cross
Kidsweek in de Klas
Welkom bij het lesmateriaal van Kidsweek in de Klas

Seksualiteit

Seks en zo
1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
WereldoriëntatieBegrijpend lezen+2BasisschoolGroep 7,8

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Introductie

In de puberteit verandert er van alles, in je hoofd én in je lijf. Bij meisjes begint de puberteit vaak tussen hun achtste en twaalfde. Bij jongens als ze tussen de tien en veertien jaar zijn. Wat moeten je weten over deze roerige tijd?

Onderdelen in deze les

Seks en zo

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Afspraak
Wat we tijdens deze lessen bespreken, blijft binnen de muren van het klaslokaal!

Slide 3 - Tekstslide

Woordenschat
Bespreek de moeilijke woorden met uw leerlingen.
en filmpjes
Ik praat thuis met mijn ouders weleens over seks.
WAAR
of
NIET WAAR?

A
WAAR
B
NIET WAAR

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vragenmuur
Wat zou jij willen weten over seksualiteit? Schrijf jouw vragen op en plak ze op de vragenmuur!

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wereldoriëntatie
Na deze les:
  • weet ik wat seksuele geaardheid betekent en welke seksuele voorkeuren er zijn.
  • weet ik welke lichamelijke veranderingen jongens en meisjes doormaken in de puberteit.
  • weet ik wat er in mijn hoofd verandert tijdens de puberteit.
  • weet ik hoe een vrouw zwanger wordt en hoe je een zwangerschap kunt voorkomen.
  • weet ik wat een soa is en hoe ik dit kan voorkomen.
Dit ga je leren
Woordenschat
  • Na deze les begrijp ik de belangrijke woorden die met seks en zo te maken hebben.
Taal
  • Na deze les kan ik een blog schrijven over seksualiteit.

Slide 6 - Tekstslide

Lesdoelen
Bespreek de lesdoelen met uw leerlingen.
Verdiepende tekst
Lees de tekst en arceer de woorden die je nog niet goed begrijpt geel. 

Arceer in ieder geval: 
  • de puberteit
  • ongesteld
  • de zaadlozing
  • hetero
  • lesbienne
  • biseksueel
  • homo
  • transgender

Slide 7 - Tekstslide

Actualiteit
Lees samen met uw leerlingen het artikel uit Kidsweek. De leerlingen arceren de belangrijke woorden in de tekst.
Verdiepende tekst
Lees de tekst en arceer de woorden die je nog niet goed begrijpt geel. 

Arceer in ieder geval: 
  • de puberteit
  • ongesteld
  • de zaadlozing
  • hetero
  • lesbienne
  • biseksueel
  • homo
  • transgender

Slide 8 - Tekstslide

Actualiteit
Lees samen met uw leerlingen het artikel uit Kidsweek. De leerlingen arceren de belangrijke woorden in de tekst.
Woordenschat
seks & zo
de seksuele geaardheid
Op welk geslacht je valt (mannen of vrouwen).

Hoe zit dat precies? Bekijk het filmpje.
heteroseksueel
Een man die op vrouwen valt of een vrouw die op mannen valt.
Mijn vader is verliefd op mijn moeder: ze zijn heteroseksueel.
homoseksueel
Iemand die op personen van hetzelfde geslacht valt.
Pim valt op mannen. Hij is homoseksueel
biseksueel
Iemand die zich aangetrokken voelt tot mensen van beide geslachten.
Mijn zusje heeft eerst een relatie gehad met een vrouw. Nu heeft ze een relatie met een man. Ze is biseksueel
transgender
Iemand die van geslacht is veranderd of wil veranderen.
Chris is geboren als jongen, maar voelt zich een meisje. Hij is transgender.

Hoe zit dat precies? Bekijk het filmpje.

