Introductie les H7

H7 Materialen
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

In deze les zitten 17 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

H7 Materialen

Slide 1 - Tekstslide

Lesplanning
  • Paragrafen langslopen
  • Leerdoelen 7.1
  • Instructie 7.1
  • Aan de slag 

Slide 2 - Tekstslide

H7 Materialen
1. Materialen toepassen
2. Van grondstof tot product
3. Afvalverwerking
4. Dichtheid

Slide 3 - Tekstslide

7.1 materialen toepassen
7.1.1 Je kunt drie eigenschappen noemen die belangrijk zijn voor een constructiemateriaal.
7.1.2 Je kunt uitleggen wat wordt bedoeld met ‘verspanen’ en ‘verspanende bewerkingen’.
7.1.3 Je kunt toelichten waarom vloeistoffen vaak in glas of in polyetheen worden verpakt.
7.1.4 Je kunt uitleggen waarom carbonfiber veel wordt toegepast in (top)sportartikelen.

Slide 4 - Tekstslide

Kiezen van Materialen
  • Een materiaal is een stof die je gebruikt om een voorwerp of product te maken.
  • Je houdt rekening met de stofeigenschappen die passen bij het gebruik
  • Je kijkt naar de prijs en beschikbaarheid van geschikte materialen


Je wil een nieuwe crossmotor ontwikkelen. 
Welke materialen kies je voor welke onderdelen en waarom?

Slide 5 - Tekstslide

Lees in je boek
7.1 de onderdelen: 
Hout, Glas en plyetheen. 

Schrijf op in je schrift waarom deze materialen vaak worden gebruikt. 
timer
6:00

Slide 6 - Tekstslide

Materialen toepassen, eigenschappen
Hout:
Bestand tegen druk- en trekkrachten
is verspaanbaar (in vorm brengen door bijvoorbeeld zagen en schaven)
is met stevige verbindingen aan elkaar te maken.
Koper: 
Goede geleider..
PVC = een kunststof: 
Goede isolator, duurzaam en makkelijk te kleuren.






Slide 7 - Tekstslide

Materialen toepassen
Glas: vloeistoffen, gassen, zuren in te bewaren.
 Makkelijk te kleuren en redelijk makkelijk te vervormen.
 Nadeel: niet erg sterk, zwaar

Polyetheen (PE) in verschillende soorten:
  • LDPE = lage 𝛒 PE, taai en buigzaam.
  • HDPE = hoge 𝛒 PE, taai en vrijwel onbreekbaar. 
Rubber:
Elastisch door de veerkracht, beschermt tegen botsingen.
Houdt vloeistoffen en gassen tegen.







Slide 8 - Tekstslide

Materialen
Definitie: 
Een natuurlijke of kunstmatige (synthetische) stof of mengsel van stoffen dat voldoet aan bepaalde eisen

(materiaaleigenschappen) om te worden toegepast in gebouwen of gebruiksvoorwerpen. 

Slide 9 - Tekstslide

Materiaaleigenschappen
  • Dichtheid (ijzer heeft hogere dichtheid dan aluminium)
  • Elasticiteit 
  • Elektrische geleidbaarheid (metalen wel, plastics vaak niet)
  • Hardheid (beton is hard, krijt is zacht)
  • Kleur van een materiaal 

Slide 10 - Tekstslide

3 Groepen materialen
  • Metalen (ijzer, koper, goud)
  • Kunststoffen/plastics (PVC, PET flessen)
  • Composieten (beton, gewapend glas, carbon)

Slide 11 - Tekstslide

Metalen
Als iets heel sterk moet zijn
Sommige eigenschappen van ijzer zijn niet handig, dus gebruik je legeringen. Dat zijn mengsels van metalen (Binas tabel 37)
Ook metaal is verspaanbaar.
                           
                            ijzer                                 Staal                               Roestvaststaal
                            

Slide 12 - Tekstslide

Kunststoffen
  • Synthetisch plastic gemaakt van aardolie. 
  • Bioplastic gemaakt van natuurlijk materiaal, bijvoorbeeld zetmeel of melkzuur (afvalproduct van bacteriën).
  • Duurzaam geproduceerde materialen 


Slide 13 - Tekstslide

Composiet
  • Combinatie van verschillende materialen, kunststof wat door vezels wordt versterkt
  • Voorbeeld: carbon, toepassing in racefietsen en vliegtuigen
    Glasvezelcomposiet, Gelaagd glas



Slide 14 - Tekstslide

Waarom Composiet?
Hoge sterkte
Laag gewicht
Vrije vormgeving
Lage onderhoudskosten
Positief milieu effect
Lange levensduur
Chemisch bestendig
Diversiteit in uitstraling

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Video

Aan de slag
Lees 7.1 zelf door. 
Maak opgave: 
1, 3, 4, 6, 7 en 9

Slide 17 - Tekstslide