Haarnetje op/Haarnetje af deel 1

Haarnetje op/Haarnetje af 
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
VoedingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Haarnetje op/Haarnetje af 

Slide 1 - Tekstslide

Spelregels
Haarnetje op: Als je denkt dat het linker antwoord juist is
Haarnetje af: Als je denkt dat het rechter antwoord juist is

De afvallers spelen de energizer: gooi de tennisbal naar elkaar over, deze mag geen contact maken met de grond!

Slide 2 - Tekstslide

1. Wat wordt bedoeld met kwaliteit?

A
Alleen voedselveiligheid
B
Voldoen aan de wensen en eisen van de afnemer

Slide 3 - Quizvraag

2. Voedselveiligheid betekent:



A
Dat het product er altijd hetzelfde uitziet
B
Dat de consument niet ziek wordt van het product

Slide 4 - Quizvraag

3. Young bij YOPI betekent:


A
Jonger dan 18 jaar
B
Jonger dan 5 jaar

Slide 5 - Quizvraag

4. Wat is een voorbeeld van een microbiologisch gevaar?




A
Achtergebleven water
B
Metaaldeeltjes

Slide 6 - Quizvraag

5. Wat is een voorbeeld van een chemisch gevaar?



A
Reinigingsmiddelen in het product
B
Houtsplinters in het product

Slide 7 - Quizvraag

6. Wat is een voorbeeld van een fysisch gevaar?


A
Glas in het product
B
Schimmelgroei

Slide 8 - Quizvraag

7. Wat is kruisbesmetting (carry over)?



A
Menging van smaken
B
Onbedoelde overdracht van stoffen of allergenen

Slide 9 - Quizvraag

8. Wat is de belangrijkste besmettingsbron binnen
het bedrijf?






A
Machines
B
De mens

Slide 10 - Quizvraag

9. Wat is het doel van handen wassen?




A
Micro organismen doden
B
Vuil en vuilresten verwijderen

Slide 11 - Quizvraag

10. Waar staat HACCP voor?




A
Hazard Analysis Critical Control Points
B
High Accuracy Control of Production

Slide 12 - Quizvraag

11. Wat zijn basisvoorwaarden?




A
Eisen van de klant
B
Fundament om veilig te kunnen produceren

Slide 13 - Quizvraag

12. Welke CCP’s zijn van toepassing bij Brinkers?





A
Metaaldetectie en glasomkeerder
B
Visuele eindcontrole en verpakking

Slide 14 - Quizvraag

13. Wat is belangrijk voor de traceerbaarheid van een product?



A
Productiecode
B
Ingrediëntendeclaratie

Slide 15 - Quizvraag

14. Waarvoor is codering essentieel?





A
Uitstraling etiket
B
Traceerbaarheid

Slide 16 - Quizvraag

15. Wat is Food Defense?






A
Bescherming tegen onbedoelde besmetting
B
Bescherming tegen opzettelijke besmetting

Slide 17 - Quizvraag

16. Wat is Food Fraud?









A
Opzettelijke misleiding voor economisch gewin
B
Onbedoelde besmetting van voedsel

Slide 18 - Quizvraag

17. Wat betekent productintegriteit?






A
Product voldoet aan wat op etiket en afspraken staat
B
Product heeft lange houdbaarheid

Slide 19 - Quizvraag

18. Welke instantie controleert op biologische productie?










A
SKAL
B
NVWA

Slide 20 - Quizvraag

Benaderingsvraag
Hoeveel hazelnoten gaan er in een 600 gramspot 
So Vegan So Fine hazelnootpasta met 15% hazelnoot?

Slide 21 - Tekstslide

Antwoord Benaderingsvraag
1. Inhoud pot: 600 gram
Hazelnootpercentage: 15%
👉 600 g × 15% = 90 gram hazelnoot


Slide 22 - Tekstslide

Antwoord Benaderingsvraag
2. Gewicht van één hazelnoot
Een gepelde hazelnoot (kern) weegt gemiddeld ongeveer 1,2 gram
(meestal tussen 1,0 en 1,5 g, afhankelijk van grootte en ras).

Slide 23 - Tekstslide

Antwoord Benaderingsvraag
3. Aantal hazelnoten

90 g / 1,2 g ≈ 75 hazelnoten


Slide 24 - Tekstslide