De Kwestie
MAATSCHAPPIJLEER · HAVO/VWO
THEMA 4 · PLURIFORME SAMENLEVING
PARAGRAAF 4.2
Worden wie je bent
Hoe gezin, school, vrienden en media je vormen, en hoeveel je daarin zelf kiest.
Gezin aan tafel, midden 20e eeuw: aan de eettafel leer je je eerste normen.
De Kwestie
MAATSCHAPPIJLEER · HAVO/VWO
THEMA 4 · PLURIFORME SAMENLEVING
PARAGRAAF 4.2
Worden wie je bent
Hoe gezin, school, vrienden en media je vormen, en hoeveel je daarin zelf kiest.
Gezin aan tafel, midden 20e eeuw: aan de eettafel leer je je eerste normen.
Les over het hoofdconcept vorming: socialisatie en identiteit. Sluit aan op 4.1: cultuur is aangeleerd, en deze les laat zien hoe dat leren gaat. Image credit: Willem van de Poll / Wikimedia Commons (CC0)
De Kwestie
THEMA 4 · PLURIFORME SAMENLEVING
DE KWESTIE
Kies je zelf wie je bent, of word je gevormd door je omgeving?
NA DEZE LES KUN JE
uitleggen wat primaire en secundaire socialisatie is
de socialiserende instanties en hun invloed beschrijven
uitleggen hoe identiteit, rollen en sociale controle samenhangen
§ 4.2 Worden wie je bent
Cet élément n'a pas d'instructions
Mijn ouders of verzorgers
Mijn vrienden
School
Sociale media
Ikzelf
De Kwestie
THEMA 4 · PLURIFORME SAMENLEVING
Wie heeft volgens jou de meeste invloed op wie jij bent?
Activatie, kort. Veel leerlingen kiezen "ikzelf". Vraag door: waar heb je geleerd wat je zelf belangrijk vindt? Zo komt vanzelf de vraag van de les op tafel. Bewaar de uitslag: bij de stelling komt de rol van sociale media terug.
De Kwestie
THEMA 4 · PLURIFORME SAMENLEVING
BEGRIP
Socialisatie
Het proces waarin je de waarden, normen en gewoonten van je samenleving leert, zodat je kunt meedoen. Zo wordt cultuur overgedragen van generatie op generatie.
VOORBEELD
Een kleuter leert "dankjewel" zeggen, een brugklasser leert hoe het rooster werkt en een nieuwe medewerker bij de supermarkt leert hoe je klanten aanspreekt.
§ 4.2 Worden wie je bent
Socialisatie duurt je hele leven: ook wie met pensioen gaat of naar een ander land verhuist, leert nieuwe normen. Het doorgeven van cultuur heet cultuuroverdracht. Misvatting: socialisatie is hetzelfde als opvoeding. Opvoeding is bewust, socialisatie gebeurt ook ongemerkt.
De Kwestie
THEMA 4 · PLURIFORME SAMENLEVING
TWEE FASEN
Primaire en secundaire socialisatie
Primair: thuis
In je eerste levensjaren leer je vooral in het gezin: praten, eten, delen en wat goed en fout is. Die basis zit diep. Veel neem je over zonder dat je het doorhebt, zoals je taal, je geloof of hoe je met ruzie omgaat.
Secundair: daarbuiten
Daarna leer je ook op school, bij de sportclub, van vrienden, in je bijbaan en via media. Je leert nieuwe normen, soms andere dan thuis. Je gaat vergelijken en kiezen wat bij jou past.
§ 4.2 Worden wie je bent
De grens is niet scherp: ook een kinderdagverblijf of opa en oma kunnen in de primaire fase een grote rol spelen. Het gaat om het verschil tussen de eerste basis en wat daarna komt.
De Kwestie
THEMA 4 · PLURIFORME SAMENLEVING
SOCIALISERENDE INSTANTIES
Wie vormen je?
Gezin
De eerste en vaak sterkste invloed: taal, geloof, omgangsvormen en wat je normaal vindt.
School
Kennis, maar ook op tijd komen, samenwerken en omgaan met mensen die anders zijn dan jij.
Vrienden
Je vriendengroep bepaalt mee wat je draagt, welke muziek je luistert en wat "normaal" is.
Media
Series, games en sociale media laten zien hoe je eruit hoort te zien en wat je hoort te vinden.
§ 4.2 Worden wie je bent
Andere instanties die leerlingen noemen, tellen ook: sportclub, geloofsgemeenschap, bijbaan, jeugdbeweging. De invloed van vrienden (de peergroup) is in de puberteit extra groot. Doorvraag: welke instantie kiest je zelf, en welke niet?
De Kwestie
THEMA 4 · PLURIFORME SAMENLEVING
Mila (16) begint bij een bakkerij en leert daar hoe je klanten netjes aanspreekt. Wat is dit?
Primaire socialisatie via het gezin
Sociale controle door de klanten
Secundaire socialisatie via werk
Cultuuroverdracht via de media
Het goede antwoord is secundaire socialisatie via werk: Mila leert buiten het gezin nieuwe normen. Wie sociale controle kiest, haalt het leren en het bijsturen door elkaar: sociale controle zou het zijn als een klant haar terechtwijst.
