijk dat kinderen al jong leren omgaan met geld? [nibud.nl], [geldlessen.nl]

  4. Welke vier onderwerpen komen terug in de Nibud-leerdoelen voor kinderen en jongeren? [nibud.nl]

  5. Noem drie kostenposten waar studenten volgens het Nibud rekening mee moeten houden. [nibud.nl]

  6. Welke online tool van het Nibud helpt studenten inzicht te krijgen in de kosten van studeren? [nibud.nl]

  7. Wat is een kasboek en waarom adviseert het Nibud om dit bij te houden? [nibud.nl]

  8. Welke groepen jongeren onderzoekt het Nibud om inzicht te krijgen in hun financiële situatie? [nibud.nl]

  9. Welke problemen kunnen volgens Nibud ontstaan door nieuwe betaalmethoden zoals betaalverzoeken en achteraf betalen? [nos.nl], [geldlessen.nl]

  10. Welke invloed hebben omgevingsfactoren zoals economie en wetgeving op de financiële situatie van consumenten? (Gebruik informatie van het Nibud om je antwoord toe te lichten.)

Waar staat NIBUD voor?

A

Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting

B

Nederlands Instituut voor Bedrijfsuitgaven

C

Nationaal Inkoopbureau voor Uitgaven en Diensten

D

Nederlands Instituut voor Belasting en Uitgaven

Wat is een belangrijke taak van het NIBUD?

A

Aandelen verkopen

B

Budgetadvies geven

C

Belasting heffen

D

Leningen verstrekken

Waarom is een begroting maken voor een huishouden of bedrijf nuttig?

A

Voor meer reclame

B

Voor minder klanten

C

Voor meer overzicht

D

Voor hogere belasting

Welke uitgave is meestal een vaste last?

A

Huur

B

Vakantie

C

Uit eten

D

Cadeaus

Wat zijn variabele uitgaven?

A

Uitgaven die elke maand gelijk zijn

B

Uitgaven die kunnen verschillen

C

Uitgaven zonder betaling

D

Uitgaven voor verzekeringen

Wat laat een kasboek of budgetoverzicht vooral zien?

A

Alleen schulden

B

Inkomsten en uitgaven

C

Alleen spaardoelen

D

Winst per product

Wat is verstandig als je uitgaven hoger zijn dan je inkomsten?

A

Meer uitgeven

B

Overzicht maken

C

Niet meer kijken

D

Alles contant betalen

Welke post hoort meestal bij reserveringsuitgaven?

A

Boodschappen

B

Schoolboeken

C

Nieuwe wasmachine

D

Telefoonabonnement

Hoe kan NIBUD helpen bij geldproblemen?

A

Door geld cadeau te geven

B

Door budgetinformatie te bieden

C

Door schulden over te nemen

D

Door loon uit te betalen

Waarom past het onderwerp NIBUD bij bedrijfseconomie?

A

Het gaat over geldbeheer

B

Het gaat over geschiedenis

C

Het gaat over sportprestaties

D

Het gaat over verkeersregels

In de les maken

Opdracht 2.01 en 2.02 pagina 47

2.4 Schulden bedrijven & overheid

Schulden bedrijven & overheid

•Begrotingsnorm: maximaal 3% per jaar meer uitgeven dan er binnenkomt.

•Hierdoor groei de staatschuld elk jaar

•Huidige schuld zichtbaar op site: www.destaatsschuldmeter.nl

•Over deze schulden moet rente betaald worden.

•De overheid zal ook moeten gaan aflossen…

Vragen staatsschuldmeter


  1. Hoeveel bedraagt volgens DeStaatsschuldMeter.nl ongeveer de schuld per inwoner van Nederland? [destaatssc...ldmeter.nl]

  2. Met hoeveel euro per seconde daalt de Nederlandse staatsschuld volgens de teller op de website? [destaatssc...ldmeter.nl]

  3. In welk jaar daalde de Nederlandse staatsschuld volgens de website voor het eerst sinds 2006? [destaatssc...ldmeter.nl]

  4. Welke gebeurtenis heeft volgens de website bijgedragen aan de sterke stijging van de Nederlandse staatsschuld rond 2008-2009? [destaatssc...ldmeter.nl]

  5. Wat wordt bedoeld met de term staatsschuld? Leg in je eigen woorden uit wat de overheidsschuld inhoudt. [destaatssc...ldmeter.nl], [dsta.nl]

Maken in de les

Opdracht 2.01 blz 47 t/m opdracht 2.03 blz. 47

Hoe houden jullie jullie geldzaken bij?

2.5 Omgaan met geld

  • Oefen voor later,  om niet in financiële problemen te komen….

  • Belangrijke financiële beslissingen bij grote veranderingen

  • Als je meer uitgeeft dan er binnenkomt, maak je schulden.

  • Over schulden betaal je rente.

  • Schulden moet je aflossen.

Wat is Rente?

Rente is de prijs die je betaalt om geld te lenen,

of de vergoeding die je krijgt als je geld uitleent.

Wat is aflossen?

Aflossing is het terugbetalen van een geleend bedrag of schuld.

Rente en aflossen

•De vergoeding voor het lenen van geld is rente. Rente is een jaarpercentage.


•Schuld € 5.000,- Rentepercentage 8%

•Jaarlijkse rentekosten:

  8/100 x 5.000 = € 400,-

Een jaar lang € 5.000 lenen kost dus € 400,-.

Daarnaast moet je de € 5.000 nog terug betalen (aflossen).

Rente en aflossen

•Schuld € 12.000,-. Rentepercentage 6%


•Bereken de rentekosten over 4 maanden!


Rentekosten = 4/12 x 6/100 x 12.000 = € 240,-


4/12 = 4 maanden

6/100 = 6%

Welke schulden zijn er allemaal

2.6 Jongeren en geldproblemen

  • Formele schulden bij instanties, zoals banken of DUO.






  • Informele schulden bij familie of vrienden…

Oorzaken van schulden

Oorzaken van schulden

•Gebrekkig financieel inzicht

•Niet willen of kunnen sparen

•Impulsieve, verleidingsgevoelige of statusgevoelige houding

•Te sterk beïnvloedbaar door reclames, rages, trends

•Grote veranderingen in je leven

•Geen financiële opvoeding

•Te gemakkelijk rood kunnen staan of kunnen lenen

•Inkomensterugval of uitgavenstijging

Inkomsten

2.7 Eigen administratie: inkomsten

•Ouder(s) / verzorger(s) (leer omgaan met geld)

•Bijbaantje: Zelf verdienen (leer de waarde van geld)

•Overheid: kinderbijslag / studiefinanciering / tegemoetkoming schoolkosten

•Rente op spaargeld / dividend op beleggingen

•Lenen! (doorlopend krediet/PL / huurkoop)

Uitgaven

Eigen administratie: uitgaven

Uitgaven uit “verplichtingen”

–Boodschappen

–Woonlasten (huur, energierekening, ….)

–Zorgverzekering en andere verzekeringen

–Abonnementen, Lidmaatschappen

–Etc.


Uitgaven uit “vrije wil”

–Dvd's

–Kleding

–Vakantie

–Uitgaan

Opdracht

Maak zelf een inkosten en uitgaven: Kasstaat

Inkomsten en uitgaven: kasstaat