H1 elektriciteit

Hoofdstuk 1 elektriciteit
1 / 47
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 47 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 20 min

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 1 elektriciteit

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Opwekken energie:
  1. elektriciteitscentrale
  2. kerncentrale
  3. windturbine
  4. zonnepanelen
  5. getijde-energie 
Door transport van energie ontstaat er energieverlies door warmte, hoge spanning geeft minder energieverlies.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Elektrische energie
Elektrische energie (elektriciteit) is het vervoeren van energie naar een apparaat, door verplaatsen van elektronen.

De eenheid van energie is J (Joule) of kiloWattuur (kWh).

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Elektriciteitsnet:
  • Als stroom door een kabel gaat, wordt de kabel warm.
          Energieverlies: minder elektrische engergie over voor 
                                           eindgebruikers
  • Voor de minste energieverlies moet stroom over zo hoog mogelijke spanning vervoerd worden (minder warmte).

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Elektriciteitcentrale

Transformators



380kV
10kV
230 V

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Soorten spanning
  • Het lichtnet heeft geen gelijkspanning (zoals in batterijen en accu's) maar wisselspanning (wat voortdurend op en neer gaat/ 50 keer per seconde, frequentie is 50 Hz)

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Werking van een transformator
Transformator bestaat uit twee spoelen van geisoleerde koperdraad om een weekijzeren kern.
  • Primaire spoel wordt verbonden met het 
       lichtnet, secundaire spoel met het apparaat.
  • Wisselstroom gaat door de primaire spoel, 
       die wordt een elektromagneet.
  • Weekijzere kern wordt hierdoor gemagnetiseerd.

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Werking van een transformator (2)

  • Gevolg - er ontstaat in de 
secundaire spoel een 
veranderende magneetveld, 
wat een lagere wisselspanning 
opwekt.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Formule (aantekening)
UsUp=NsNp
      = spanning primaire spoel
      = spanning secundaire spoel
      = aantal windingen
          primaire spoel
      = aantal windingen
          secundaire spoel
Up
Us
Np
Ns

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarom wordt de spanning verhoogd als het over lange afstanden vervoerd wordt?
A
Voor veiligheid
B
Om energieverlies te voorkomen
C
Om een frequentie van 50 hz te krijgen
D
Dat is wat apparaten nodig hebben

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de spanning van de elektriciteit in onze huizen?
A
20 kV
B
380 kV
C
10 kV
D
230 V

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe zijn de spoelen aan elkaar gekoppeld?
A
Magnetisch
B
Elektrisch

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Theorievraag #1
Leg met behulp van de volgende vier onderdelen uit hoe een elektriciteitscentrale werkt:

branders, turbine, generator, condensor

Slide 17 - Tekstslide

branders verbranden brandstof (denk aan video van mega oven)
  • warmte verhit ketel
  • stoom onder zeer hoge druk tegen turbine aangeperst
  • as gaat draaien, drijft generator (dynamo) aan
  • afgekoelde stoom condenseert in condensor, wordt teruggepompt naar ketel
Rekenvraag #1
Een adapter transformeert de Amerikaanse lichtnetspanning van 120 V naar de Europese 230 V. De secundaire spoel van de transformator heeft 100 wikkelingen. Hoeveel keer zit de koperdraad om de primaire spoel gewikkeld?

Slide 18 - Tekstslide

Up = 120 V, Us = 230 V, Ns = 100

Up/Us = 0.52

Np/Ns = Np/100 = 0.52 --> Np = 52

Theorievraag #2
Waarom wordt elektrische energie bij een zo hoog mogelijke spanning vervoerd?

Slide 19 - Tekstslide

Om energieverlies te beperken, zodat meer voor burgers overblijft
Rekenvraag #2
Een transformator heeft een primaire spoel met 5 wikkelingen en een secundaire spoel met 500 wikkelingen.
Transformeert deze omhoog of omlaag?

Slide 20 - Tekstslide

Np = 5, Ns = 500

Np/Ns = 0,01

Dus Up/Us = 0.01, Us = 100×Up, dus omhoog
Theorievraag #3
Van welk materiaal wordt de kern van een transformator gemaakt, en waarom wordt dit gekozen?

Slide 21 - Tekstslide

Weekijzer, want dat kan gemagnetiseerd worden
Rekenvraag #3
Marijke sluit een ideale transformator op het lichtnet aan. Er loopt 2,3 A door de primaire spoel. Wat is het afgegeven vermogen van de secundaire spoel?