De Kwestie
THEMA 4 · PLURIFORME SAMENLEVING
WIE BEN JE?
Identiteit, rollen en sociale controle
Identiteit
Het beeld dat je van jezelf hebt en dat anderen van je hebben: wie je bent, waar je bij hoort en waarin je verschilt.
Rollen
Op één dag ben je leerling, kind, vriend en collega. Bij elke rol horen verwachtingen van anderen.
Sociale controle
Mensen sturen elkaars gedrag bij met sancties: een compliment of een beloning, een boze blik of een straf.
§ 4.2 Worden wie je bent
Iemand heeft meerdere identiteiten tegelijk (Utrechter, hockeyer, moslim, grote zus); welke op de voorgrond staat hangt af van de situatie. Als rollen botsen (je baas wil dat je zaterdag werkt, je team heeft een wedstrijd) heet dat een rolconflict. Sancties zijn positief of negatief, en formeel (door een organisatie, volgens regels: een boete, strafwerk) of informeel (door mensen om je heen: uitlachen, een compliment).
De Kwestie
THEMA 4 · PLURIFORME SAMENLEVING
CASUS
Daan en de groepsapp
Daan (16) zet in de klassenapp een meme over een klasgenoot. Hij vindt het grappig, maar niemand reageert met een lach. Een paar klasgenoten sturen "niet chill" en één vriend belt hem op: "Dit doe je niet, man."
De volgende dag weet ook de mentor ervan. Daan krijgt een gesprek en moet zijn excuses aanbieden, zoals in de schoolregels staat.
Daan haalt de meme weg. Een week later ziet hij iemand anders zoiets posten en stuurt hij zelf: "Weghalen."
§ 4.2 Worden wie je bent
In deze casus zie je informele negatieve sancties (klasgenoten, de vriend) en een formele negatieve sanctie (de school, volgens de regels). Het slot laat zien dat Daan de norm heeft overgenomen (geïnternaliseerd) en nu zelf sociale controle uitoefent. Laat leerlingen de sancties aanwijzen.
Maak de zinnen af
Klasgenoten die "niet chill" sturen, geven Daan een informele negatieve sanctie. Zo werkt sociale controle: mensen sturen elkaars gedrag bij. Daan is die dag leerling, vriend en klasgenoot: hij speelt verschillende rollen. Wie hij is en waar hij bij hoort, is zijn identiteit als persoon.
De Kwestie
THEMA 4 · PLURIFORME SAMENLEVING
Controle van het tweede blok. Wie "socialisatie" invult op de plek van sociale controle, verwart het leren van normen met het bijsturen van gedrag. Die twee hangen wel samen: door sociale controle leer je normen.
Eens
Oneens
De Kwestie
THEMA 4 · PLURIFORME SAMENLEVING
Stelling: Sociale media hebben meer invloed op wie jongeren worden dan hun ouders.
Discussiemoment, ongeveer 5 minuten. Eens: jongeren zitten uren per dag online, influencers en algoritmes bepalen wat mooi, normaal en belangrijk is. Oneens: de basis (taal, waarden, geloof) komt uit het gezin en blijft; wat je online ziet, filter je met wat je thuis hebt geleerd. Doorvraag 1: over welke dingen hebben ouders meer invloed, en over welke media? Doorvraag 2: kies je zelf wat je algoritme je laat zien?
De Kwestie
THEMA 4 · PLURIFORME SAMENLEVING
TERUG NAAR DE KWESTIE
Kies je zelf wie je bent, of word je gevormd door je omgeving?
WAT JE NU WEET
Door socialisatie leer je de waarden en normen van je samenleving: eerst thuis (primair), daarna op school, bij vrienden en via media (secundair).
Je identiteit bestaat uit meerdere kanten en rollen, en is voor een deel gevormd door je omgeving.
Sociale controle stuurt je bij, maar hoe ouder je wordt, hoe meer je zelf kiest welke groepen en normen bij je passen.
§ 4.2 Worden wie je bent
Cet élément n'a pas d'instructions
De Kwestie
THEMA 4 · PLURIFORME SAMENLEVING
Noem één gewoonte of mening van jou. Van welke socialiserende instantie heb je die, denk je?
Exit ticket. Een goed antwoord noemt een concrete gewoonte of mening, een instantie (gezin, school, vrienden, media, club) en legt uit hoe die invloed ging, bijvoorbeeld door voorbeeldgedrag of sancties. Veelgemaakte fout: "dat heb ik van mezelf", zonder na te denken waar het vandaan komt.
De Kwestie
THEMA 4 · PLURIFORME SAMENLEVING
BEGRIPPEN
Woorden van deze les
Socialisatie: proces waarin je de waarden, normen en gewoonten van je samenleving leert
Primaire socialisatie: socialisatie in de eerste levensjaren, vooral in het gezin
Secundaire socialisatie: socialisatie buiten het gezin: school, vrienden, werk, media
Socialiserende instantie: groep of organisatie die je vormt, zoals gezin of school
Identiteit: beeld van wie je bent, door jezelf en door anderen
Rol: het gedrag dat anderen verwachten bij een positie
Sociale controle: bijsturen van elkaars gedrag met sancties
Sanctie: beloning of straf als reactie op gedrag
§ 4.2 Worden wie je bent
Cet élément n'a pas d'instructions