Netto contante waarde

Netto contante waarde
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
BedrijfseconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5,6

In deze les zitten 13 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

Netto contante waarde

Slide 1 - Tekstslide

Wat is het ook alweer
Nettocontantewaarde
Wat is contante waarde ook alweer?
Stel Jan zegt tegen je 'ik geef je over een jaar € 500.'
Jij vraagt je af wat is deze toezegging op dit moment waard?
De rente is 2 %. 
Wat zou ik nu contant moeten hebben om over een jaar € 500 te krijgen

Slide 2 - Tekstslide

Over een jaar dus € 500. De rente is 2 %

iets X 1,02 = € 500
iets = € 500/ 1,02 = € 490,20
Of € 500 X 1,02 -1 = € 490,20
Dus wat is de belofte van over een jaar € 500 waard?
Dit is gelijk aan nu € 490,20 hebben


Slide 3 - Tekstslide

17.3 Netto Contante Waarde (NCW)

Er wordt voor € 9000 geinvesteerd in project A en de jaarlijkse casflows zijn € 4000
Het geëiste rendement is 6%. Bereken de NCW van dit project.

0...................1...................2....................3
-9000           +4000          +4000              +4000            

We gaan de waarde van alle cashflows terugbrengen naar tijdstip nul.
- 9000 + 4000 x 1,06-1  + 4000 x 1,06-2  + 4000 x 1,06-3 = €1.692,05

De NCW > 0 dus de investering kan doorgaan!

Slide 4 - Tekstslide

Verschillende investeringsbedragen
Er kan ook €12.000 geïnvesteerd worden in project B. De jaarlijkse cashflows zijn € 5.300 per jaar. Looptijd is 3 jaar. Geëist rendement is 6%.
Bereken de Netto Contante waarde van dit project.


timer
3:00

Slide 5 - Tekstslide

Uitwerking
-12000 + 5300x1,06-1 + 5300x1,06-2 + 5300x1,06-3
= € 2166,96

Heeft project A (NCW is €1692,05) of project B de voorkeur?
.............. 

Slide 6 - Tekstslide

NCW per geïnvesteerde euro
Er worden twee verschillende bedragen geïnvesteerd en dan kunnen we de NCW van de projecten niet met elkaar vergelijken.

Hiervoor berekenen we de NCW per geïnvesteerde euro.

Voor project A: 1692,5 / 9000 = € 0,19
Voor project B: 2166,96 / 12000 = € 0,18
De keuze valt op project A.                      Maken opgave 17.7 

Slide 7 - Tekstslide

UItwerking 17.7 B


0.............1.................2...................3...................4.....................5
           65.000        65.000         65.000           65.000             65.000
€ 65.000 X 1,09 -1
€ 65.000 X 1,09 -2
€ 65.000 X 1,09 -3
€ 65.000 X 1,09 -4
€ 65.000 X 1,09 -5 +
€ 252.827,33                       - € 265.000 = - € 12.172,67      Investeert dus NIET

Slide 8 - Tekstslide

Uitwerking 17.7 B


0.............1.................2...................3...................4.....................5
           65.000        65.000         65.000           65.000             65.000
Met de formule:
                       (1,095 - 1)
€ 65.000 X  (1,09 - 1)    X 1,09-5 = € 252.827,33
Investering                                           € 265.000 -
NCW                                                        €   12.172,67 -

Aantal toekomstige cashflows
aantal periodes terugrekenen vanaf moment laatste cashflow
De cashflow

Slide 9 - Tekstslide

UItwerking 17.7 C


0.............1.................2...................3...................4.....................5
           65.000        65.000         65.000           65.000             65.000
€ 65.000 X 1,03 -1
€ 65.000 X 1,03 -2
€ 65.000 X 1,03 -3
€ 65.000 X 1,03 -4
€ 65.000 X 1,03 -5 +
€ 297.680,97                      - € 265.000 =  € 32.680,97       Investeert WEL

Slide 10 - Tekstslide

Uitwerking 17.7 C


0.............1.................2...................3...................4.....................5
           65.000        65.000         65.000           65.000             65.000
Met de formule:
                       (1,035 - 1)
€ 65.000 X  (1,03 - 1)    X 1,03-5 = € 297.680,97
Investering                                          € 265.000 -
NCW                                                       € 32.680,97
  Maken 17.8 A en 17.9


Aantal toekomstige cashflows
aantal periodes terugrekenen vanaf moment laatste cashflow
De cashflow

Slide 11 - Tekstslide

Voorbeeld met een restwaarde erbij

Cashflows zijn € 50.000 gedurende 5 jaar. Interestvoet is 4 %. Restwaarde na 5 jaar € 40.000. Investering € 200.000
0.............1.................2...................3...................4.....................5
           50.000        50.000        50.000           50.000             50.000 + 40.000
Met de formule:
                       (1,045 - 1)
€50.000 X  (1,04 - 1)    X 1,04-5 = € 222.591,12
€ 40.000 X 1,04-5 =                         €    32.877,08 +
Investering                                          € 200.000 -
NCW                                                       € 55.468,20
  


Slide 12 - Tekstslide

Maken 17.9

Slide 13 - Tekstslide