Slide 22 - Tekstslide

Pp = Up × Ip = 230 × 2,3 = 529 W
Pp = Ps
Huiswerk
Bekijk 1.2 in je boek en maak de opdrachten:
1 t/m 12

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

elektrische energie
E = P x t

Met: E = elektrische energie in Joule (J)
P = vermogen in Watt (W)
t = tijd in seconden (s)

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Eenheid energie en warmte

Joule
(J)


1kJ (kilo) = 1000 J


1MJ (Mega)= 1.000.000 J


1kWh = 3,6 MJ



Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Formules combineren
uit 1.1 weten we:   E = P x t
Uit 1.3 weten we:  P = U x I

Je kunt dus ook schrijven:  E = ( U x I ) x t

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nadat je thuiskomt van school om 16:00 kijk je 2 uur tv. Je tv heeft een vermogen van 350 W. Hoeveel energie heb je verbruikt in deze tijd? Geef je antwoord in kWh.

Slide 32 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Je telefoon heeft op een dag 14 uur aangestaan, in deze tijd heeft hij 756.000 J verbruikt. Wat is het gemiddelde vermogen van je telefoon deze dag? Geef je antwoord in W

Slide 33 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

In je kamer staat een lamp met daarin een gloeilamp. Deze gloeilamp zet van elke 150 J die aangevoerd wordt 10 J om naar licht, de rest wordt omgezet naar warmte. Wat is het rendement van de gloeilamp?
A
15%
B
6,67%
C
3,33%
D
0,667%

Slide 34 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het rendement van een zonnepaneel is 95%. Als een zonnepaneel in een week 15 kWh aan energie heeft geleverd. Hoeveel kWh heeft het zonnepaneel dan in totaal opgenomen? Geef je antwoord tot op 1 cijfer achter de komma

Slide 35 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Theorievraag #1
We hebben het gehad over de volgende grootheden:
spanning, stroomsterkte, weerstand, vermogen & energie

Schrijf van elke grootheid het symbool, de bijbehorende eenheid en het symbool van die eenheid op.

Slide 36 - Tekstslide

spanning U in Volt V
stroomsterkte I in Ampère A
weerstand R in Ohm \Omega
vermogen P in Watt W
energie E in Joule J of kilowattuur kWh
Rekenvraag #1
Een waterkoker wordt op het lichtnet aangesloten. Er loopt een stroom van 5 A doorheen. Wat is het vermogen van de waterkoker?

Slide 37 - Tekstslide

P = U×I=230×5=1150 W
Theorievraag #2
Door welke twee factoren wordt het energieverbruik van een elektrisch apparaat bepaald?

Slide 38 - Tekstslide

P=U×I
Stroom door en spanning over apparaat
Rekenvraag #2
Een lamp met een vermogen van 23 W brandt 1250 uur per maand. Elektrische energie kost € 0,20 per kWh. Hoeveel kost de energie die de lamp in een jaar gebruikt?

Slide 39 - Tekstslide

P = 23 W
t = 1250 × 12 = 15000 h

E = P×t = 23*15000 = 345 kWh

Kosten = 0,20×345 = €69
Theorievraag #3
Hoe reken je een energie in J om naar een energie in kWh?

Slide 40 - Tekstslide

1 kWh = 3,6 MJ


P = 1 kW, t = 1 h
1 kWh = E = P×t = 1000 W × 3600 s = 3,6 MJ
Rekenvraag #3
Gekookte pasta heeft een energiewaarde van 450 kJ per 100 g.

Een wielrenner verbruikt gemiddeld 250 W. Ze maakt een rondje van een uur. Hoeveel pasta moet ze eten om alle verbruikte energie weer aan te vullen?

Slide 41 - Tekstslide

Everbruikt = P×t = 250×3600 = 900 kJ

900 / 450 = 2

2×100 g = 200 g pasta
huisinstallatie
  • De hoofdleiding splitst achter de meter in groepen.
  • Elke groep heeft een spanning van 230 V en een maximale stroomsterkte van 16 A, met een eigen groepsschakelaar.
  • het maximale vermogen per groep: P = U x I
                                                                                  P = 230 x 16 = 3680 Watt

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

aardlekschakelaar
De aardlekschakelaar vergelijkt de stroomsterkte in de fasedraad met de stroomsterkte in de nuldraad.
De aardlekschakelaar slaat uit als de stroomsterkte niet gelijk is (verschil groter dan 30 mA)

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

oefenopgave
Met een flessenverwarmer wordt een babyfles met 60 mL water verwarmd. De begintemperatuur is 20 graden Celcius. De flessenverwarmer heeft een transformator met 400 windingen primair en 8 windingen secondair en een stroomsterkte van 500 mA. Het rendement van de flessenverwarmer is 80%. Bereken de eindtemperatuur van het water in de fles. Je verwarmt de fles 10 minuten.

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

0

Slide 46 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 47 - Video

Deze slide heeft geen instructies