Slide 9 - Tekstslide

Woordenschat
Bespreek de moeilijke woorden met uw leerlingen.
Woordenschat
eten
het ontbijt
de lunch
het diner
Ga met behulp van de hulpkaart op zoek naar de betekenis van de woorden die jij hebt gearceerd. 
Weet je de betekenis nog niet? Zoek dan de betekenis van het woord op, op deze website. Schrijf de betekenis voor jezelf op. Horen er woorden bij elkaar? Maak dan een woordparaplu, -kast of -trap.
groot
klein
muis
olifant
Hulpkaart
woordparaplu
woordtrap
woordkast

Slide 10 - Tekstslide

Woordenschat
Bespreek de belangrijke woorden met uw leerlingen. De hulpkaart kan helpen om achter de betekenis van de woorden te komen. In hun logboek noteren de leerlingen de betekenis van de woorden die ze nog niet kenden.
Wat gebeurt er met je lichaam in de puberteit ...
... bij de jongens?
... bij de meisjes?

Slide 11 - Tekstslide

Woordenschat
Bespreek de moeilijke woorden met uw leerlingen.
Gebeurt het bij jongens of bij meisjes?
Slepen maar!
Heb jij de tekst en de filmpjes goed begrepen? Test je kennis!
jongens
meisjes
de baard in de keel
worden ongesteld
zaadlozing
bredere heupen
haargroei bij de piemel
haargroei bij de vagina: schaamhaar
haargroei op de kin
zaadballen maken zaadcellen
de eierstokken maken hormonen aan
borsten gaan groeien

Slide 12 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

en filmpjes
Wanneer begint de puberteit bij meisjes meestal?
Heb jij de tekst en de filmpjes goed begrepen? Test je kennis!
A
Tussen hun achtste en twaalfde.
B
Tussen hun tiende en veertiende.
C
Tussen hun negende en vijftiende.
D
Tussen hun tiende en vijftiende.

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

en filmpjes
WAAR of NIET WAAR?
Als er een eitje wordt afgestaan en niet wordt bevrucht, dan wordt het meisje ongesteld. 
Heb jij de tekst en de filmpjes goed begrepen? Test je kennis!
A
WAAR
B
NIET WAAR

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

en filmpjes
WAAR of NIET WAAR?
Je kunt als meisje zwanger worden als je voor het eerst ongesteld bent geworden.
Heb jij de tekst en de filmpjes goed begrepen? Test je kennis!
A
WAAR
B
NIET WAAR

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

en filmpjes
WAAR of NIET WAAR?
Testosteron zorgt ervoor dat je piemel en balzak groeien.
Heb jij de tekst en de filmpjes goed begrepen? Test je kennis!
A
WAAR
B
NIET WAAR

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

en filmpjes
WAAR of NIET WAAR?
Als er sperma uit de piemel komt, noemen we dat een zaadleider.
Heb jij de tekst en de filmpjes goed begrepen? Test je kennis!
A
WAAR.
B
NIET WAAR, dat noemen we een zaadlozing.
C
NIET WAAR, dat noemen we een balzak.
D
NIET WAAR, dat noemen we een stijve piemel.

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe werkt een zwangerschap? En hoe voorkom je het?
Hoe werkt een zwangerschap?
Hoe werkt de pil?
Hoe doe je een condoom om?

Slide 18 - Tekstslide

Woordenschat
Bespreek de moeilijke woorden met uw leerlingen.
Wat weten jullie al over soa's?
Wat weet jij al?

Slide 19 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

soa's
Wat is een SOA?
Wat is HIV en aids?
Bekijk de filmpjes hiernaast.
Bespreek daarna de volgende vragen:

  • Wist jij dat je ook HIV kunt hebben als je nog nooit seks hebt gehad?
  • Leg uit wat het verschil is tussen HIV en aids.
  • Wat vind je ervan dat Brenda haar verhaal deelt?
  • Zou je nog iets aan Brenda willen vragen? Of iets tegen haar willen zeggen?
  • Wat is de belangrijkste tip om SOA's te voorkomen?

