Hoofdstuk 2 Paragraaf 3 Massa en Volume

Starten:
Tassen op de grond
Chromebook op tafel wel dicht
Schrift en pen klaar leggen

1 / 20
next
Slide 1: Slide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Items in this lesson

Starten:
Tassen op de grond
Chromebook op tafel wel dicht
Schrift en pen klaar leggen

Slide 1 - Slide

Planning:
  • Introductie
  • Instructie/Uitleg
  • Rode gemarkeerde overnemen in je schrift
  • Samen lezen
  • Opdrachten maken
  • Na controle
  • Huiswerk noteren in je schrift

Slide 2 - Slide

Hoofdstuk 2 Paragraaf 3 : "Massa en volume"
Leerdoelen

1. Je kunt de massa van een hoeveelheid stof bepalen.
2. Je kunt het volume van een hoeveelheid vloeistof bepalen.
3. Je kunt het volume van een rechthoekig voorwerp berekenen.

Slide 3 - Slide

Vandaag
- Massa bepalen
- uitleg over eenheden, grootheden en symbolen
- filmpje 
- vragen over het filmpje
- lezen paragraaf 3
- opdrachten maken

Slide 4 - Slide

Massa bepalen
Eigenlijk het simpelste van de leerdoelen

  1. Gebruik een balans
  2. Tarreer (zet op nul)
  3. Controleer de juiste eenheid
  4. Lees af en noteer met de juiste eenheid

Slide 5 - Slide

Uitleg 
Eenheden
grootheden
symbolen
Hoe rekenen we een formule uit.

Slide 6 - Slide

Eenheid
Eenheid: De maat waarin iets wordt beschreven

Bijvoorbeeld als je het hebt over lengte gebruik je altijd de eenheid meter (of met een voorvoegsel zoals kilo: de kilometer)
kilo betekend 1000 keer (1000 X)
 Als je het over massa hebt gebruik je de eenheid gram (of kilogram)
Als je het over volume hebt vaak in cm3

Slide 7 - Slide

Grootheden
Grootheid: Geeft weer wat je direct kan meten of berekenen

Voorbeeld van een grootheid die je direct kan meten: lengte en tijd

Een grootheid die je direct kan berekenen is dus de snelheid uit de gemeten lengte en de gemeten tijd

Slide 8 - Slide

Symbolen
afkortingen van grootheden bestaande uit 1 of 2 letters. Let op gebruik van hoofd en kleine letter.   Voorbeelden:
massa = m
lengte  = l
breedte = b
hoogte = h
elektrische weerstand = R
tijd = t
Volume = V
spanning = U

Slide 9 - Slide

Volume van een balk(je)
V = lengte x breedte x hoogte

V = l x b x h

Slide 10 - Slide

0

Slide 11 - Video

Testje
Pak je chromebook
Log in op lesson up

Slide 12 - Slide

De eenheid van massa is ....
A
g
B
kg
C
m
D
m3

Slide 13 - Quiz

De formule voor het berekenen van het volume van een voorwerp is:
A
V = l x b x m
B
V = b x h x s
C
V = l x h x d
D
V = l x b x h

Slide 14 - Quiz

"Wat weegt meer, een kilogram veren of een kilogram lood?"

Dit weegt evenveel. Wat is wel het verschil tussen deze twee?
A
Het Volume
B
De Massa

Slide 15 - Quiz

Lezen
Log via SOM in op malmberg
Zoek op Hoofdstuk 2 Paragraaf 3
Samen lezen:  Hoofdstuk 2 paragraaf 3

Slide 16 - Slide

Bereken het volume van een blokje:
Lengte = 4 cm, Breedte = 3 cm, hoogte = 2 cm

1. Wat moet er worden berekend:                         V  (= Volume)
2. Welke formule moet er gebruikt worden:    V = l x b x h  
                                                                                              (Volume = lengte x breedte x hoogte)
3. Wat zijn de gegevens                                            l = 4 cm
                                                                                             b = 3 cm
                                                                                              h = 2 cm
4.  Invullen in de formule:                                         V = 4 x 3 x 2 = 24                       
      Eenheid =                                                                   cm x cm x cm = cm3
5.  Antwoord:                                                                   V( Volume) = 24 cm3

Slide 17 - Slide

Bereken op dezelfde manier het volume van een blokje met 
Lengte 22 cm, breedte 8 cm en een hoogte van 4,4 cm

Slide 18 - Slide

Oefenen
Maak de opdrachten 1 t/m 13 van Hoofdstuk 2 Paragraaf 3

Slide 19 - Slide

Leerdoelen bereikt???
Leerdoelen

1. Je kunt de massa van een hoeveelheid stof bepalen.
2. Je kunt het volume van een hoeveelheid vloeistof bepalen.
3. Je kunt het volume van een rechthoekig voorwerp berekenen.

Slide 20 - Slide