Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 1
Getallen
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeSpeciaal OnderwijsLeerroute 2

In deze les zitten 33 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 2 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 1
Getallen

Slide 1 - Tekstslide

Wiskunde lessen
  • Schrijven met pen.
  • Tekenen met potlood.
  • Rechte lijnen met liniaal/geodriehoek.
  • Antwoorden schrijf je op in je schrift tenzij anders wordt aangegeven.
  • Iedere paragraaf aangeven. Opdrachten noteren.
  • Huiswerk als het niet af is tijdens de les.
  • Niet samenwerken.

Slide 2 - Tekstslide

Doel
De lessen halen we kennis op van vorig jaar. 

Slide 3 - Tekstslide

Afronden
Afronden op 2 decimalen betekent afronden op 2 cijfers na de komma.
 

4354,346 = 4354,35

>5 is naar boven afronden
<5 is naar beneden

Slide 4 - Tekstslide

Som, verschil, product
Som = optellen
(som van 9 en 18 = 9 + 18 = 27)

Verschil = aftellen
(verschil van 3 en 15 = 15 - 3 = 12)

Product = vermenigvuldigen (keer)
(Product van 8 en 3 = 8 x 3 = 24)

Slide 5 - Tekstslide

Getallenlijn

Slide 6 - Tekstslide

Berekeningsvolgorde

Slide 7 - Tekstslide

Vuistregels
Voor het optellen van negatieve getallen gebruik je de regel:

+ - = -
Zo is bijvoorbeeld 9 + -2 = 9 - 2 = 7.

Voor het aftrekken van negatieve getallen gebruik je de regel:
- - = +
Zo is bijvoorbeeld 9 - - 2 = 9 + 2 = 11.

Slide 8 - Tekstslide

Getallenlijn

Slide 9 - Tekstslide

Oefenen uit het hoofd
Bereken.

a. 6 + -3 =
b. -6 + -3 =
c. 7 - -2 =
d. -7 - -2 =



Slide 10 - Tekstslide

Antwoorden
a. 6 + -3 = 6 - 3 = 3

b. -6 + -3 = -6 - 3 = -9
c. 7 - -2 = 7 + 2 = 9
d. -7 - -2 = -7 + 2 = -5


Slide 11 - Tekstslide

1.1
Optellen en aftellen

Slide 12 - Tekstslide

Doel
Je leert hoe je rekent met positieve en negatieve getallen.

1.1 Optellen en aftrekken
(blz: 10 t/m 13)

Maken: opdracht 1 t/m 11



Slide 13 - Tekstslide

Temperatuur (1)

Slide 14 - Tekstslide

Temperatuur (2)

Slide 15 - Tekstslide

1.2

Slide 16 - Tekstslide

Doel
- Je leert hoe je een aantal keer hetzelfde erbij doet of eruit haalt, kunt schrijven als vermenigvuldiging.
- Je leert delen en vermenigvuldigen met negatieve getallen.

1.2 Vermenigvuldigen en delen
(blz: 12 t/m 17)

Maken: opdracht 12 t/m 21


Slide 17 - Tekstslide

Vermenigvuldigen

Slide 18 - Tekstslide

Temperatuur veranderen

Slide 19 - Tekstslide

Opdracht 16

Slide 20 - Tekstslide

1.3 Kwadraten
Je leert wat de begrippen kwadraat en kwadrateren betekent

Je leert wat de uitkomst is van het kwadraat van een negatief getal

Slide 21 - Tekstslide

Kwadrateren

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Opdracht 19

Slide 24 - Tekstslide

Negatief getal

Slide 25 - Tekstslide

1.4 Wortels
Je leert wat de begrippen wortel en worteltrekken betekent

Je leert wat het verschil is tussen het 
- is gelijk aan teken en
- is ongeveer gelijk aan

Slide 26 - Tekstslide

Worteltrekken

Slide 27 - Tekstslide

Gelijk vs ongeveer

Slide 28 - Tekstslide

Afronden

Slide 29 - Tekstslide

1.5 Rekenvolgorde
- Je leert wat het van plaats wisselen van getallen bij bewerkingen met de uitkomst doet
- Je leert hoe de volgorde is waarin je berekeningen moet maken

1.5 Rekenvolgorde
(blz: 26 t/m 29)

Maken: opdracht 40 t/m 47

Slide 30 - Tekstslide

Van plaats wisselen

Slide 31 - Tekstslide

Berekeningsvolgorde (1)

Slide 32 - Tekstslide

Berekeningsvolgorde (2)

Slide 33 - Tekstslide