Slide 20 - Tekstslide

Woordenschat
Bespreek de moeilijke woorden met uw leerlingen.
Verwerkingsopdracht
Inmiddels weet jij alles over seks-en-zo! Straks schrijf je een blog over dit onderwerp. Je blog is geschikt voor leeftijdsgenoten. Je mag je eigen ervaringen en vragen opschrijven, maar je mag er ook voor kiezen om een fictief verhaal te schrijven. Dan doe je gewoon alsof iemand anders die vragen heeft of datgene heeft meegemaakt! 
Hoe je een blog schrijft? Dat leg ik je natuurlijk uit!

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeeld van een blog
Lees een voorbeeld van een blog hiernaast.

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

en filmpjes
Wat is het doel van de schrijver van een blog?
A
Hij wil je vooral informeren.
B
Hij wil je vooral overtuigen.
C
Hij wil je vooral vermaken, door zijn gedachten op te schrijven.
D
Hij wil je uitleggen hoe je iets stap voor stap moet doen.

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Verwerkingsopdracht
Lees de blog nog eens goed. In welke stukken/zinnen doet de schrijver een beroep op de emotie van de lezer? Wat voel je als lezer?

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verwerkingsopdracht
Formeel taalgebruik

  • Graag vraag ik u om de toets op een later moment in te plannen.
  • Schikt het u om de afspraak te verzetten naar een ander tijdstip?

  • Ober, kunt u mijn echtgenote voorzien van een karafje water?

Wat valt jullie op als je de voorbeeldzinnen bekijkt?
Informeel taalgebruik

  • Mag ik mijn toets een andere keer maken?

  • Vriend! Ik ga het niet redden man! Kunnen we een andere keer meeten?

  • Heb je een kan water voor me?

Formele taal gebruik je als je heel beleefd wilt zijn. Er worden vaak deftige, moeilijke woorden gebruikt.

Informele taal gebruik je in je dagelijkse leven als je praat tegen vrienden. 

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

en filmpjes
WAAR of NIET WAAR?
Een blog bevat vooral formele taal!
A
WAAR
B
NIET WAAR

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Verwerkingsopdracht
Bekijk de checklist hiernaast om te zien waaraan een goede blog moet voldoen. Komen de punten overeen met jullie conclusies?

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Brainstorm: waarover kan je blog gaan?

Slide 28 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag!
Schrijf een blog over seksualiteit. Je mag schrijven over je eigen ervaringen en vragen, maar je mag ook een verhaal verzinnen. Veel succes!
timer
15:00

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aanpassen en verbeteren
Bekijk de checklist en vul 'm voor jezelf in. Pas je blog aan de hand van de checklist waar nodig aan.
timer
10:00

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat gaan jullie met de teksten doen?
Bespreek met elkaar wat jullie met de blogs willen doen. Willen jullie er een boekje van maken en ze in de leeshoek leggen? Wil iemand zijn of haar blog voorlezen? Mogen anderen jouw blog lezen, of liever niet?
Plak je ingevulde checklist met (een kopie van) je blog in je projectschrift.

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wereldoriëntatie

  • ik weet wat seksuele geaardheid betekent en welke seksuele voorkeuren er zijn.
  • ik weet welke lichamelijke veranderingen jongens en meisjes doormaken in de puberteit.
  • ik weet wat er in mijn hoofd verandert tijdens de puberteit.
  • ik weet hoe een vrouw zwanger wordt en hoe je een zwangerschap kunt voorkomen.
  • ik weet wat een soa is en hoe ik dit kan voorkomen.
Terugkoppeling lesdoelen
Woordenschat
  • ik begrijp de belangrijke woorden die met seks en zo te maken hebben.
Taal
  • ik kan een blog schrijven over seksualiteit.
Schrijf in je projectschrift op wat jij deze les hebt geleerd.

Slide 32 - Tekstslide

Terugkoppeling lesdoelen
Hebben de leerlingen de lesdoelen behaald?
Vraagmuur & Weetmuur
  • Op welke vragen hebben jullie deze les antwoord gekregen? Plak ze op de weetmuur.
  • Welke vragen zijn nog onbeantwoord? 
  • Hoe kun je ervoor zorgen dat je toch achter het antwoord op deze vragen komt?

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 34 - Video

Deze slide heeft geen instructies

              Tot de volgende keer!

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies