Wat kan ik goed?
Wat kan ik goed?
Open met het idee dat iedereen sterke kanten heeft, ook als je die niet altijd meteen benoemt. Leg de link met stage, werk en zelfvertrouwen.
Lesdoel
Ik kan uitleggen waar ik goed in ben en voorbeelden geven van wat ik moet kunnen voor mijn toekomstige beroep.
Deze slide heeft geen instructies
Waar wist jij al van dat je er goed in was op stage?
Gebruik de woorden uit de cloud om voorkennis op te halen. Vraag eventueel door: Hoe wist je dat al? Waar merk je dat aan?
Waarom weten wat je kunt?
Je krijgt meer zelfvertrouwen
Je weet welke taken goed bij je passen
Je kunt beter kiezen welk werk bij jou past
Je ziet ook waar je nog in kunt groeien
Gebruik herkenbare voorbeelden uit stage of bijbaan. Benoem dat goed zijn in iets niet betekent dat je alles al perfect kunt.
Wat betekent: ergens goed in zijn?
Als je ergens goed in bent, gaat het vaak om dingen die je makkelijker, vaker goed of met meer plezier doet.
Dat kan gaan over werken met mensen, netjes werken, plannen, luisteren, doorzetten of handig zijn met materialen en machines.
Maak duidelijk dat kwaliteiten niet alleen schoolvakken zijn. Ook werkhouding en omgaan met anderen horen erbij.
Kwaliteiten op je stage
Voorbeelden van kwaliteiten:
vriendelijk omgaan met klanten
op tijd komen
rustig blijven
netjes werken
goed samenwerken
Sluit aan op de voorkennis uit de lesopzet: wat wisten leerlingen vooraf al van zichzelf? Houd het concreet en dicht bij hun stagepraktijk.
Kernkwaliteiten
Kernkwaliteiten zijn sterke eigenschappen die bij jou passen.
Voorbeelden zijn:
behulpzaam
precies
geduldig
verantwoordelijk
creatief
doorzettend
Verwijs naar de lijst met kernkwaliteiten. Kies samen enkele woorden en bespreek kort wat ze in de praktijk betekenen.
Niet alles gaat even makkelijk
Naast kwaliteiten heeft iedereen ook dingen die minder makkelijk gaan.
Dat is normaal. Juist als je dat weet, kun je oefenen, hulp vragen en stap voor stap groeien.
Bewaak een veilige toon: het gaat niet om tekortschieten, maar om ontwikkelen. Noem eventueel dat kwaliteiten en leerpunten naast elkaar bestaan.
Waarom is het handig om te weten waar je goed in bent?
Je kiest sneller pauze
Je krijgt meer zelfvertrouwen
Je hoeft niet te oefenen
Je maakt nooit fouten
De juiste kern uit dit blok is dat inzicht in je kwaliteiten helpt bij zelfvertrouwen en bij passende taken kiezen. De andere opties zijn veelvoorkomende misverstanden.
Vul de juiste woorden in
Als je weet waar je goed in bent, krijg je meer . Je ziet welke goed bij je passen. Iedereen heeft ook dingen die minder makkelijk gaan. Dan kun je en stap voor stap groeien.
Correcte invulling: zelfvertrouwen, taken, oefenen. Deze woorden komen direct uit het eerste lesblok.
Noem 1 kwaliteit van jezelf en waar je dat laat zien.
Bespreek dat antwoorden kunnen gaan over kwaliteiten op stage of kernkwaliteiten, zoals samenwerken, rustig blijven, precies werken of behulpzaam zijn. Laat leerlingen hun antwoord koppelen aan een concrete situatie.
Wat vraagt een beroep?
Voor een toekomstig beroep heb je vaak een mix nodig van:
vakkennis
praktische vaardigheden
sociale vaardigheden
werkhouding
Die mix kan per beroep verschillen.
Maak de overstap van 'wat kan ik al?' naar 'wat moet ik kunnen voor later?'. Dat is de kern van het tweede deel van het lesdoel.
Voorbeelden per soort vaardigheid
In het werk
luisteren
samenwerken
duidelijk praten
afspraken nakomen
materialen gebruiken
veilig werken
instructies volgen
netjes opruimen
In contact met anderen
Benadruk dat veel beroepen beide kanten vragen: taken uitvoeren én goed omgaan met anderen.
Beroepen vragen iets anders
In de zorg is geduld belangrijk
In de horeca is klantvriendelijkheid belangrijk
In techniek is precies werken belangrijk
In logistiek is overzicht houden belangrijk
Gebruik alleen voorbeelden als herkenning, niet als uitputtende lijst. Laat zien dat dezelfde leerling in verschillende beroepen andere kanten van zichzelf gebruikt.
Jouw kwaliteiten en jouw beroep
Als jouw kwaliteiten passen bij wat een beroep vraagt, voel je je vaak zekerder in je werk.
Dan kun je beter inschatten:
welke taken bij je passen
wat je nog moet oefenen
welke richting bij jou kan passen
Dit is de inhoudelijke landing van de les: zelfkennis helpt bij loopbaankeuzes en bij functioneren in BPV of werk.
Groeien in wat je nog lastig vindt
Je hoeft nog niet alles te kunnen.
Belangrijk is dat je:
weet wat al goed gaat
eerlijk ziet wat lastig is
oefent in kleine stappen
feedback gebruikt om beter te worden
Verbind dit met de lesafsluiting uit de planning: waarin wil je nog beter worden? Houd de nadruk op ontwikkeling.
Welke mix heb je vaak nodig in een beroep?
Vakkennis en vrije tijd
Snelheid en geluk
Kleding en vervoer
Vakkennis en vaardigheden
De les noemt een mix van vakkennis, praktische vaardigheden, sociale vaardigheden en werkhouding. De correcte optie vat dat het beste samen op A2/B1-niveau.
Vul de juiste woorden in
Voor een beroep heb je niet alleen nodig, maar ook praktische en sociale vaardigheden. Als jouw kwaliteiten passen bij een beroep, voel je je vaak in je werk. Wat je nog lastig vindt, kun je oefenen in kleine en met feedback verbeteren.
Correcte invulling: vakkennis, zekerder, stappen. Dit checkt de koppeling tussen beroepseisen, kwaliteiten en groei.
Waar wil jij zelf beter in worden?
Samenwerken
Plannen
Rustig blijven
Duidelijk praten
Deze slide heeft geen instructies
Wat heb jij vandaag over jezelf geleerd?
Reflectie zonder goed of fout. Laat leerlingen kort benoemen wat ze meenemen uit de les, bijvoorbeeld een kwaliteit van zichzelf of iets wat een beroep vraagt.
Welk deel van deze les hielp jou het meest?
Laat leerlingen nadenken over hun leerproces. Mogelijke antwoorden: voorbeelden uit stage, de lijst met kwaliteiten, het praten met klasgenoten, of de koppeling met beroep.
Woordenlijst
kwaliteit - iets waar je goed in bent
kernkwaliteit - een sterke eigenschap die bij jou past
zelfvertrouwen - vertrouwen dat je iets kunt
vaardigheid - iets wat je hebt geleerd om te doen
werkhouding - hoe je je gedraagt tijdens het werk
toekomstig beroep - het werk dat je later wilt doen
feedback - tips of reacties waarmee je kunt leren
Deze slide heeft geen instructies