W22 EN 2m Unit 6 Les 6.2

Weektaak 22 EN 2M
1 / 41
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

This lesson contains 41 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Weektaak 22 EN 2M

Slide 1 - Slide

This Week
This week we start and finish 6.2  in Edition
"Report your stolen bike"

Slide 2 - Slide

Welcome to the warzone, soldier
1. Bestudeer en maak alle slides van LessonUp
2. Aan het einde van deze les kan ik nog beter de past simple toepassen in zinnen.
3. Aan het einde van deze les weet ik het verschil tussen who <>which.
4. Aan het einde van deze les weet ik  hoe je een aangifte kunt doen.

Slide 3 - Slide

ReadTheory
Log into www.readtheory.org and do at least 5 texts.
Not doing this will be considered unfinished homework!
Tekst

Slide 4 - Slide

Let's recap some grammar!
In the previous units, you've exercised with the following grammar items:

  •  Verleden Tijd (Past Simple) - regelmatige ww.
  • Verleden Tijd (Past Simple) - onregelmatige ww.
  • Zijn (Verleden Tijd): To Be (Past Simple)


Slide 5 - Slide

Let's recap some grammar!
In the following slides, I'll test your knowledge of the grammar items we've discussed previously.

You're allowed to use your coursebook (pp 120 + 121)

Slide 6 - Slide

Verleden Tijd (Past Simple) - regelmatige ww.
The following slides will focus on this grammar item.

Slide 7 - Slide

What is the past tense of: Help
A
helping
B
helped
C
helps
D
help'd

Slide 8 - Quiz

You use a past simple when...
A
Something happened in the future
B
something happens every day
C
something happened in the past and is finished
D
something didn't happen yet.

Slide 9 - Quiz

What is the past tense of: study
A
studyd
B
studyied
C
studyed
D
studied

Slide 10 - Quiz

fill in: I ..... a sandwich yesterday.
A
want
B
wanted
C
was wanting
D
am wanting

Slide 11 - Quiz

Fill in: We ..... with the entire group.
A
dance
B
were dancing
C
danced
D
are dancing

Slide 12 - Quiz

Use the past simple:
We ... (greet) our neighbours yesterday.
(Neem de hele zin over!)

Slide 13 - Open question

Use the past simple:
We ... (applaud) the workers who work day and night in the hospital.
(Neem de hele zin over!)

Slide 14 - Open question

6.3: Zijn (Verleden Tijd): To Be (Past Simple)
The following slides will focus on this grammar item.

Slide 15 - Slide

Past Simple
'was' gebruiken we alleen bij: I/he/she/it
A
Juist
B
Onjuist

Slide 16 - Quiz

Past Simple
'were' gebruiken we alleen bij: we/you/it/they/you
A
Juist
B
Onjuist

Slide 17 - Quiz

'Were' gebruiken we alleen bij: we/you/they/you
Dus niet bij ''it''

Slide 18 - Slide

In de volgende slides vul je de juiste vorm van past simple in.
Vul alleen het antwoord in dat op de puntjes moet komen.
Bij ontkenningen moet je de verkorte versie opschrijven: wasn't/weren't

Slide 19 - Slide

Past Simple
Vul alleen de juiste 'to be' vorm in:
They ... happy with her behaviour (-)

Slide 20 - Open question

Past Simple
Vul alleen de juiste 'to be' vorm in:
Bob and Lisa ... asked about their relationship (+)

Slide 21 - Open question

Past Simple
Vul alleen de juiste 'to be' vorm in:
I ... awake when my siblings fought (-)

Slide 22 - Open question

Past Simple
Vul alleen de juiste 'to be' vorm in:
Liam ... surprised when he heard he passed his exam (-)

Slide 23 - Open question

Past Simple
Vul alleen de juiste 'to be' vorm in:
... Kim and Angela wrong for leaving the online class too early? (?)

Slide 24 - Open question

Past Simple of
to see?
A
saw
B
seen
C
see
D
seed

Slide 25 - Quiz

Irregular Verbs

Slide 26 - Slide

Past Simple of
to think?
A
tought
B
taught
C
thought
D
thinked

Slide 27 - Quiz

Past Simple of
to tell?
A
told
B
tolded
C
telled
D
tolt

Slide 28 - Quiz

Past Simple
of to go?
A
gone
B
went
C
goed
D
goes

Slide 29 - Quiz

In deze opdracht moet je aangeven of het woord onderaan een infinive, past simple of past participle is.
Infinitive
past simple
Past participle
begin
began
begun

Slide 30 - Drag question

In deze opdracht moet je aangeven of het woord onderaan een infinive, past simple of past participle is.
Infinitive
past simple
Past participle
do
did
done

Slide 31 - Drag question

In deze opdracht moet je aangeven of het woord onderaan een infinive, past simple of past participle is.
Infinitive
past simple
Past participle
eat
ate
eaten

Slide 32 - Drag question

In deze opdracht moet je aangeven of het woord onderaan een infinive, past simple of past participle is.
Infinitive
past simple
Past participle
go
went
gone

Slide 33 - Drag question

Maak de reeks compleet:

...... , caught, caught
A
caught
B
catch
C
catched
D
cought

Slide 34 - Quiz

Maak de reeks compleet:

find, ....... , found
A
finded
B
founded
C
found
D
find

Slide 35 - Quiz

Maak de reeks compleet:

hurt, hurt, .......
A
hurt
B
hurts
C
hurted
D
hourts

Slide 36 - Quiz

Maak de reeks compleet:

build, built, .........
A
build
B
builded
C
built
D
builts

Slide 37 - Quiz

Maak de reeks compleet:

....... , knew, known
A
knew
B
known
C
knowed
D
know

Slide 38 - Quiz

Wat is de past simple van:
FLY

Slide 39 - Open question

Wat is de past simple van:
CHOOSE

Slide 40 - Open question

Wat is de past simple van:
HIT

Slide 41 - Open question